Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/590745 / JE RK 20-747 Datum uitspraak: 1 april 2020 Beschikking van de kinderrechter Spoedmachtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp; spoedvoorziening in de zaak naar aanleiding van het op 1 april 2020 ingekomen verzoek van: de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling), betreffende: [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de vrouw] , hierna te noemen: de moeder, wonende te: [woonplaats] Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoek, met bijlage, waaronder de Bepaling Gesloten Jeugdhulp van 2 maart 2020; - de mondelinge instemmingsverklaring van de heer [A.] , een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.3, derde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. Feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [minderjarige] verblijft thans nog bij Ipse de Bruggen. Bij beschikking van 30 september 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 30 september
- Bij beschikking van 6 maart 2020 is [minderjarige] uit huis geplaatst in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 september
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen. Verzoek Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Beoordeling Op grond van de informatie zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen is het naar het oordeel van de kinderrechter dringend en onverwijld noodzakelijk [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Er is sprake van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren – of een ernstig vermoeden dat daarvan sprake is. Deze problemen maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de zorg die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken, zonder dat een machtiging in de zin van in artikel 6.1.2 van de Jeugdwet kan worden afgewacht. Daartoe is redengevend dat [minderjarige] wegloopt en daarbij niet duidelijk is met wie hij omgaat, hij zich niet aan verlofafspraken houdt, wiet gebruikt, zich zeer zelfbepalend opstelt en hij een gesloten aanhouding aanneemt. Hierdoor kan zijn veiligheid in een open instelling niet langer worden gewaarborgd. Het verhoor van de verzoekster en de overige belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Het verhoor van de belanghebbenden kan naar het oordeel van de kinderrechter niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Het verhoor zal op hierna te melden terechtzitting plaatsvinden. Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: verleent een spoedmachtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet van 1 april 2020 tot 11 april 2020; houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan; in verband met de maatregelen tegen het coronavirus (COVID-19) worden verzoekster en belanghebbende(n) en de [minderjarige] en zijn advocaat niet op de rechtbank, maar telefonisch gehoord op 9 april 2020 te 12.30 uur; verzoekt de gecertificeerde instelling om zo spoedig mogelijk de telefoonnummers van de belanghebbenden en de minderjarige aan de rechtbank te verstrekken; gelast de griffier tegen voormeld telefonisch verhoor op te roepen: de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering de moeder; [minderjarige] en zijn advocaat mr. T. Dreiling. Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. van der Wilt, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 april
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.