RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.6106 en NL20.1608 V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam] en [naam] , mede namens [naam], [naam] en [naam] gezamenlijk genoemd: eisers (gemachtigde: mr. P.H. Hillen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluiten van 3 maart 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Met toestemming van partijen is het onderzoek op zitting achterwege gebleven. Overwegingen
- Eisers stellen de Albanese nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op [geboortedatum] , [geboortedatum] , [geboortedatum] , [geboortedatum] en [geboortedatum] . Op 19 februari 2020 hebben zij een asielaanvraag ingediend.
- Verweerder heeft deze asielaanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Albanië als veilig land van herkomst wordt aangemerkt en niet is gebleken dat dit voor eisers niet het geval is. Gelet hierop heeft verweerder bepaald dat op eisers een onmiddellijke vertrekplicht rust. Daarnaast ziet verweerder geen aanleiding eisers met toepassing van artikel 64 van de Vw uitstel van vertrek te verlenen om medische redenen.
- In beroep komen eisers enkel op tegen de weigering om toepassing te geven aan artikel 64 van de Vw. Eisers hebben aangevoerd dat zij geen medische stukken kunnen overleggen over de medische situatie van [naam] en [naam] doordat de medische zorg beperkt toegankelijk is vanwege de uitbraak van het Coronavirus. Daarnaast stellen eisers zich op het standpunt dat het opleggen van de vertrekplicht aan hen niet redelijk is in verband met de huidige maatregelen rondom het Coronavirus. Het is voor eisers nu niet mogelijk om naar Albanië terug te keren.
- De rechtbank stelt vast dat eisers tot op heden geen recente medische stukken over de gezondheidssituatie van [naam] en [naam] hebben overgelegd. Gelet hierop heeft verweerder niet kunnen vaststellen dat die gezondheidssituatie zich verzet tegen uitzetting, zodat verweerder geen toepassing heeft hoeven geven aan artikel 64 van de Vw. Dat eisers door de uitbraak van het Coronavirus niet in staat zijn om medische stukken op te vragen, maakt het vorenstaande niet anders. Daarbij geldt dat in deze omstandigheden geen uitzetting plaatsvindt. Zodra eisers in het bezit zijn van recente medische stukken kunnen zij verweerder verzoeken om hen uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen.
- Het onthouden van een vertrektermijn aan eisers is in overeenstemming met het beleid van verweerder op grond van artikel 62 van de Vw. Het tijdelijk beletsel voor gedwongen verwijdering dan wel vrijwillig vertrek doet niet af aan de juistheid en rechtmatigheid van de bestreden besluiten. Verweerder mag dan ook van eisers verwachten dat zij zich onmiddellijk naar Albanië vertrekken zodra dat mogelijk is.
- De beroepen zijn ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet 2000.