uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8663 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Jalouqa). Procesverloop Bij besluit van 9 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd over haar voornemen om de zaak buiten zitting af te doen. Geen van de partijen heeft aangegeven dat zij een zitting noodzakelijk vinden. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard. Eiser voert aan dat in Duitsland sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Door de toenemende instroom van vluchtelingen zijn de opvangcentra in Duitsland overvol en worden asielzoekers op inadequate locaties ondergebracht. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiser naar een rapport van het Gatestone Institute. Aangezien er veel mensen op een te kleine ruimte verblijven, is de kans op besmetting met het coronavirus voor eiser groter. Verweerder had dan ook nader onderzoek moeten doen naar de stand van zaken wat betreft de opvang in Duitsland. Door dit na te laten handelt verweerder in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Daarnaast toont onderzoek aan dat het politiek draagvlak voor opname van asielzoekers snel afneemt in Duitsland. Eiser verwijst ter onderbouwing naar een bericht van Der Spiegel. Dit zorgt voor toenemende spanning tussen autochtonen en nieuwkomers. Eiser verwijst in dit verband naar een artikel van EU-observer. Daarnaast neemt racistisch geweld toe in Duitsland, eiser verwijst in dit verband naar een bericht van The Telegraph. In 2019 werden er in Duitsland 1620 fysieke aanvallen op vluchtelingen geregistreerd. Eiser verwijst in dit verband naar een bericht van Migazin. Eiser voert verder aan dat hij niet terug wil naar Duitsland. Hij is daar als een hond behandeld. Verder heeft eiser medische behandeling nodig voor de ontstekingen in zijn gezicht, maar heeft in Duitsland nooit een arts gezien. Ook bestaat de kans dat hij in Duitsland op straat komt te staan en een zwervend bestaan moet lijden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.