Rechtbank DEN HAAG Meervoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 18-6848 (echtscheiding) FA RK 19-2354 (afwikkeling huwelijkse voorwaarden) FA RK 19-3315 (voorlopige voorziening) Zaaknummers: C/09/560176 (echtscheiding) C/09/570928 (afwikkeling huwelijkse voorwaarden) C/09/572844 (voorlopige voorziening) Datum beschikking: 21 januari 2020 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 14 september 2018 ingekomen verzoek van: [X] , de vrouw, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. M.M. van Wijk te Honselersdijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [Y] , de man, wonende te [woonplaats] , advocaat: nu mr. N.P.J.M. Kreté-Marres te Den Haag (voorheen mr. N.M.A. Manning te Den Haag). Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 24 september 2018, met bijlage, van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 11 oktober 2018, met bijlagen, van de zijde van de vrouw; het verweerschrift tevens inhoudende een zelfstandig verzoek van 7 december 2018 van de zijde van de man; het verweer tegen het zelfstandig verzoek tevens inhoudende aanvullende verzoeken van 11 januari 2019, met bijlagen, van de zijde van de vrouw; het verweerschrift tegen de aanvullende verzoeken tevens inhoudende zelfstandige verzoeken van 18 maart 2019, met bijlagen, van de zijde van de man; het F9-formulier van 29 maart 2019, met bijlage, van de zijde van de vrouw; het faxbericht van 15 oktober 2019 van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 28 november 2019, met bijlagen, inhoudende gewijzigde en aanvullende zelfstandige verzoeken van de zijde van de man; de brief van 29 november 2019, met bijlagen, inhoudende gewijzigde verzoeken van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 6 december 2019, met bijlagen, van de zijde van de vrouw. Op 10 december 2019 is de zaak ter zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw bijgestaan door hun advocaten en mevrouw [medew. RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de man en van de zijde van de vrouw zijn tijdens de zitting pleitnotities overgelegd en voorgedragen. De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken. Tijdens de zitting heeft de advocaat van de vrouw een op 7 december 2019 door [minderjarige 1] geschreven briefje aan de kinderrechters overgelegd. Feiten De man en de vrouw zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2006 te [huwelijksplaats] . Zij zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende uitsluiting van elke gemeenschap van goederen met een finaal verrekenbeding. Zij zijn de ouders van de volgende kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats] - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Deze rechtbank heeft op 11 juni 2019 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover thans van belang inhoudende dat een verdeling van de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen tot en met de voorjaarsvakantie 2020 is vastgesteld. Het verzoek ten aanzien van de voorlopige partneralimentatie is aangehouden in afwachting van de beslissing in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 21 november 2019 bepaald dat: - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van maandag [huwelijksdatum] 2019 19.00 uur tot dinsdag [geboortedatum 1] 2019 16.00 uur bij de man zullen verblijven; - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens de kerstvakantie tot vrijdag 27 december 2019 19.00 uur bij de vrouw zullen verblijven en aansluitend tot zaterdag 4 januari 2020 15.00 uur bij de man; - de man tijdens de tweede week van de kerstvakantie met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Engeland kan afreizen, zulks met dien verstande dat hij op vrijdag 3 januari 2020 weer met hen in Nederland dient te zijn; - de vrouw gehouden is om toestemming voor deze reis te geven middels het tijdig ondertekenen van de als productie 20 aan de dagvaarding gehechte toestemmingsformulieren; - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens de voorjaarsvakantie van vrijdag 21 februari 2020 9.00 uur tot zaterdag 29 februari 2020 19.00 uur bij de man zullen verblijven; - de man tijdens de voorjaarsvakantie 2020 met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Duitsland kan afreizen; - de vrouw gehouden is om toestemming voor deze reis te geven middels het tijdig ondertekenen van de als productie 10 aan de dagvaarding gehechte toestemmingsformulieren; - [minderjarige 1] met instemming van beide partijen een fysiotherapeutische behandeling zal ondergaan bij [naam en plaats kinderfysiotherapie] , waarbij partijen [minderjarige 1] om en om zullen halen en brengen; - de verzoeken van de man ten aanzien van de echtelijke woning en de behandeling van [minderjarige 1] door een orthodontist zullen worden afgewezen; - het verzoek ten aanzien van de voorlopige partneralimentatie pro forma zal worden aangehouden tot 1 oktober 2019, in afwachting van de beslissing in de bodemprocedure over de geldigheid van het door partijen gesloten echtscheidingsconvenant. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot: Primair bepaling dat het convenant dat partijen hebben ondertekend op grond van (een van) de vernietigingsgronden van artikel 3:44 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en/of artikel 6:228 BW is vernietigd dan wel dat partijen niet langer gehouden zijn aan de hierin gemaakte afspraken, en in plaats daarvan te bepalen dat: Ter zake de woning: a. aan de vrouw het eerste recht toekomt de woning over te nemen tegen een nog te bepalen waarde in het economisch verkeer per de datum van de beschikking, waarbij de waarde zal worden bepaald door een door de vrouw uit 3 door de man voor te stellen makelaars/taxateurs te kiezen makelaar/taxateur. De man zal de 3 makelaars van zijn keuze binnen 1 week na de datum van de beschikking kenbaar maken en de vrouw zal binnen 1 week daarna hier 1 uit kiezen; indien de vrouw afziet van het eerste recht van koop dan wel niet in staat blijkt de overname van de woning te financieren zoals bedoeld in sub b t/m d, aan de man vervolgens het recht toekomt de woning over te nemen tegen een nog te bepalen waarde in het economisch verkeer per de datum van de beschikking, waarbij de waarde zal worden bepaald door een door de man uit 3 door de vrouw voor te stellen makelaars/taxateurs te kiezen makelaar/taxateur. De vrouw zal de 3 makelaars van haar keuze binnen 1 week na de datum van de beschikking kenbaar maken en de man dient binnen 1 week daarna hier 1 uit te kiezen, bij gebreke waarvan de vrouw gerechtigd is uit de 3 voorgestelde makelaars te kiezen; b. de door deze makelaar vast te stellen waarde bindend zal zijn tussen partijen; c. de vrouw/man binnen 2 maanden na de datum van de beschikking dient aan te tonen dat zij/hij in staat is aan de man/vrouw de hem/haar toekomende overbedelingssom te voldoen, bestaande uit de helft van het saldo van de taxatiewaarde vermeerderd met de waarde van de [naam polis] polis per 21 september 2018 en verminderd met de restschuld van de hypothecaire geldlening per 21 september 2018 alsmede verminderd met de onderhandse lening bij de moeder van de man per 21 september 2018 alsmede dat de man/vrouw na overdracht van de woning aan de vrouw/man zal zijn ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor zowel de hypothecaire geldlening als de schuld aan de moeder van de man; d. overname van de woning door de vrouw/man alsmede uitbetaling van de aan de man/vrouw toekomende overbedelingssom geëffectueerd dient te zijn binnen 1 maand nadat de vrouw/man heeft aangetoond tot overname bedoeld als in I sub c in staat te zijn, bij gebreke waarvan de woning alsnog dient te worden verkocht conform het onder I sub e t/m i verzochte; e. indien de vrouw of de man niet voldoet aan het onder I sub a t/m d verzochte, partijen de woning via makelaar [naam Makelaar] dan wel de volgens sub a aangewezen dan wel nog aan de wijzen makelaar te koop zullen aanbieden; f. beide partijen hun voortvarende medewerking aan de verkoop zullen moeten verlenen, wat wil zeggen dat zij terstond mee moeten werken aan een geadviseerde aanpassing van de vraagprijs, dat zij de makelaar op diens verzoek onvoorwaardelijk toegang dienen te verlenen tot de woning alsmede dat zij de woning in een staat zullen houden dan wel (zo nodig) brengen die nodig is om de woning op een relatief korte termijn te kunnen verkopen. Ook zullen beide partijen hun voortvarende medewerking dienen te verlenen aan de ondertekening van de koopovereenkomst en mee moeten werken aan de levering aan de koper(s); g. uit de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening zal worden afgelost alsmede de onderhandse lening bij de moeder van de man en de kosten zullen worden voldaan die gemoeid zijn geweest met de verkoop; h. het alsdan resterende bedrag gelijkelijk tussen partijen zal worden verdeeld, zulks onder verrekening ten gunste van de man van de helft van de door de man vanaf 21 september 2018 aantoonbaar betaalde aflossingen op de hypotheekschuld(en); i. de waarde van de polis bij [naam polis] per de datum van levering van de woning aan de koper eveneens gelijkelijk tussen partijen zal worden verdeeld, zulks onder verrekening ten gunste van de man van de helft van de door de man vanaf 21 september 2018 aantoonbaar betaalde premiebedragen voor deze polis; Ter zake de verdeling van de zorg voor de kinderen in de periode buiten de vakanties en feestdagen/bijzondere dagen: j. het wisselmoment van de ene naar de andere ouder vanaf het einde van de eerste vakantie volgend op de beschikking zal zijn op zondag om 17.00 uur; waarbij met betrekking tot de zorg voor de kinderen in meer algemene zin wordt bepaald dat ieder van de ouders zelf kan bepalen of de kinderen behandeling van de osteopaat, bij wie zij beiden al meerdere keren onder behandeling zijn geweest, nodig hebben. Bij een incidentele behandeling zal de ouder die behandeling initieert het betreffende kind begeleiden en als meerdere behandelingen nodig zijn, zullen de ouders elkaar afwisselen bij het halen en brengen van de kinderen; Ter zake de verdeling van de zorg voor de kinderen gedurende de vakanties en bijzondere dagen: k. de zorg voor de kinderen gedurende vakanties en bijzondere dagen wordt vastgesteld conform het voorstel van de vrouw; Ter zake de kosten van de kinderen: l. de kinderrekening wordt opgeheven en de man een kinderbijdrage aan de vrouw zal voldoen van € 674,- per kind per maand met ingang van de datum van de beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; Ter zake de kosten van het levensonderhoud van de vrouw: m. de man met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand een bijdrage van € 1.650,- bruto per maand aan de vrouw zal dienen te voldoen, telkens bij vooruitbetaling verschuldigd; Ter zake de overige financiële afwikkeling: n. de man aan de vrouw een bedrag van € 20.429,- dient te voldoen ter zake de toedelingen van de banksaldi et cetera, waarbij hij gerechtigd is het door de vrouw reeds ontvangen bedrag van € 5.000,- te verrekenen; o. de man aan de vrouw een bedrag van primair € 7.500,- dan wel subsidiair € 5.000,- dient te voldoen ter zake de overbedeling in het kader van de inboedelverdeling; p. de man aan de vrouw nog de in punt 44 [van het verweerschrift tegen het zelfstandige verzoek] genoemde inboedelzaken ter hand dient te stellen, zulks binnen 14 dagen na de te wijzen beschikking, alsmede indien de vrouw de woning overneemt de inboedelzaken genoemd in productie 13 waarvoor de vrouw de man dan een vergoeding zal voldoen van € 2.145,-; q. de man bewijsstukken zal dienen te overleggen van de over 2017 door de man ontvangen of nog te ontvangen bonus, alsmede te bepalen dat de man de helft van het netto bedrag dient te voldoen aan de vrouw, zulks binnen 4 weken na de datum van de beschikking; r. de man bewijsstukken zal dienen te overleggen van de over 2018 door de man ontvangen of nog te ontvangen bonus, alsmede te bepalen dat de man de helft van 9/12e van het netto bedrag dient te voldoen aan de vrouw, zulks binnen 4 weken na de datum van de beschikking; Subsidiair voor het geval de rechtbank niet overgaat tot integrale vernietiging van het convenant, de bepalingen in het convenant op grond van de redelijkheid en billijkheid als volgt te wijzigen: Ter zake de woning: a. aan de vrouw het eerste recht toekomt de woning over te nemen tegen een nog te bepalen waarde in het economisch verkeer per de datum van de beschikking, waarbij de waarde zal worden bepaald door een door de vrouw uit 3 door de man voor te stellen makelaars/taxateurs te kiezen makelaar/taxateur. De man zal de 3 makelaars van zijn keuze binnen 1 week na de datum van de beschikking kenbaar maken en de vrouw zal binnen 1 week daarna hier 1 uit kiezen; indien de vrouw afziet van het eerste recht van koop dan wel niet in staat blijkt de overname van de woning te financieren zoals bedoeld in sub b t/m d, aan de man vervolgens het recht toekomt de woning over te nemen tegen een nog te bepalen waarde in het economisch verkeer per de datum van de beschikking, waarbij de waarde zal worden bepaald door een door de man uit 3 door de vrouw voor te stellen makelaars/taxateurs te kiezen makelaar/taxateur. De vrouw zal de 3 makelaars van haar keuze binnen 1 week na de datum van de beschikking kenbaar maken en de man dient binnen 1 week daarna hier 1 uit te kiezen, bij gebreke waarvan de vrouw gerechtigd is uit de 3 voorgestelde makelaars te kiezen; b. de door deze makelaar vast te stellen waarde bindend zal zijn tussen partijen; c. de vrouw/man binnen 2 maanden na de datum van de beschikking dient aan te tonen dat zij/hij in staat is aan de man/vrouw de hem/haar toekomende overbedelingssom te voldoen, bestaande uit de helft van het saldo van de taxatiewaarde vermeerderd met de waarde van de [naam polis] polis per 21 september 2018 en verminderd met de restschuld van de hypothecaire geldlening per 21 september 2018 alsmede verminderd met de onderhandse lening bij de moeder van de man per 21 september 2018 alsmede dat de man/vrouw na overdracht van de woning aan de vrouw/man zal zijn ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor zowel de hypothecaire geldlening als de schuld aan de moeder van de man; d. overname van de woning door de vrouw/man alsmede uitbetaling van de aan de man/vrouw toekomende overbedelingssom geëffectueerd dient te zijn binnen 1 maand nadat de vrouw/man heeft aangetoond tot overname bedoeld als in I sub c in staat te zijn, bij gebreke waarvan de woning alsnog dient te worden verkocht conform het onder I sub e t/m i verzochte; e. indien de vrouw of de man niet voldoet aan het onder I sub a t/m d verzochte, partijen de woning via makelaar [naam Makelaar] dan wel de volgens sub a aangewezen dan wel nog aan de wijzen makelaar te koop zullen aanbieden; f. beide partijen hun voortvarende medewerking aan de verkoop zullen moeten verlenen, wat wil zeggen dat zij terstond mee moeten werken aan een geadviseerde aanpassing van de vraagprijs, dat zij de makelaar op diens verzoek onvoorwaardelijk toegang dienen te verlenen tot de woning alsmede dat zij de woning in een staat zullen houden dan wel (zo nodig) brengen die nodig is om de woning op een relatief korte termijn te kunnen verkopen. Ook zullen beide partijen hun voortvarende medewerking dienen te verlenen aan de ondertekening van de koopovereenkomst en mee moeten werken aan de levering aan de koper(s); g. uit de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening zal worden afgelost alsmede de onderhandse lening bij de moeder van de man en de kosten zullen worden voldaan die gemoeid zijn geweest met de verkoop; h. het alsdan resterende bedrag gelijkelijk tussen partijen zal worden verdeeld, zulks onder verrekening ten gunste van de man van de helft van de door de man vanaf 21 september 2018 aantoonbaar betaalde aflossingen op de hypotheekschuld(en); i. de waarde van de polis bij [naam polis] per de datum van levering van de woning aan de koper eveneens gelijkelijk tussen partijen zal worden verdeeld, zulks onder verrekening ten gunste van de man van de helft van de door de man vanaf 21 september 2018 aantoonbaar betaalde premiebedragen voor deze polis; Ter zake de verdeling van de zorg voor de kinderen in de periode buiten de vakanties en feestdagen/bijzondere dagen: j. het wisselmoment van de ene naar de andere ouder vanaf het einde van de eerste vakantie volgend op de beschikking zal zijn op zondag om 17.00 uur; waarbij met betrekking tot de zorg voor de kinderen in meer algemene zin wordt bepaald dat ieder van de ouders zelf kan bepalen of de kinderen behandeling van de osteopaat, bij wie zij beiden al meerdere keren onder behandeling zijn geweest, nodig hebben. Bij een incidentele behandeling zal de ouder die behandeling initieert het betreffende kind begeleiden en als meerdere behandelingen nodig zijn, zullen de ouders elkaar afwisselen bij het halen en brengen van de kinderen; Ter zake de verdeling van de zorg voor de kinderen gedurende de vakanties en bijzondere dagen: k. de zorg voor de kinderen gedurende vakanties en bijzondere dagen wordt vastgesteld conform het voorstel van de vrouw; Ter zake de kosten van de kinderen: l. de kinderrekening wordt opgeheven en de man een kinderbijdrage aan de vrouw zal voldoen van € 674,- per kind per maand met ingang van de datum van de beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; Ter zake de kosten van het levensonderhoud van de vrouw: m. de man met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand een bijdrage van € 1.650,- bruto per maand aan de vrouw zal dienen te voldoen, telkens bij vooruitbetaling verschuldigd; Ter zake de overige financiële afwikkeling: n. de man aan de vrouw een bedrag van € 20.429,- dient te voldoen ter zake de toedelingen van de banksaldi et cetera, waarbij hij gerechtigd is het door de vrouw reeds ontvangen bedrag van € 5.000,- te verrekenen; o. de man aan de vrouw een bedrag van primair € 7.500,- dan wel subsidiair € 5.000,- dient te voldoen ter zake de overbedeling in het kader van de inboedelverdeling; p. de man aan de vrouw nog de in punt 44 genoemde inboedelzaken ter hand dient te stellen, zulks binnen 14 dagen na de te wijzen beschikking, alsmede indien de vrouw de woning overneemt de inboedelzaken genoemd in productie 13 waarvoor de vrouw de man dan een vergoeding zal voldoen van € 2.145,-; q. de man bewijsstukken zal dienen te overleggen van de over 2017 door de man ontvangen of nog te ontvangen bonus, alsmede te bepalen dat de man de helft van het netto bedrag dient te voldoen aan de vrouw, zulks binnen 4 weken na de datum van de beschikking; r. de man bewijsstukken zal dienen te overleggen van de over 2018 door de man ontvangen of nog te ontvangen bonus, alsmede te bepalen dat de man de helft van 9/12e van het netto bedrag dient te voldoen aan de vrouw, zulks binnen 4 weken na de datum van de beschikking; bepaling dat ieder van partijen de eigen kosten van de procedure en rechtsbijstand draagt; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer tegen de verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de man thans nog zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot: bepaling dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de man is en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vrouw is; bepaling dat de kinderen samen in de oneven weken bij de man zijn van vrijdag 19.30 uur tot vrijdag 19.30 uur en in de even weken bij de vrouw van vrijdag 19.30 uur tot vrijdag 19.30 uur; bepaling dat de kinderen de helft van de vakanties en feestdagen bij de man doorbrengen en de andere helft van de vakanties en feestdagen bij de vrouw overeenkomstig het als productie 19 door de man overgelegde overzicht; bepaling dat de vrouw samen met de man verplicht is deel te nemen aan het traject van Ouderschap Blijft dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen traject ter verbetering van de communicatie; het verlenen van vervangende toestemming om [minderjarige 1] aan te melden voor een behandeling door een door de man aan te wijzen orthodontist en dat [minderjarige 1] het door de orthodontist geïndiceerde traject mag volgen; Primair: 6. bepaling dat het echtscheidingsconvenant van [datum] 2017 dat als productie 15 is overgelegd met uitzondering van artikel 2 deel uitmaakt van de beschikking; 7. bepaling dat de vrouw binnen 1 dag na betekening van de in deze te wijzen beschikking, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, de als productie 25 overgelegde volmacht tot partiële verdeling en levering van de woning aan de [adres woning] [plaatsnaam woning] aan de man alsmede de polis bij [naam polis] met nummer [nr.] , te ondertekenen en deze tezamen met een kopie van haar geldige identiteitsbewijs persoonlijke te overhandigen aan mr. N.P.J.M. Kreté-Marres, zulks op straffe van een dwangsom van € 200,- per dag voor iedere dag dat de vrouw de getekende volmacht tezamen met een kopie van haar geldige identiteitsbewijs niet heeft overhandigd aan mr. N.P.J.M. Kreté-Marres, dan wel een zodanige ingangsdatum en dwangsom als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren te bepalen; 8. bepaling dat als de vrouw haar volmacht zoals genoemd onder 9 niet binnen 3 dagen na betekening van de in deze te wijzen beschikking, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, ondertekend en tezamen met een kopie van haar geldige identiteitsbewijs aan mr. N.P.J.M. Kreté-Marres heeft overhandigd, dan wel de levering van de woning aan de [adres woning] [plaatsnaam woning] alsmede de polis bij [naam polis] met nummer [nr.] aan de man om andere redenen niet door gaat, deze beschikking zal gelden als vervangende volmacht, als bedoeld in artikel 3:300 BW ten aanzien van alle in de volmacht verzochte rechtshandelingen; 9. bepaling dat de vrouw in verband met de weigering tot nakoming van de gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant aan de man een schadevergoeding dient te voldoen van € 56.180,- zijnde onder meer een schadevergoeding in verband met de door de man gemaakte advocaatkosten, kosten van taxatie, kosten van verkrijgen van een hypotheekofferte dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen vergoeding; Subsidiair: Indien de rechtbank beslist dat het echtscheidingsconvenant al dan niet geheel kan worden vernietigd, hetgeen de man betwist: 10. bepaling dat de man met ingang van de in deze te wijzen beschikking met een bedrag van € 186,- per maand dient bij te dragen aan de kinderrekening en de vrouw met een bedrag van € 62,- per maand, dan wel dat de man en de vrouw een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag dienen over te maken naar de kinderrekening van welke kinderrekening alle verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen worden voldaan met uitzondering van de kosten van de kinderopvang alsmede te bepalen dat partijen verplicht zijn de kinderbijslag en alle toeslagen voor de kinderen zoals het kindgebonden budget naar deze kinderrekening dienen over te maken; 10. bepaling van de bijdrage van de man in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw op nihil, met ingang van 1 augustus 2017, dan wel de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, dan wel binnen 2 jaar na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, dan wel op 1 augustus 2023 dan wel binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn op nihil te bepalen; 10. bepaling dat met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand de verplichting van de man om bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw eindigt, dan wel binnen 2 jaar na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, dan wel op 1 augustus 2023 dan wel binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn eindigt mits niet later dan 1 augustus 2023 en deze termijn niet meer kan worden verlengd; 10. bepaling dat de woning aan de [adres woning] [plaatsnaam woning] aan de man wordt toebedeeld voor € 1.050.000,- dan wel voor € 1.087.000,-, dan wel voor de waarde op 24 november 2019 van € 1.080.000,- dan wel voor een door de rechtbank in goede justitie te bepalen waarde, alsmede de polis bij [naam polis] met nummer [nr.] aan de man wordt toebedeeld voor € 56.035,- dan wel voor de waarde op 10 december 2019 onder de verplichting van de man om de restant hypotheek van € 914.481,- als eigen schuld te voldoen en onder de verplichting van de man om wegens overbedeling aan de vrouw een bedrag van € 95.777,- te voldoen alsmede om te bepalen dat indien de rechtbank van oordeel is dat de man wegens de toedeling van de woning en de polis van [naam polis] een hoger bedrag dan € 95.777,- wegens overbedeling aan de vrouw dient te voldoen de vrouw verplicht is om de helft van hetgeen de man met ingang van 1 augustus 2017, dan wel met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, in de woning heeft geïnvesteerd en op de hypothecaire geldlening en op de lening aan de ouders van de man heeft afgelost alsmede de helft van de betaalde premies aan [naam polis] zijnde een bedrag van € 31.211,50 aan de man dient te voldoen dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; 14. bepaling dat de vrouw haar volledige medewerking dient te verlenen aan de levering van de woning en de polis bij [naam polis] met nummer [nr.] aan de man alsmede te bepalen dat als de levering om wat voor reden aan de man niet doorgaat, deze beschikking zal gelden als vervangende volmacht, als bedoeld in artikel 3:300 BW ten aanzien van alle benodigde rechtshandelingen om tot levering van de woning aan de [adres woning] [plaatsnaam woning] en de polis bij [naam polis] met nummer [nr.] aan de man te komen; 14. bepaling dat de vrouw aan de ouders van de man dient te voldoen een bedrag van € 18.500,- te vermeerderen met een rente van 6% met ingang van 1 augustus 2017 tot aan de dag dat de vrouw haar aandeel in de lening inclusief de verschuldigde rente heeft afgelost; 16. bepaling dat als de man niet kan zorgdragen voor het ontslag van de hypothecaire geldlening en de woning aan de [adres woning] [plaatsnaam woning] verkocht dient te worden aan derden en uit de verkoopopbrengst dient te worden voldaan de hypothecaire geldlening, de geldlening van € 37.000,- aan de ouders van de man te vermeerderen met de met ingang van 1 augustus 2017 verschuldigde rente van 6%, hetgeen de man met ingang van 1 augustus 2017, dan wel met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, in de woning heeft geïnvesteerd en op de hypothecaire geldlening en op de lening aan de ouders van de man heeft afgelost alsmede de helft van de door de man betaalde premies aan [naam polis] en overige kosten die door de man zijn voldaan zijnde een bedrag van € 31.211,50 aan de man dient te voldoen, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De vrouw voert verweer tegen de door de man verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Bodemprocedure (C/09/560176 en C/09/570928) Echtscheiding Ontvankelijkheid/ouderschapsplan De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan dient te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van beide ouders over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv). De rechtbank is gebleken dat de ouders op 26 juli 2017, onder begeleiding van Ouderschap Blijft, een eerste ouderschapsplan hebben opgesteld en vervolgens op 22 december 2017 een tweede ouderschapsplan, dat als bijlage bij het echtscheidingsconvenant is gevoegd. De rechtbank begrijpt dat beide ouders het meest recente ouderschapsplan van 22 december 2017 op bepaalde punten willen wijzigen en/of nader concretiseren. De rechtbank zal daarover in het hiernavolgende beslissen. Nu aan de overige wettelijke formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank de vrouw en de man ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding. Inhoudelijke beoordeling De door de vrouw gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is door de man erkend en staat dus in rechte vast, zodat de daarop steunende over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn. Het echtscheidingsconvenant De man en de vrouw hebben op 22 december 2017 een echtscheidingsconvenant ondertekend waarin zij de gevolgen van de scheiding hebben geregeld. De vrouw stelt nu primair dat het convenant niet langer geldig is, dan wel subsidiair dat het convenant moet worden vernietigd op grond van het bepaalde in artikel 3:44 BW of artikel 6:228 BW of dat het convenant moet worden gewijzigd op grond van de redelijkheid en billijkheid. De man heeft dit gemotiveerd betwist. Nu voor de beoordeling van het geschil van belang is of er sprake is van een gewone overeenkomst of – zoals de man stelt – van een vaststellingsovereenkomst, zal de rechtbank eerst deze vraag beantwoorden en daarna de stellingen ten aanzien van de geldigheid van het echtscheidingsconvenant, de eventuele wilsgebreken en de redelijkheid en billijkheid bespreken en beoordelen. Karakter van het convenant: vaststellingsovereenkomst? Indien het echtscheidingsconvenant, of onderdelen daarvan, aangemerkt kunnen worden als vaststellingsovereenkomst, heeft dit gevolgen voor het beroep van de vrouw op de vernietigbaarheid van het convenant. De Hoge Raad heeft immers beslist dat indien er sprake is van een vaststellingsovereenkomst, het convenant achteraf in beginsel niet kan worden aangetast. Tegenbewijs komt dan in het geheel niet meer aan de orde. Hierdoor is het in beginsel niet mogelijk om na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met een beroep op dwaling de overeenkomst te vernietigen (ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ1081). De Hoge Raad heeft daarbij ook aangegeven dat per in het echtscheidingsconvenant gemaakte afspraak/regeling zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van een vaststellingsovereenkomst (HR 20 maart 2009, RFR 2009, 64). Bij deze beoordeling is van belang wat partijen hebben beoogd. Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt. In de algemene inleiding bij het convenant hebben partijen onder punt 7 het volgende opgenomen: ‘Voor zover in dit convenant vaststellingen zijn opgenomen, die dienen ter beslechting en/of voorkoming van onzekerheid of geschil over wat rechtens tussen partijen zal gelden, is dit convenant een vaststellingsovereenkomst in de zin van de wet. Dit zal slechts dan het geval zijn wanneer dat uitdrukkelijk wordt vermeld;’. In de inhoudelijke bepalingen uit het convenant is vervolgens bij geen enkel artikel of (geschil)punt uitdrukkelijk vermeld dat sprake is van een vaststellingsovereenkomst. Nu dit nergens expliciet is aangegeven, zal de rechtbank – in het licht van de aangehaalde alinea – noch het echtscheidingsconvenant als geheel noch onderdelen daarvan aanmerken als vaststellingsovereenkomst. Geldigheid van het convenant in het licht van mededeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.