Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummers: SGR 20/444, SGR 20/765, SGR 20/786, SGR 20/793, SGR 20/835, SGR 20/849, SGR 20/1741, SGR 20/1742, SGR 20/1743, SGR 20/1744, SGR 20/1745, SGR 20/1746, SGR 20/1748, SGR 20/1761, SGR 20/1763, SGR 20/1764, SGR 20/1765, SGR 20/1770, SGR 20/1772, SGR 20/1773, SGR 20/1776, SGR 20/1778, SGR 20/1780, SGR 20/1846, SGR 20/1848, SGR 20/1850, SGR 20/1851 uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 mei 2020 op de verzoeken om een voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, tegen het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder (gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum). Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om bijzondere bijstand voor woonkosten (SGR 20/460), de kosten van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand (SGR 20/1009), de kosten van de gemeentelijke belastingen over 2019 (SGR 20/1179) en de kosten van het griffierecht (SGR 20/766, SGR 20/787, SGR 20/795, SGR 20/886, SGR 20/887, SGR 20/987, SGR 20/989, SGR 20/1010, SGR 20/1181, SGR 20/1182 en SGR 20/1256). Daarnaast heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het door hem gemaakte bezwaar tegen de besluiten van 2 september 2019 (SGR 20/836 en SGR 20/850), 5 september 2019 (SGR 20/990 en SGR 20/991), 6 september 2019 (SGR 20/1007), 11 september 2019 (SGR 20/1008), 20 september 2019 (SGR 20/1183 en SGR 20/1233), 23 september 2019 (SGR 20/1236 en SGR 20/1237) en 27 september 2020 (SGR 20/1239 en SGR 20/1243), waarbij verweerder zijn aanvragen om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht heeft afgewezen. Ook heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 5 september 2019 (SGR 20/888), waarbij verweerder zijn aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten naar de rechtbank heeft afgewezen. Connex aan deze beroepen heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen in bovengenoemde zaken/zaaknummers. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en gesteld dat spoedeisend belang ontbreekt. Op 23 mei 2020 heeft verzoeker een nadere toelichting ingezonden, met bijlagen. Overwegingen
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemgedingen niet. 2.1 Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2.2 Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
- Verzoeker betoogt dat verweerder niet binnen twee weken na de door hem ingediende ingebrekestellingen een besluit op zijn aanvraag dan wel bezwaar heeft genomen en dat verweerder hem daarom een dwangsom verschuldigd is. Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij de verzoeken om een voorlopige voorziening omdat hij op 3 januari 2020 van Krans Notarissen respectievelijk op 13 februari 2020 van Boeder Incasso bericht heeft gekregen dat de openbare verkoop (veiling) van zijn woning gepland staat op 16 maart
- In zijn nadere toelichting van 23 mei 2020 heeft verzoeker het standpunt ingenomen dat sprake is van afgenomen urgentie omdat de veiling niet is doorgegaan. Aangezien deze op een later tijdstip alsnog zal plaatsvinden, is er wel sprake van spoedeisendheid, aldus verzoeker.
- De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker door het uitblijven van besluitvorming in een (financiële) noodsituatie geraakt voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen.
- De datum 16 maart 2020 is inmiddels verstreken. Uit openbare bronnen is de voorzieningenrechter gebleken dat Minister [A] voor Milieu en Wonen, hypotheekverstrekkers en woonpartijen (Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, Nationale Hypotheekgarantie en Vereniging Eigen Huis) afspraken hebben gemaakt om ervoor te zorgen dat huiseigenaren niet op straat komen te staan ten tijde van de coronacrisis. Hypotheekverstrekkers zoeken met huiseigenaren naar oplossingen en gaan in deze periode niet over tot gedwongen verkopen van woningen. Zij hebben afgesproken dat tenminste tot 1 juli 2020 niet zal worden overgegaan tot gedwongen verkopen van woningen, tenzij er sprake is van bijvoorbeeld criminele activiteiten zoals fraude, wietteelt en/of het onderhouden van een drugslab. Dit blijkt uit het ‘Gezamenlijk statement hypotheekverstrekkers over gedwongen verkopen tijdens de Coronacrisis’ van 7 april
- Op de website www.openbareverkoop.nl wordt bij de woning van verzoeker vermeld: “Status: Uitgesteld, datum onbekend”.
- Uit de nadere toelichting van verzoeker van 23 mei 2020 blijkt dat de veiling van zijn huis als gevolg van de coronacrisis is uitgesteld naar 20 april
- Dit blijkt ook uit de door verzoeker overgelegde e-mail van Krans Notarissen van 10 april
- Ook die veiling is echter niet doorgegaan.
- De huidige stand van zaken, zo blijkt uit genoemde e-mail van Krans Notarissen, is dat het de notaris niet zou verbazen als de veiling pas na het zomerreces, dus niet eerder dan in september 2020, zal plaatsvinden. Zodra een nieuwe datum bekend is, zal verzoeker worden geïnformeerd, aldus Krans Notarissen.
- Anders dan verzoeker in zijn nadere toelichting van 23 mei 2020, is de voorzieningenrechter van oordeel dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorzieningen is komen te ontbreken. Daargelaten de vraag of (nog) zeker is dat de openbare verkoop zal plaatsvinden, is er geen concrete datum voor een voorgenomen veiling meer bekend en zal deze blijkens de door verzoeker overgelegde stukken mogelijk niet eerder dan in september 2020 plaatsvinden. Spoedeisendheid kan in deze voorlopige voorzieningenprocedures niet enkel worden aangenomen omdat op een onzekere datum over ongeveer drie tot vier maanden mogelijk een openbare verkoop zal plaatsvinden.
- Daarbij komt, zoals overwogen in punt 4, dat aannemelijk moet zijn dat verzoeker in een financiële noodsituatie geraakt voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen. De rechtbank is voornemens om de aan deze voorlopige voorzieningen connexe bodemzaken op 6 juli 2020 op een zitting te behandelen. Uitgaande van de wettelijke uitspraaktermijn van zes weken, betekent dit dat ook geen sprake is van de situatie dat de uitspraak van de rechtbank niet kan worden afgewacht.
- De verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is op 26 mei 2020 gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A.E. Bach, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. de griffier is verhinderd voorzieningenrechter deze uitspraak te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. BIJLAGE I Beroepsprocedure Voorlopige voorziening SGR 20/460 SGR 20/444 SGR 20/766 SGR 20/765 SGR 20/787 SGR 20/786 SGR 20/795 SGR 20/793 SGR 20/836 SGR 20/835 SGR 20/850 SGR 20/849 SGR 20/886 SGR 20/1763 SGR 20/887 SGR 20/1764 SGR 20/888 SGR 20/1765 SGR 20/987 SGR 20/1761 SGR 20/989 SGR 20/1745 SGR 20/990 SGR 20/1741 SGR 20/991 SGR 20/1742 SGR 20/1007 SGR 20/1743 SGR 20/1008 SGR 20/1744 SGR 20/1009 SGR 20/1748 SGR 20/1010 SGR 20/1746 SGR 20/1179 SGR 20/1776 SGR 20/1181 SGR 20/1778 SGR 20/1182 SGR 20/1780 SGR 20/1183 SGR 20/1770 SGR 20/1233 SGR 20/1772 SGR 20/1236 SGR 20/1773 SGR 20/1237 SGR 20/1846 SGR 20/1239 SGR 20/1848 SGR 20/1243 SGR 20/1851 SGR 20/1256 SGR 20/1850 Een overzicht van de voorlopige voorzieningen met de bijbehorende beroepsprocedures is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, en maakt daarvan deel uit. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/04/07/geen-gedwongen-verkopen-van-huizen-gedurende-coronacrisis