RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/2098 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 mei 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. H. Loth), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: H. Remenie). Procesverloop Bij e-mailbericht van 12 december 2019 heeft een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, afwijzend gereageerd op het verzoek van verzoeker tot teruggave van zijn in bewaring genomen paspoort. Verzoeker heeft hier tegen bezwaar gemaakt (de voorzieningenrechter begrijpt: administratief beroep ingesteld). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het paspoort onmiddellijk aan hem wordt teruggegeven. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Bij faxbericht van 15 mei 2020 heeft verzoeker op het verweerschrift gereageerd. De voorzieningenrechter heeft op 20 mei 2020 het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk gegrond of kennelijk ongegrond is. Het laatste is hier het geval. Daarom doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder behandeling van het verzoek ter zitting. 3. Op grond van artikel 52 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) zijn de ambtenaren, belast met de grensbewaking, en de ambtenaren, belast met het toezicht op vreemdelingen, zijn bevoegd om, ter vervulling van hun taken, reis- en identiteitspapieren van personen in te nemen, tijdelijk in bewaring te nemen alsmede om hierin aantekeningen te maken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hierover nadere regels gesteld. In artikel 4.23, eerste lid, onder d van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vw) is bepaald dat de ambtenaren belast met de grensbewaking of de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, op grond van artikel 52, eerste lid, van de Wet het reis- of identiteitspapier van een persoon tijdelijk in bewaring nemen voorzover zulks nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de Wet. De weigering tot teruggave van het paspoort moet worden aangemerkt als een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vw en moet derhalve gelijkgesteld worden met een besluit. 4. Voordat toegekomen kan worden aan een inhoudelijke rechtmatigheidsbeoordeling van de zaak moet de vraag worden beantwoord of verzoeker spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening, omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.