Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/588960 / KG ZA 20/180 Vonnis in kort geding van 25 mei 2020 in de zaak van Stichting Stop5GNL te Amsterdam, eiseres, advocaten mrs. H.H.T Beukers en X.P.C. Wynands te Eindhoven, tegen: de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) te Den Haag, gedaagde, advocaten mrs. S.M. Kingma en E.H.P. Brans te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Stop5GNL’ en ‘de Staat’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met (uiteindelijk) 68 producties; - de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord met 30 producties; - de bij de mondelinge behandeling door beide partijen overgelegde pleitnotities. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 mei 2020. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Stop5GNL is een stichting die als doel heeft het beschermen en bevorderen van de gezondheid van Nederlandse ingezetenen in zijn algemeenheid en in het bijzonder in verband met elektromagnetische velden. 2.2. Elektromagnetische golven zijn een natuurkundig verschijnsel en hebben zowel kunstmatige als natuurlijke bronnen. Elektromagnetische golven ontstaan door de beweging van elektrische ladingen. De frequentie van een golf geeft aan hoe vaak die per seconde van richting en sterkte wisselt. De frequentie wordt gemeten in Hertz (Hz), waarbij een Hz een trilling per seconde is. Hoe hoger de frequentie is, hoe korter de golflengte en hoe minder ver de elektromagnetische golven reiken. 2.3. Elektromagnetische golven met frequenties tussen 10 kilohertz (kHz) en 300 gigahertz (GHz) worden elektromagnetische of radiofrequente velden genoemd. Ze worden onder andere gebruikt voor radio, televisie en mobiele telefoons. 2.4. Als elektromagnetische golven een hoge frequentie hebben, wordt dat in de wetenschap elektromagnetische straling genoemd. Voorbeelden hiervan zijn UV-licht en röntgenstraling. Elektromagnetische golven met een dergelijke hoge frequentie worden ook wel ioniserende straling genoemd. Deze straling bevat zoveel energie dat ze een elektron uit een atoom kan wegslaan. Hierdoor krijgt het atoom een positieve lading en wordt het een ion. Op deze wijze kan ioniserende straling onder meer het DNA van lichaamscellen beschadigen. Schade aan het DNA kan kanker veroorzaken. Ook een te hoge blootstelling aan elektromagnetische velden (niet-ioniserende straling) kan gezondheidsschade veroorzaken. 2.5. Doordat antennes van telecommunicatiesystemen elektromagnetische golven met een bepaalde frequentie uitzenden, kunnen mensen digitaal met elkaar communiceren. De te verzenden data worden door de zender/antenne-combinatie ‘verpakt’ en verzonden via de golven. De ontvanger zet de golf vervolgens weer om in een leesbaar signaal. 2.6. In 1992 werden in Nederland de eerste gsm-netwerken in gebruik genomen (2G genoemd: de tweede generatie). Sindsdien zijn voor de verbinding tussen de zender en de ontvanger van mobiele communicatie steeds geavanceerdere standaarden (protocollen) ontwikkeld, die achtereenvolgens de namen 3G en 4G hebben gekregen. 2G (GSM) werd vooral gebruikt om te telefoneren en korte tekstberichten te verzenden. Het UMTS-netwerk 3G kan grotere hoeveelheden data verwerken en versturen, waardoor het ook geschikt is om op internet te gaan. In 2013 is 4G (LTE) in Nederland geïntroduceerd, dat vooral is gericht op de (massa)verwerking van data. 2.7. “5 G New Radio” is een doorontwikkeling van 4G. 5G zorgt voor meer capaciteit en een snellere verbinding. Dat zal allerlei nieuwe toepassingen mogelijk maken, zoals netwerken van sensoren en geautomatiseerde processen en onderling verbonden autonome voertuigen. 2.8. Mobiele telecommunicatie vindt plaats via beschikbare (radio)frequentiebanden. Het totale frequentiegebruik in Nederland ligt vast in het Nationaal Frequentieplan 2014. Dat plan is opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en geeft per frequentieband aan voor welke diensten en toepassingen de band is bestemd. Zo zijn banden bedoeld voor mobiele telefonie en internet, radio- en televisie-uitzendingen en luchtverkeersleiding. De verschillende generaties mobiele netwerken maken gebruik van verschillende frequentiebanden. 2.9. De Europese Unie heeft drie “nieuwe” frequentiebanden aangewezen, die extra capaciteit geven voor mobiele verbindingen en die gebruikt kunnen worden door 5G-systemen. In het Actieplan Digitale Connectiviteit van het Ministerie van EZK van 3 juli 2018, dat regeringsbeleid bevat ter zake van connectiviteit, is voorzien dat deze frequentiebanden ook in Nederland beschikbaar komen voor mobiele communicatie. 2.10. De uitgifte van de nieuwe frequentiebanden zal plaatsvinden door middel van een veiling. De Staat is voornemens de 700, 1.400 en 2.100 MHz-frequentiebanden in 2020 te veilen en beschikbaar te stellen voor mobiele communicatie. De huidige 2.100 MHz-band is al in gebruik en de vergunningen daarvoor lopen af op 31 december 2020, waarna de nieuwe 2.100 Mhz-vergunningen begin 2021 in werking treden. De veiling van de 3,5 GHz-band staat gepland voor begin 2022 en de uitgifte van de 26 GHz-band voor 2021. Vergunningen worden in principe verleend voor de duur van twintig jaren. 2.11. In Nederland zijn limieten opgesteld voor de blootstelling aan elektromagnetische velden. De richtlijnen van de International Commission on Non-Ionising Radiation Protection (ICNIRP) vormen de basis voor de in Nederland gehanteerde blootstellingslimieten. ICNIRP is een internationale non-profitorganisatie die advies geeft over de gezondheids- en milieueffecten van niet-ioniserende straling. De ICNIRP-richtlijnen zijn voor het eerst vastgesteld in 1998. In 2010 heeft ICNIRP, nadat zij de sinds 1998 verschenen studies had beoordeeld, een beknopte verklaring gepubliceerd, waarin zij de basisrestricties uit 1998 heeft bevestigd. De ICNIRP-richtlijnen zijn in maart 2020 vernieuwd, waarbij de referentieniveaus grotendeels hetzelfde zijn gebleven. 2.12. In het Antenneconvenant, een bindend convenant tussen de Staat, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en antenneoperators, zijn de voor het algemeen publiek aanbevolen ICNIRP-blootstellingslimieten vastgelegd. In de toekomst zullen deze limieten worden vastgelegd bij algemene maatregel van bestuur op grond van de Telecommunicatiewet. 2.13. Het Agentschap Telecom, een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), handhaaft de blootstellingslimieten uit het Antenneconvenant. Het Agentschap Telecom controleert of de veldsterkten waaraan mensen in Nederland worden blootgesteld de blootstellingslimieten niet overschrijden en verricht daartoe metingen door heel Nederland. Het Agentschap Telecom heeft ook diverse veldsterktemetingen uitgevoerd bij antennes op 5G-testlocaties. 2.14. Bij brief van 5 november 2019 heeft de Tweede Kamer aan de Gezondheidsraad verzocht om een advies uit te brengen over de mogelijke gezondheidsrisico’s in relatie tot 5G. Het rapport van de Gezondheidsraad wordt verwacht in juli 2020. 3Het geschil 3.1. Stop5GNL vordert, zakelijk weergegeven, de Staat te verbieden om (rechts)handelingen of gedragingen te verrichten die de uitrol van 5G bevorderen of mogelijk maken, waaronder de veiling van de voor 5G bestemde 700, 1.400 en 2.100 MHz en/of 3,5 en 26 GHz-frequentiebanden, het verlenen van vergunningen voor het gebruik van deze frequenties, het toestaan van gebruik ten behoeve van 5G-technologie van reeds beschikbaar gestelde frequenties, het verlenen van testvergunningen voor frequentieruimte die is bestemd voor 5G en het overigens faciliteren van gebruik van openbare middelen voor 5G, primair: tot het moment dat onherroepelijk in rechte is vastgesteld dat naar de beste wetenschappelijke inzichten is aangetoond dat de uitrol c.q. toepassing van 5G-technologie geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid (op de lange termijn); subsidiair: tot het moment dat onherroepelijk in rechte is vastgesteld dat uit wetenschappelijk onderzoek door minimaal vijf gerenommeerde onafhankelijke instituten is gebleken dat de uitrol c.q. toepassing van 5G-technologie geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid (op de lange termijn); meer subsidiair: totdat de Gezondheidsraad zijn onderzoek, zoals verzocht door de Tweede Kamer bij brief van 5 november 2019, heeft afgerond en onomstotelijk heeft geconcludeerd dat de uitrol van 5G geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid (op de lange termijn); alles op straffe van verbeurte van een dwangsom. 3.2. Daartoe voert eiseres – samengevat – het volgende aan. De uitrol van 5G is onverantwoord, onaanvaardbaar en onrechtmatig, terwijl de uitrol onomkeerbaar is. De uitrol van 5G beoogt een landelijke dekking en burgers kunnen zich hieraan dus niet onttrekken. Vele onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat, met name langdurige, blootstelling aan elektromagnetische straling leidt tot reële en ernstige gezondheidsrisico’s. Ook dringen veel wetenschappers erop aan om eerst gezondheidsrisico’s nader te onderzoeken en uit te sluiten alvorens de uitrol van 5G voort te zetten. De schadelijke gevolgen van elektromagnetische velden op de lange termijn zijn niet of nauwelijks (deugdelijk) onderzocht. Bij de uitrol van 5G zal de stralingsdichtheid flink omhoog gaan. Doordat het bereik van (korte) radiogolven op de voor 5G bestemde (hogere) frequenties veel korter is, zullen veel meer antennes nodig zijn om een dekkend 5G-veld te creëren. Dit zal leiden tot een aanzienlijke toename van blootstelling aan elektromagnetische straling en dus tot grotere gezondheidsrisico’s. Voornoemde onderzoeken en oproepen worden door de Staat genegeerd. In andere landen worden ze wel serieus genomen. Verzekeraars plaatsen elektromagnetische golven in de hoogste risicoklasse. De Staat ziet ten onrechte geen reden om de uitrol van 5G te staken. Economische en technologische motieven prevaleren en aan het gezondheidsaspect wordt niet reëel aandacht besteed. De richtlijnen en studies waarop de Staat zich beroept, zijn niet overtuigend en in enkele gevallen zelfs ondeugdelijk. Bovendien sluit geen van deze studies uit dat 5G leidt tot gezondheidsschade, zeker niet waar het gaat om de middellange en lange termijn. Ook bestrijken geen van de door de Staat gebruikte adviezen het volledige spectrum van gezondheidsrisico’s. Pas in november 2019 is voor het eerst aan de Gezondheidsraad gevraagd om een volledig en relevant onderzoek te doen naar alle gezondheidsrisico’s van elektromagnetische straling, specifiek in relatie tot 5G, maar de Staat wil de bevindingen van dat onderzoek niet afwachten. De Staat zegt zich te houden aan de blootstellingsrichtlijnen van ICNIRP, maar die zijn ontoereikend en niet adequaat. Ten onrechte liggen uitsluitend thermische effecten ten grondslag aan de blootstellingsrichtlijnen van ICNIRP, zijn relevante non-thermische processen niet betrokken bij de totstandkoming daarvan en is geen acht geslagen op specifieke karakteristieken van 5G-technologie. Met de recente update van de ICNIRP-richtlijnen zijn de bezwaren niet weggenomen. Daarnaast zijn de veldsterktemetingen die zijn uitgevoerd niet representatief voor de situatie die na de uitrol van 5G zal ontstaan. Op de Staat rust de verplichting om de gezondheid van haar burgers zoveel als mogelijk te waarborgen (de positieve zorgplicht). De Staat moet op grond van het EVRM en de Grondwet die maatregelen nemen die noodzakelijk en voldoende zijn om burgers effectief te beschermen. Ook het algemeen erkende voorzorgsbeginsel noopt ertoe dat potentiële schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier en plant zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Onzekere risico’s moeten vroegtijdig worden beheerst, ook bij de regulering van nieuwe technologieën. Als het om de volksgezondheid gaat, is een aanzienlijke mate van zekerheid over de veiligheid minst genomen vereist. Bij de uitrol van 5G laat de Staat niet alleen na om voorzorgsmaatregelen te nemen, maar creëert hij de schadelijke situatie zelfs. Ingrijpen is dus te meer aangewezen. 3.3. De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil ontvankelijkheid 4.1. De Staat heeft allereerst aangevoerd dat Stop5GNL niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen omdat voor haar een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan. Dat verweer slaagt niet. Daartoe is het volgende redengevend. 4.2. Uit artikel 3.1 lid 3 sub b van de Telecommunicatiewet volgt dat in het Nationale Frequentieplan 2014 (NFP2014) beperkingen kunnen worden opgelegd met betrekking tot de te gebruiken technologie indien dat nodig is om de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden. Uit het NFP2014 zelf blijkt dat die beperkingen niet zijn opgelegd, in ieder geval niet voor wat betreft het gebruik van 5G-technologie. Het NFP2014 vermeldt dat in het Nederlandse frequentiebeleid naar algemene bestemmingen wordt gestreefd, zodat bestemmingen waar mogelijk techniekneutraal zijn. Marktpartijen bepalen dus zelf welke techniek ze toepassen en ook of en wanneer ze overstappen naar modernere technieken. Dit uitgangspunt wordt herhaald in de meest recente wijziging van het NFP2014. Daarnaast bepaalt het NFP2014 dat het een besluit is in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht, zodat daartegen beroep openstaat bij de bestuursrechter. 4.3. Stop5GNL had bij de bestuursrechter kunnen ageren tegen de in het NFP2014 gemaakte keuze van “technologie-neutraliteit”, aldus de Staat. Dit standpunt van de Staat ziet eraan voorbij dat toepassing van de 5G-technologie nog geen reële mogelijkheid was in 2014. Gelet hierop kan nu niet aan Stop5GNL worden tegengeworpen dat zij indertijd niet heeft geageerd tegen deze nieuwe en specifieke technologie. 4.4. Voor zover de Staat betoogt dat Stop5GNL de bestuursrechtelijke rechtsmiddelen kan benutten die beschikbaar zijn in de diverse lopende vergunningsprocedures, geldt dat ook dat betoog niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van Stop5GNL in deze procedure. Stop5GNL kan in die afzonderlijke procedures immers hoe dan ook geen totaalverbod op de uitrol van 5G bewerkstelligen, zoals zij in deze procedure beoogt. De noodzakelijk te verlenen vergunningen voor de uitrol van een 5G-netwerk zien op het gebruik van de frequentiebanden en op specifiek te vergunnen bestemmingen (omgevingsvergunningen). Van Stop5GNL kan niet worden gevergd dat zij de rechtmatigheid van vele individuele besluiten die genomen worden bij de uitrol van het 5G-netwerk, aanvecht. Nu zij de principiële keuze die aan al die besluitvormingsprocessen ten grondslag ligt ter discussie wil stellen, zou zij in dat geval geen adequate rechtsbescherming hebben. 4.5. De Staat heeft met verwijzing naar de hiervoor al genoemde keuze van technologie-neutraliteit aangevoerd dat er helemaal geen sprake is van een door hem gemaakte keuze voor de uitrol van 5G. Dat betoog kan niet worden gevolgd. Weliswaar is juist dat de keuze voor het al dan niet gebruiken van de te veilen frequentieruimte formeel wordt overgelaten aan de telecombedrijven, maar het is evident dat de Staat de telecombedrijven aanmoedigt en faciliteert in het gebruik van 5G. Documenten van de zijde van de Staat waarin het beleid op het gebied van innovatie en connectiviteit wordt verwoord, tonen dat onmiskenbaar aan. Ook wordt door de Staat zelf een duidelijk verband gelegd tussen de aanstaande veilingen van de frequentiebanden en de uitrol van 5G. 4.6. Zo vermeldt het Actieplan Digitale connectiviteit van het Ministerie van EZK dat het aansluit bij de Europese oproep om nieuwe doelstellingen en plannen voor 5G te ontwikkelen (p. 5), dat de uitrol van 5G-netwerken is voorzien vanaf 2020 (p. 7) en dat voor de uitrol van 5G in Nederland nieuw spectrum beschikbaar moet komen en het lokale beleid voor het plaatsen van de vele 5G-antennes op orde moet zijn (p. 7). In de aanbiedingsbrief van 2 juli 2018 bij het Actieplan Digitale Connectiviteit schrijft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat onder meer “Allereerst geeft het kabinet aanbieders van mobiele communicatie zekerheid dat de uitgifte van frequenties op landelijk exclusieve basis, waaronder voor de 700, 1400 en 2100 MHz-banden, in principe voor 20 jaar zal plaatsvinden. Hiermee wordt zekerheid gegeven voor de uitrol van de nieuwe 5G-netwerken. Een andere belangrijke frequentie voor de uitrol van 5G is de 3,5 GHz-band.” Een brief van 3 februari 2020 van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de veiligheid van 5G-netwerken (Kamerstuk 24 095, nr. 495) heeft expliciet betrekking op “de veiling van 5G-frequenties”. Het Agentschap Telecom vermeldt op haar website dat de te veilen frequentiebanden nu nog voor andere toepassingen worden gebruikt, maar voor 5G zijn aangewezen. 4.7. Uit de veelvoud aan verwijzingen naar 5G van organen van de Staat, waarvan hier slechts een fractie is uitgelicht, blijkt wel dat het beleid van de Staat is gericht op uitrol van het 5G-netwerk. De Staat weet dat de frequentiebanden die zullen worden geveild, gebruikt zullen worden voor de 5G en stelt daaraan geen beperkingen. Integendeel, hoewel de frequentiebanden technisch gezien ook voor andere toepassingen kunnen worden gebruikt, veilt de Staat de frequentiebanden nu juist met het oog op de 5G-techniek. De Staat kan zich dan ook niet verschuilen achter het uitgangspunt van technologie-neutraliteit. 4.8. Een en ander leidt tot de conclusie dat Stop5GNL ontvankelijk is in haar vorderingen. de vorderingen 4.9. Stop5GNL wenst met dit kort geding te voorkomen dat (landelijk) gebruik zal worden gemaakt van 5G omdat zij vreest dat dit tot gezondheidsschade zal leiden. Hierna zal slechts worden beoordeeld of er een gegronde reden bestaat om tot een verbod over te gaan ten aanzien van de door de Staat voorgenomen veilingen van frequenties en de daaraan gerelateerde gedragingen. Voor zover de vorderingen betrekking hebben op andere (rechts)handelingen die de uitrol van 5G bevorderen of mogelijk maken, komen die hoe dan ook niet voor toewijzing in aanmerking, nu die onvoldoende concreet zijn geformuleerd. Niet duidelijk is wat de Staat in dat geval precies zou moeten doen of nalaten. Europese regelgeving 4.10. Het regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en –diensten in Nederland wordt bepaald door vijf EU-richtlijnen die op 21 december 2020 worden vervangen door Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek van elektronische communicatie (hierna: de Telecomcode). De Telecomcode is, net als de vijf richtlijnen die daardoor worden vervangen, gericht op volledige harmonisatie van de regelgeving inzake elektronische communicatienetwerken, elektronische communicatiediensten, bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten en bepaalde aspecten van eindapparatuur. Artikel 124 van de Telecomcode bepaalt dat de lidstaten deze richtlijn vóór 21 december 2020 moeten hebben omgezet in nationaal recht. 4.11. Ook de uitgifte van frequentieruimte wordt gereguleerd vanuit Europa. In Besluit (EU) 2017/899 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 wordt overwogen dat doeltreffend spectrumbeheer een voorwaarde is voor de industriële omschakeling naar 5G. Het besluit bepaalt dat lidstaten uiterlijk op 30 juni 2020 het gebruik van de 700 MHz-frequentieband toestaan. Uit het Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/750 van de Commissie van 8 mei 2015 volgt dat de lidstaten de 1.400 MHz-frequentieband uiterlijk op 1 oktober 2018 toegewezen en beschikbaar gesteld dienen te hebben en uit het Uitvoeringsbesluit 2012/688/EU van de Commissie van 5 november 2012 volgt dat de lidstaten de 2.100 MHz-band uiterlijk op 30 juni 2014 beschikbaar moeten hebben gesteld. Dat laatste is ook gebeurd en deze band moet opnieuw worden geveild. Daarnaast volgt uit artikel 54 van de Telecomcode dat de lidstaten verplicht zijn om uiterlijk 31 december 2020 passende maatregelen te nemen om het gebruik van de 3,5 en 26 GHz-banden toe te staan, dan wel mogelijk te maken, als dat nodig is om de uitrol van 5G te vergemakkelijken. 4.12. Stop5GNL vordert een (voorlopig) verbod op de aanstaande veilingen van genoemde frequentiebanden. De Staat heeft zich tegen de vorderingen verweerd onder verwijzing naar voornoemde Europese regelgeving. Volgens de Staat geeft hij met de voorgenomen veilingen uitvoering aan Europese verplichtingen en is niet de nationale rechter, maar alleen het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd om te oordelen over de rechtmatigheid van Europese regelgeving. Dat verweer ziet er, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, aan voorbij dat Stop5GNL niet zozeer bezwaar heeft tegen de veilingen en het gebruik van de frequentiebanden op zichzelf, maar alleen voor zover die de uitrol van 5G faciliteren. 4.13. De considerans van de Telecomcode meldt dat beperkingen kunnen worden gesteld aan de vrijheid om elektronische communicatienetwerken en –diensten te leveren uit hoofde van de volksgezondheid (overweging 5). Daaraan wordt toegevoegd toe dat er absoluut voor moet worden gezorgd dat burgers niet zodanig worden blootgesteld aan elektromagnetische velden dat het schadelijk is voor de volksgezondheid (overweging 110). Hieruit volgt dat de Telecomcode beperkingen toestaat, zodat de rechtmatigheid van de Europese regelgeving hier niet ter discussie staat. Het is juist dat de Staat verplicht is om de hiervoor genoemde frequentiebanden uit te geven en dat die banden binnen bepaalde termijnen beschikbaar moeten zijn gesteld en moeten zijn toegewezen, maar op de Staat rust niet de verplichting tot onvoorwaardelijke uitgifte over te gaan. De Staat kan beperkingen stellen aan het ter beschikking stellen van de frequentiebanden als het belang van de volksgezondheid daartoe noopt. Het geschil van partijen spitst zich dan ook toe op de vraag of de Staat met het oog op de volksgezondheid gehouden is het gebruik van de frequentiebanden voor 5G te verbieden. toetsingskader 4.14. Op de Staat rust (ook) in algemene zin een verplichting om de volksgezondheid te beschermen, dat staat buiten kijf. Stop5GNL heeft aangevoerd dat de Staat onrechtmatig handelt door het gebruik van de frequentiebanden voor 5G toe te staan, en heeft in dit verband een beroep gedaan op het voorzorgsbeginsel en (fundamentele rechten uit) een groot aantal verdragen en de Grondwet. 4.15. Dat Stop5GNL zich de gezondheidsbelangen aantrekt van de inwoners van Nederland en zich inzet om die belangen te waarborgen, verdient lof. Het is begrijpelijk dat Stop5GNL zich zorgen maakt over de gezondheidsrisico’s die de uitrol van 5G mogelijk meebrengt. Er zijn vele rapportages verschenen over dit onderwerp en over de gezondheidsrisico’s van elektromagnetische golven in het algemeen en de conclusies in die rapportages zijn niet altijd eensluidend. Dat klemt temeer nu het voor de gemiddelde burger onduidelijk is welke (wetenschappelijke) waarde aan de diverse rapportages moet worden gehecht. De Staat heeft erop gewezen dat een juridische procedure niet de plaats is voor een wetenschappelijk debat. De voorzieningenrechter beaamt dat, en dat geldt al helemaal voor een kort geding als dit: daarin kan de wetenschappelijke waarde of het gewicht van onderzoeken niet worden beoordeeld. 4.16. Het is vaste jurisprudentie dat de Staat een wide margin of appreciation heeft bij de wijze waarop hij invulling geeft aan een op hem rustende positieve verplichting. Gelet hierop moet de rechter – en temeer de voorzieningenrechter in kort geding – terughoudend zijn bij de beoordeling. Alleen als evident is dat de Staat in redelijkheid niet de keuze had kunnen maken om het gebruik van de frequentiebanden voor 5G niet te verbieden, is plaats voor ingrijpen in dit kort geding. Voor de beantwoording van de vraag of de Staat opereert binnen de kaders van zijn beleidsvrijheid is van belang (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.