RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/595201 / FA RK 20-4113 Datum beschikking: 15 juli 2020 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking naar aanleiding van het op 26 juni 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de man] , hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedag] 1950 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] thans verblijvende: [verblijfplaats] , advocaat: mr. J. de Koning te Lisse. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 juni
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 17 juni 2020; - een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 30 maart 2020; - een op 24 juni 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts] die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juli
- Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was: de advocaat, mr. J. de Koning; de [psychiater] in bijzijn van cliënt; [woonbegeleider] in bijzijn van cliënt; de [afdelingsarts] in bijzijn van cliënt; de [zoon] , in bijzijn van zijn vader; cliënt zelf. Standpunten ter zitting Client heeft aangevoerd dat een opname de beste oplossing is voor hem en daar geen bezwaar tegen maakt. De psychiater heeft naar voren gebracht dat cliënt reeds een aantal malen opgenomen is geweest in het ziekenhuis vanwege de slechte bloedsuikerspiegel en nu weer. Als die regelmatig ontregelen is dat zeer gevaarlijk. Client heeft zelfs laten ontvallen dat het leven geen zin meer heeft. Als cliënt ontslagen wordt bestaat de vrees dat het thuis weer niet goed zal gaan. De cognitie is verslechterd en cliënt vergeet daardoor veel. De rechterlijke machtiging is nodig omdat de vrijwilligheid bij cliënt niet consistent is. De woonbegeleider heeft naar voren gebracht dat de dagelijkse structuur bij cliënt ontbreekt. Om daar goed naar toe te kunnen werken is contact geweest met [instelling] Die hebben geadviseerd een zorgmachtiging aan te vragen. Als die er komt kan cliënt geplaatst worden. De zoon van cliënt heeft nog naar voren gebracht dat zijn vader thuis al de maximale zorg krijgt, maar dat dit onvoldoende is om de gevaren die door zijn dementie ontstaan te ondervangen. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. Er zijn voldoende mogelijkheden cliënt op vrijwillige basis toe te laten leiden naar een verpleeginstelling. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer. Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige financiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Gebleken is dat cliënt zich (op bepaalde momenten) verzet tegen de opname en het verblijf. Verblijf op basis van vrijwilligheid is daarom geen optie. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. Beslissing De rechtbank: verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van: [de man] , geboren op [geboortedag] 1950 te [geboorteplaats] , bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 januari
- Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door F.A.M. Vreeswijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juli
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 augustus
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.