RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8339 V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser (gemachtigde: mr. J. de Jong), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. de Vita). Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 2 april 2020 (het bestreden besluit). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Overwegingen Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Syrische nationaliteit. Op 2 januari 2020 heeft hij een asielvraag ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder die aanvraag niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Roemenië heeft dit bevestigd door op 19 februari 2020 verweerders terugnameverzoek te accepteren. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. Het is onbekend of er inmiddels een beslissing is genomen op de asielaanvraag die hij in december 2019 in Roemenië heeft ingediend. Verweerder heeft ook niet de moeite genomen om dit na te vragen. Indien er een negatieve beslissing is genomen, kan deze aanvraag beschouwd worden als een opvolgende aanvraag en worden afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De kans op refoulement is daarmee aanwezig. Er kan daarom niet uitgegaan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.