RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/305 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 29 juni 2020 in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedatum] , van Burudese nationaliteit, V-nummer: [#] eiser, (gemachtigde: mr. W. Volkers, advocaat te Groningen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 1 november 2019 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een identiteitsbewijs type W of W2 afgewezen. Bij besluit van 16 december 2019 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op 19 mei 2020 een verweerschrift ingediend. Hierop heeft eiser bij brief van 29 mei 2020 gereageerd. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de griffierechten. Hij heeft zijn verzoek onderbouwd met een verklaring van afwezigheid van inkomen en vermogen. Mede gelet op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 februari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:282). is de rechtbank van oordeel dat het beroep op betalingsonmacht moet worden gehonoreerd, zodat eiser vrijgesteld is van de verplichting tot het betalen van griffierecht. Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en verweerder de termijnoverschrijding niet verschoonbaar heeft geacht. Eiser voert aan dat de het overschrijden van de bezwaartermijn verschoonbaar is, zoals bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Eiser is met het besluit van 1 november 2019 naar Vluchtelingenwerk (VWN) gegaan. Daar kreeg hij te horen dat hij het besluit aan zijn advocaat kon laten zien op de bespreking van 3 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.