Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/595401 / JE RK 20-1553 Datum uitspraak: 21 juli 2020 Beschikking van de kinderrechter Afwijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp in de zaak naar aanleiding van het op 2 juli 2020 ingekomen verzoekschrift van: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, betreffende: [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] , hierna te noemen bij haar roepnaam: [minderjarige] , advocaat: mr. A.B. Baumgarten te Den Haag. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de man] hierna te noemen: de vader, en [de vrouw] , hierna te noemen: de moeder, hierna tezamen te noemen: de ouders, beiden wonende te [woonplaats] . Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift met bijlagen; de instemmingsverklaring d.d. 29 juni 2020 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die [minderjarige] met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. Op 21 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen: [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat; de ouders; [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling. [minderjarige] is in aanwezigheid van haar advocaat voorafgaand aan de zitting ook apart door de kinderechter in raadkamer gehoord. Feiten De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . [minderjarige] verblijft feitelijk in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 december 2019 [minderjarige] onder toezicht gesteld en machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven van 25 december 2019 tot 29 juli 2020, zijnde tot het moment waarop [minderjarige] meerderjarig wordt. De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen. Verzoek en verweer Het verzoek strekt tot machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden, nadat zij meerderjarig wordt, ingevolge artikel 6.1.1 en 6.1.2, tweede en vierde lid, Jeugdwet. Aan het verzoek ligt ten grondslag dat de behandeling van [minderjarige] nog niet is afgerond en dat er nog geen passende vervolgplek is gevonden die aansluit bij de complexe problematiek. Het woonperspectief is een besloten woonomgeving met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering, waar het veilige en overzichtelijke leefklimaat geboden dat [minderjarige] nodig heeft. [minderjarige] is kwetsbaar en beïnvloedbaar, waardoor het risico bestaat dat zij in onveilige situaties terecht komt. Zij is bekend met seksueel overschrijdend gedrag, wegloopgedrag, automutilatie en middelenmisbruik. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] , de aard van de problematiek en de nodige intensieve zorg, is het nog niet gelukt om een passende vervolgplek te realiseren waar zij verder kan worden begeleid. Om die reden is de voortzetting van het huidige verblijf en de behandeling noodzakelijk, om haar veiligheid te kunnen waarborgen. Zij staat wel op een wachtlijst voor een open woonvoorziening. De ouders staan achter het verzoek van de gecertificeerde instelling, omdat zij zich ernstige zorgen maken over [minderjarige] en vrezen voor haar veiligheid als zij voor zichzelf moet zorgen. [minderjarige] heeft zich verzet tegen het verzochte. Zij wil niet langer in de gesloten accommodatie blijven nadat zij achttien jaar wordt. De advocaat heeft aangevoerd dat [minderjarige] een andere visie op haar toekomst heeft en daarom verzoekt het onderhavige verzoek af te wijzen. Beoordeling De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] , die over enkele dagen meerderjarig wordt, zich tegen toewijzing van het verzoek verzet. Zij stemt niet in met de voortzetting van de behandeling in de gesloten accommodatie in afwachting van een vervolgplek en ziet daar het nut niet van in. Zij heeft andere toekomstplannen en is daarom niet gemotiveerd voor de behandeling of het vervolgtraject dat de betrokkenen voor ogen hebben. Ondanks dat er sprake is van een kwetsbare ontwikkeling en er ernstige zorgen zijn over haar zelfredzaamheid, staat [minderjarige] na haar achttiende verjaardag niet meer onder het wettelijke gezag en valt zij buiten het kader van de jeugdhulp. Om die reden is er naar het oordeel van de kinderrechter geen grondslag voor toewijzing van het onderhavige verzoek in het kader van de Jeugdwet, in het bijzonder omdat het een vergaande vorm van vrijheidsbeneming betreft waar [minderjarige] niet mee instemt. Daarom zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: wijst af het verzoek tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2020 door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juli 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.