vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/555356 / HA ZA 18-713 Vonnis in incident van 22 januari 2020 in de zaak van 1PRODUCENTEN ORGANISATIE VARKENSHOUDERIJ, te Zeist, 2. [eisende partij sub 2], te [plaats 1] , 3. [eisende partij sub 3], te [plaats 2] , 4. [eisende partij sub 4], te [plaats 3] , 5. [eisende partij sub 5], te [plaats 4] , 6. [eisende partij sub 6], te [plaats 5] , 7. [eisende partij sub 7], te [plaats 6] , 8. [eisende partij sub 8], te [plaats 7] , alsmede haar afzonderlijke maten, 8a. [eisende partij sub 8a], te [plaats 7] , 8b. [eisende partij sub 8b], te [plaats 7] , 9. [eisende partij sub 9], te [plaats 8] , 10. [eisende partij sub 10], te [plaats 9] , eisers in het incident, eisers in de hoofdzaak, advocaten mr. F.H. Damen en mr. G.J.M. de Jager te Rotterdam, tegen DE PROVINCIE NOORD-BRABANT, te Den Bosch, verweerster in het incident, gedaagde in de hoofdzaak, advocaten mr. J.A.M. van Heijningen en mr. J.P.M. Beers te Den Bosch. Eiseres sub 1 zal hierna POV worden genoemd en eisers zullen hierna gezamenlijk POV c.s. worden genoemd. Gedaagde zal hierna de Provincie worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 19 december 2018 en de daarin genoemde stukken; - akte overlegging productie van de zijde van de Provincie, met productie 2, van 2 januari 2019; - akte uitlaten van de zijde van POV c.s., met producties 74 tot en met 136, waarbij wordt aangegeven dat producties 87, 106 en 107 nog worden nagezonden, van 13 maart 2019; - conclusie van antwoord tevens houdende antwoordakte uitlaten van de zijde van de Provincie, met producties 3 tot en met 57, van 3 april 2019; - akte overlegging producties van de zijde van de Provincie, met producties 58 tot en met 69, van 10 juli 2019; - incidentele conclusie houdende een provisionele vordering van de zijde van POV c.s., met producties 137 tot en met 149, van 17 juli 2019; - nadere conclusie van antwoord in het incident houdende een provisionele vordering van de zijde van de Provincie, met productie 70, van 21 augustus 2019; - akte overlegging producties in de hoofdzaak tevens in het incident houdende een provisionele vordering van de zijde van de Provincie, met producties 71 tot en met 77, van 25 september 2019; - antwoordakte in het incident houdende een provisionele vordering tevens houdende akte wijziging eis van de zijde van POV c.s., met producties 150 tot en met 178, van 23 oktober 2019; - antwoordakte in het incident houdende een provisionele vordering ex artikel 223 Rv tevens houdende antwoordakte wijziging van de eis van de zijde van de Provincie, met producties 78 tot en met 84, van 20 november 2019; - het op 22 november 2019 ingediende B16-formulier van de zijde van POV c.s., met producties 87, 106 en 107; - akte wijziging eis en overleggen producties van de zijde van POV c.s., met producties 179 en 180, van 6 december 2019; - akte overlegging productie van de zijde van POV c.s., met productie 181, van 6 december 2019; - het proces-verbaal van comparitie van 6 december 2019 en de daarin genoemde stukken; - akte wijziging eis in het incident houdende een provisionele vordering van de zijde van POV c.s. van 18 december 2019; - akte overlegging producties in de hoofdzaak tevens in het incident houdende een provisionele vordering van de zijde van de Provincie, met producties 85 en 86, van 18 december 2019; - antwoordakte wijziging eis in de hoofdzaak en antwoordakte uitlaten tevens wijziging eis in het incident houdende een provisionele vordering van de zijde van de Provincie van 8 januari 2020; - antwoordakte naar aanleiding van de akte overleggen producties en akte uitlaten in het incident en in de hoofdzaak van de zijde van POV c.s. van 8 januari 2020. 1.2. Het proces-verbaal van de comparitie van partijen is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. POV c.s. heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 6 januari 2020 en de Provincie heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 8 januari 2020. Deze brieven maken deel uit van het procesdossier en het vonnis wordt gewezen met inachtneming van deze brieven, voor zover het correcties van feitelijke aard betreffen. 1.3. Ten slotte is een datum voor vonnis in het incident bepaald. 2Het geschil en de beoordeling daarvan in het incident 2.1. POV c.s. vordert, na wijziging van eis, bij provisioneel vonnis als bedoeld in artikel 223 Rv en uitvoerbaar bij voorraad, de artikelen 2.66 en 2.67 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) jegens eisers, alsmede de bij eiseres sub 1 aangesloten varkenshouders, buiten toepassing te verklaren tot 1 januari 2021 dan wel (subsidiair) gedurende het geding en daarmee te bepalen dat eisers niet gehouden zijn een ontvankelijke en vergunbare aanvraag omgevingsvergunning milieu dan wel een melding ingevolge het Activiteitenbesluit in te dienen als bedoel in artikel 2.66, tweede lid, van de IOV c.q. de mededeling te doen als bedoeld in artikel 2.67 onder b, sub 4 van de IOV, alsmede daarmee te bepalen dat eisers niet gehouden zijn aan de realisatietermijn uit 2.66, tweede lid aanhef, van de IOV dan wel artikel 2.67 onder b aanhef van de IOV te voldoen, zulks onder de bepaling dat daarmee geen overtreding van de verplichting uit de artikelen 2.66 en 2.67 van de IOV wordt begaan en zulks tot slot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.