RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.6292 en NL20.6294 V-nummers: [v-nummer] en [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1], eiser, en [naam 2] , eiseres, mede namens hun vier minderjarige kinderen, hierna gezamenlijk te noemen: eisers, (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs). Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van verweerder van 10 maart 2020 (de bestreden besluiten). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Overwegingen Eiser is geboren op [geboortedatum 1] en eiseres op [geboortedatum 2]. Zij hebben de Nigeriaanse nationaliteit. Op 5 november 2019 hebben zij asielaanvragen ingediend. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Duitsland heeft dit bevestigd door op 8 januari 2020 in te stemmen met verweerders terugnameverzoek. Eisers hebben in beroep betoogd dat verweerder de behandeling van hun aanvragen aan zich dient te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening, gelet op de huidige situatie die is ontstaan door de Corona-pandemie. Er vinden momenteel geen overdrachten plaats en als eisers wél zouden worden overgedragen aan Duitsland, is het ongewis wat er na de overdracht met het gezin zal gebeuren. Het is onduidelijk of er opvang en medische zorg beschikbaar zal zijn.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.