Rechtbank DEN Haag – ECLI:NL:RBDHA:2020:3285
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: AMS 19/9059 [persoonsnummer] uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1962, van Bosnische nationaliteit, eiser (gemachtigde: mr. W.G. Fischer), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.P. Kallenbach).
Procesverloop Bij brief van 15 juli 2019 heeft eiser verzocht om opvang in de LVV (het verzoek). Verweerder heeft dit verzoek bij brief van 27 augustus 2019 doorgestuurd naar de gemeente Amsterdam.
Bij besluit van 31 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen Verzoek om vrijstelling van het griffierecht 1. Eiser heeft de rechtbank verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Eiser heeft in beroep gesteld dat het hem vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning niet is toegestaan in Nederland te werken of een uitkering te ontvangen en dat hij niet over middelen van bestaan beschikt. De rechtbank acht dit aannemelijk en is daarom van oordeel dat het beroep op betalingsonmacht moet worden toegewezen. Eiser hoeft in deze procedure geen griffierecht te betalen.
Ontwikkelingen met betrekking tot opvang van ongedocumenteerden 2. Op 29 november 2018 hebben verweerder en de VNG een samenwerkingsovereenkomst getekend voor de LVV’s. Binnen vijf gemeenten zullen gedurende drie jaar pilots worden uitgevoerd. In deze pilots werken Rijk en gemeenten met medewerking van NGO’s samen met als doel het realiseren van een landelijk netwerk van begeleidings- en opvangvoorzieningen om bestendige oplossingen te vinden voor migranten zonder recht op verblijf of rijksopvang. De gemeente Amsterdam is een van de pilotgemeenten.
Waar gaat deze procedure over?
Oordeel van de rechtbank 10. De rechtbank stelt voorop dat de enkele doorzending door de DT&V naar de gemeente Amsterdam geen feitelijke handeling is in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000. De rechtbank volgt verweerder echter in diens opvatting van het bezwaarschrift, namelijk dat het bezwaar kan worden opgevat als een bezwaar tegen de weigering van DT&V om namens verweerder te beslissen op het verzoek om toelating tot de LVV. In zoverre is wel sprake van een feitelijke handeling en stond dus bezwaar open.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, voorzitter, en mr. A.J. Dondorp en mr. B.C. Langendoen, leden, in aanwezigheid van mr. J.C.E. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 10:1 Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
Artikel 10:12 Deze afdeling is van overeenkomstig toepassing indien een bestuursorgaan aan een ander, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, volmacht verleent tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, of machtiging verleent tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Mandaatbesluit en machtiging LVV Artikel 2 1. Ter uitvoering en met inachtneming van de samenwerkingsafspraken en de convenanten wordt aan de burgemeester, de collegeleden, de wethouders, de afdelingshoofden, de beleidsontwikkelaars, de adviseurs migratie en integratie en de sectordirecteuren mandaat en machtiging verleend ten behoeve van het verrichten van handelingen die verband houden met: a. de toelating tot de LVV; b. het verblijf in de LVV; c. het beëindigen van het onderdak in de LVV.
Artikel 5 Bij de uitoefening van de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden en gemachtigde handelingen worden de instructies van de Staatssecretaris in acht genomen.
Convenant pilot-LVV in de gemeente Amsterdam Artikel 4.2 Alle partijen bij dit convenant weten wie er in de LVV is toegelaten en worden zo snel mogelijk geïnformeerd over aanmeldingen voor de LVV. Een vreemdeling kan zichzelf aanmelden, tevens kunnen alle partijen bij dit convenant een vreemdeling aanmelden als kandidaat voor begeleiding in de pilot-LVV. De gemeente beslist, zoveel mogelijk op basis van consensus in het lokale casusoverleg LVV (of LSO) van de pilot LVV, om (namens de Staatssecretaris) aan een vreemdeling die zich meldt onderdak en individuele begeleiding te bieden.
Landelijke Voorziening Vreemdelingen.
Dit verzoek heeft ook aan de basis gestaan van de beroepen in de zaken AWB 19/7296, AWB 19/7780 en AWB 19/9061. De beroepen in de zaken 19/7296 en 19/9061 zijn in een uitspraak van vandaag niet-ontvankelijk verklaard. Ten aanzien van het beroep in de zaak 19/7780 heeft de rechtbank zichzelf onbevoegd verklaard.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Dienst Terugkeer en Vertrek.
Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 25 maart 2019, nr. 2540879, houdende verlening van mandaat en machtiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening.
Het beroep in de zaak AWB 19/9060 is in een uitspraak van vandaag ongegrond verklaard.
Vreemdelingenwet.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2007:BB9480, zie www.rechtspraak.nl.
Algemene wet bestuursrecht.