← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:4914

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/2226 V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2020 op het verzet van [eiser 1] , geboren op [geboortedatum] , van Pakistaanse nationaliteit, eiser (gemachtigde: mr. M.B.J. Strooij). Procesverloop [naam eiser] heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van 17 februari 2020 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 4 mei 2020 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. [naam eiser] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Overwegingen

  1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [naam eiser] niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn de gronden van het beroep heeft ingediend.
  2. In deze verzetzaak beoordeelt de verzetrechter uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  3. [naam eiser] voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat de gronden van het beroep binnen de gestelde termijn zijn ingediend, namelijk per fax van 23 maart
  4. Ter ondersteuning van het gestelde heeft [naam eiser] een “rondzendoverzicht” overgelegd.
  5. Blijkens het overgelegde faxbewijs valt aan te nemen dat [naam eiser] op 25 maart 2020 per fax de gronden van het beroep naar deze rechtbank heeft verzonden en dat deze gronden binnen de gestelde termijn door de rechtbank zijn ontvangen.
  6. Uit wat [naam eiser] heeft aangevoerd, volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld. Ter voorlichting merkt de verzetrechter op dat ook na het onderzoek ter zitting het eindoordeel kan zijn dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  7. De verzetrechter veroordeelt de minister in de door [naam eiser] gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de verzetrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De verzetrechter: verklaart het verzet gegrond; veroordeelt de minister in de proceskosten van [naam eiser] tot een bedrag van € 262,50 Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, verzetrechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 28 mei
  8. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier verzetrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.