Rechtbank Den HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 20-15 Zaaknummer: C/09/586472 Datum beschikking: 31 januari 2020 Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator Beschikking in het kader van het op 8 januari 2020 ingekomen verzoek van: [Y] , de vader, wonende te [woonplaats 1] , Italië, advocaat: mr. H.A. Schipper te ‘s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [X] , de moeder, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. J. Schoenmakers te Breda. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; de brief van 24 januari 2020 van de zijde van de moeder; de brief van 28 januari 2020, met bijlagen van de zijde van de vader. Op 27 januari 2020 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat en mw [naam medewerkster RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. H. Dragtsma. De behandeling ter terechtzitting is aangehouden. Op genoemde regiezitting is aan partijen de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. Partijen hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt. Verzoek en verweer De vader heeft verzocht de afgifte van na te melden kind aan de vader te gelasten, opdat de vader met het kind kan terugkeren naar Italië op de kortst mogelijke termijn en met veroordeling van de moeder in alle kosten die de vader in verband met de ontvoering en de teruggeleiding van het kind heeft gemaakt en nog zal maken, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder voert verweer. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum huwelijk] 2004 tot [datum echtscheiding] 2018. - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] (hierna: [voornaam minderjarige] ). - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [voornaam minderjarige] uit. - Partijen zijn in september 2015 met [voornaam minderjarige] naar Italië geëmigreerd. - Begin 2018 is de moeder naar Nederland teruggekeerd. - Als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken hebben partijen in het ouderschapsplan van 8 februari 2018 afgesproken dat [voornaam minderjarige] het hoofdverblijf heeft bij de vader en hij één week per maand met de moeder samen is in Italië. In die week is de vader in Nederland. Er is sprake van “birdnesting” voor [voornaam minderjarige] . - [voornaam minderjarige] is na een verblijf in de kerstvakantie van 22 december 2019 tot 27 december 2019 bij de moeder in Nederland, niet op 27 december 2019 aan de vader afgegeven voor terugkeer naar Italië. - De vader, de moeder en [voornaam minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. - De vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit. Beoordeling Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden: Wat geeft de [voornaam minderjarige] zelf aan over een eventueel verblijf in Italië en een eventueel verblijf in Nederland? In hoeverre lijkt [voornaam minderjarige] zich vrij te kunnen uiten? In hoeverre lijkt [voornaam minderjarige] de gevolgen van het verblijf in Italië of het verblijf in Nederland te overzien? Wil [voornaam minderjarige] met de rechter(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.