RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: AWB 19/7096 en AWB 19/7097 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2020 in de zaak tussen [eiseres 1] , eiseres 1, V-nummer [V-nummer 1] [eiseres 2] , eiseres 2, V-nummer [V-nummer 2] tezamen eiseressen (gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Bij besluiten van 29 januari 2019 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen van [A] (referent) tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van eiseressen in het kader van toegang en verblijf als familiepleegkinderen afgewezen. Bij besluiten van 22 augustus 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder het bezwaar van eiseressen ongegrond verklaard. Eiseressen hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Verweerder heeft verweerschriften ingediend. Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Referent is geboren op [geboortedatum 1] 1976 en heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij heeft op 30 juli 2018 ten behoeve van eiseressen twee mvv-aanvragen in het kader van toegang en verblijf als familiepleegkinderen ingediend. Eiseres 1 is geboren op [geboortedatum 2] 2002 en is van Sierra Leoonse nationaliteit. Eiseres 2 is geboren op [geboortedatum 3] 2002 en is ook van Sierra Leoonse nationaliteit. Zowel de ouders van eiseres 1 als de ouders van eiseres 2 zouden op 14 augustus 2017 bij een modderstroomramp in Sierra Leone zijn omgekomen. Eiseres 1, die volgens referent een dochter is van zijn overleden zus en zwager, en eiseres 2, een dochter van zijn overleden broer en schoonzus, zijn in Sierra Leone tijdelijk ondergebracht in het gezin van een van hun schoolvriendinnen. De vader van de schoolvriendin, [B] , is aangesteld als tijdelijk voogd van eiseressen. Vanwege een gebrek aan tijd en aan financiële middelen zou [B] niet langer voor eiseressen kunnen zorgen. Daarnaast zouden er steeds vaker ruzies zijn ontstaan tussen eiseressen en de kinderen van [B] en aanvaarden eiseressen steeds minder zijn gezag. 2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de mvv-aanvragen afgewezen, omdat niet is gebleken dat eiseressen een onaanvaardbare toekomst hebben in Sierra Leone. Er wordt dan ook niet voldaan aan de voorwaarde, zoals bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Volgens verweerder zijn de afwijzingen voorts niet in strijd met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), omdat tussen eiseressen en referent geen sprake is van familie- of gezinsleven. Referent heeft volgens verweerder onvoldoende persoonlijke, nauwe betrekkingen met eiseressen. 3. Eiseressen kunnen zich niet verenigen met de bestreden besluiten en hebben daartoe – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. Eiseressen stellen dat de mvv-aanvragen ten onrechte zijn afgewezen. Zij hebben in Sierra Leone namelijk geen aanvaardbare toekomst, nu zij daar niemand hebben om op terug te vallen. Zij zijn minderjarig, kunnen niet op eigen benen staan, hebben geen zelfstandig inkomen en geen dak boven hun hoofd. Van kinderen van zeventien jaar kan niet worden verlangd dat zij in Sierra Leone op eigen benen kunnen staan. Eiseres 1 is bovendien op 6 september 2019 slachtoffer geworden van verkrachting. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een e-mail met bijlagen van 21 oktober 2019 van B. Thalluh, Social Services Officer in Sierra Leone, overgelegd waarin het voormelde wordt bevestigd. Deze gebeurtenis alsmede de algemene veiligheidssituatie in Sierra Leone moeten door verweerder in zijn beoordeling worden betrokken. Verder hebben eiseressen reeds in bezwaar uitleg gegeven over de omstandigheid dat de namen van hun overleden moeders op de kwitanties van de huwelijksakten van hun ouders staan. Zij merken daarbij op dat de werkwijze in Nederland wellicht anders is dan die in Sierra Leone. Als verweerder van mening is dat de werkwijze in Sierra Leone niet anders kan zijn dan in Nederland, ligt het op de weg van verweerder om dat aan te tonen. Daarnaast voeren eiseressen aan dat er wel degelijk familie- of gezinsleven bestaat tussen eiseressen en referent. Referent is de enige op wie eiseressen kunnen terugvallen en heeft altijd financieel/materieel voor hun gezorgd. Referent heeft tevens als hoofdpersoon zeggenschap over eiseressen, zo blijkt uit de ‘Supervision Order’ van de kinderrechter en de ‘Letter of Attestation’ van 7 december 2018 van het Ministry of Social Welfare, Gender and Children’s Affairs waarin door [B] wordt ingestemd met het vertrek van eiseressen naar Nederland. Tot slot stellen eiseressen dat verweerder niet van zijn hoorplicht heeft mogen afzien. 4. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 5. Ingevolge artikel 16, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000 kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000 worden afgewezen indien de vreemdeling niet voldoet aan de beperking, verband houdende met het doel waarvoor hij wil verblijven. Ingevolge het tweede lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid. Ingevolge artikel 3.28, eerste lid, van het Vb 2000 kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid worden verleend aan de minderjarige vreemdeling: a. die als pleegkind in Nederland wil verblijven in het gezin van één of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf, als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Vw 2000; en b. die naar het oordeel van de minister in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft. Paragraaf B7/3.7.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) vermeldt, voor zover thans van belang, dat de IND aanneemt dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst, als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000 is weggelegd in het land van herkomst, als sprake is van zodanige omstandigheden, dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd. De IND neemt niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000 als het kind verblijft bij zijn ouders in minder welvarende omstandigheden, voor zover die omstandigheden ter plaatse als normaal zijn te beschouwen. Paragraaf B7/3.7.2 van de Vc 2000 vermeldt dat in aanvulling op de in artikel 3.28 van het Vb 2000 opgenomen voorwaarden, de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking familie- of gezinslid verleent, als ook wordt voldaan aan alle hierna genoemde voorwaarden: 1. het buitenlandse pleegkind is een bloed- of aanverwant als bedoeld in artikel 1:3 BW van de referent; 2.a. de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.