RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: AWB 19/7952 (beroep) en AWB 19/3725 (verzoek) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 29 mei 2020 in de zaak tussen [eiser/verzoeker] , V-nummer [V-nummer 1] , eiser/verzoeker, mede namens zijn moeder: [A] , V-nummer [V-nummer 2] , (gemachtigde: mr. E. Ceylan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. V. Ilic). Procesverloop Bij besluit van 13 mei 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser/verzoeker en zijn moeder (hierna te noemen: eisers) van 31 januari 2019 tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden op grond van de ‘Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen’ (Afsluitingsregeling) afgewezen. Eisers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 2 oktober 2019 (het bestreden besluit) het bezwaar van eisers kennelijk ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de verplichting tot betaling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Gelet op de overgelegde en ondertekende inkomensverklaring waaruit blijkt dat eisers geen inkomen genieten en zij niet beschikken over vermogen, ziet de rechtbank aanleiding dat verzoek toe te wijzen. 2. Eisers hebben beiden de Guinese nationaliteit. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2014. Hij is nu vijf jaar. Zijn moeder heeft op 12 december 2012 haar eerste en enige asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 8 januari 2013 afgewezen. Bij uitspraak van 13 februari 2013 is het hiertegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft het hoger beroep bij uitspraak van 12 augustus 2013 kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zodat het besluit van 8 januari 2013 in rechte vaststaat. Daarnaast hebben eisers meerdere aanvragen ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Die aanvragen zijn afgewezen door verweerder. Wat zijn de standpunten van partijen? 3. Verweerder heeft de aanvraag op grond van de Afsluitingsregeling afgewezen, omdat eisers niet beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en er geen aanleiding bestaat om hen vrij te stellen van het mvv-vereiste. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de uitzetting van eisers niet in strijd komt met artikel 8 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), zodat op die grond geen aanleiding bestaat voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Verder bestaat er geen aanleiding voor vrijstelling vanwege onbillijkheden van overwegende aard omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarde b van de Afsluitingsregeling, neergelegd in paragraaf B9/6.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Er moet door of namens eiser een asielaanvraag zijn ingediend. Dat is niet het geval en eisers voldoen ook niet aan de uitzondering die hierop geldt. Die uitzondering is, volgens verweerder, dat een ouder een asielaanvraag heeft gedaan en een kind na de start daarvan maar voor het beëindigen van eventuele procedures over de gevolgde beslissing daarop is geboren. Volgens verweerder geldt niet de in de Afsluitingsregeling genoemde uitzondering, omdat eiser niet tijdens de asielprocedure van zijn moeder geboren is, maar nadat de asielprocedure was afgesloten. 4. Eisers zijn het niet eens met dat besluit. Zij hebben aangevoerd dat verweerder ten onrechte en op onjuiste gronden voorwaarde b van de Afsluitingsregeling heeft tegengeworpen en dat dit in strijd is met de tekst, het doel en de totstandskomingsgeschiedenis van de Afsluitingsregeling. Zij wijzen op de uitspraken van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 23 augustus 2019 en 13 december 2019. Het indienen van een eigen asielprocedure door eiser zou geen verandering brengen in de zorgplicht van verweerder, omdat eiser sinds zijn geboorte op een asielzoekerscentrum heeft gewoond. Verder hebben eisers aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK), artikel 8 van het EVRM en artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU Handvest) is genomen. Verweerder heeft ten onrechte geen doorslaggevend gewicht toegekend aan de belangen van eisers. Het onderscheid dat verweerder maakt op grond van status is discriminatoir en in strijd met artikel 14 van het EVRM. Tot slot hebben eisers aangevoerd dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden, omdat hij het bezwaar niet kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. Eisers wijzen daarbij op voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 23 augustus 2019 en de bijzondere situatie van eisers. Oordeel van de rechtbank 5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen beslissen om de aanvraag af te wijzen. Allereerst stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat eisers niet beschikken over een geldige mvv, verleend onder de beperkingen die verband houden met het doel waarvoor de aanvraag is ingediend. Verder overweegt de rechtbank dat verweerder in wat eisers naar voren hebben gebracht geen aanleiding heeft hoeven zien om hen van het mvv-vereiste vrij te stellen. Hieronder zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de Afsluitingsregeling? 6. Verweerder verleent vrijstelling van het mvv-vereiste op humanitaire gronden als de hoofdpersoon, in dit geval eiser, voldoet aan alle voorwaarden van de Afsluitingsregeling. 7. In paragraaf B9/6.5 van de Vc staat, voor zover van belang, het volgende: “Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling […] Hoofdpersoon De IND verleent een vergunning aan de vreemdeling: a. […] b. die zelf, dan wel ten behoeve van wie, ten minste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft, dan wel is, ingediend bij de IND en na die aanvraag uiterlijk op de peildatum (29 januari 2019) ten minste vijf jaar in Nederland heeft verbleven; c. […] én d. […] Ad b. De IND werpt niet tegen dat door of namens de vreemdeling geen asielaanvraag is ingediend als een ouder van de vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend en de vreemdeling na de start van de asielprocedure is geboren. […]” 8. De rechtbank stelt vast, en hierover is tussen partijen ook geen geschil, dat eiser niet voldoet aan de in het beleid gestelde voorwaarde onder b. Partijen zijn verdeeld over de vraag of eiser valt onder de daarop gemaakte uitzondering. 9.1 De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat, omdat eiser is geboren na afronding van het hoger beroep tegen de afwijzing van de eerste en enige asielaanvraag van eiseres, hij niet voldoet aan voorwaarde b zoals gesteld in de Afsluitingsregeling of de daarop geldende uitzondering. 9.2 De rechtbank overweegt dat uit de uitzondering zoals genoemd onder ‘Ad b’ uit paragraaf B9/6.5 van de Vc niet valt op te maken dat het desbetreffende kind moet zijn geboren tijdens een lopende asielprocedure. In de tekst van de uitzondering is alleen opgenomen dat het kind “na de start” van de procedure moet zijn geboren. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit en nader toegelicht in het verweerschrift en ter zitting gemotiveerd op het standpunt gesteld dat beoogd is kinderen onder de regeling te laten vallen die door de lopende asielprocedure(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.