Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummers: SGR 20/4943, SGR 20/4945, SGR 20/4948, SGR 20/4951, SGR 20/4953, SGR 20/4955, SGR 20/4956, SGR 20/4957, SGR 20/4958, SGR 20/4959, SGR 20/4960, SGR 20/4963, SGR 20/4964, SGR 20/4965, SGR 20/4966, SGR 20/4967, SGR 20/5007, SGR 20/5008, SGR 20/5009, SGR 20/5011, SGR 20/5016, SGR 20/5013, SGR 20/5017, SGR 20/5019, SGR 20/5021, SGR 20/5022, SGR 20/5020, SGR 20/5023 uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 augustus 2020 op de verzoeken om een voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, tegen het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder (gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum). Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht, de herziening van een besluit omtrent bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht, de eigen bijdrage voor een advocaat, een terugvordering woonkostentoeslag en een weigering om een correctie van een verrekening uit te voeren, in de zaken die zijn opgenomen in de bij deze uitspraak behorende Bijlage, welke van deze uitspraak deel uitmaakt. Connex aan deze beroepen heeft verzoeker de voorzieningenrechter op 8 maart 2020 voor de eerste maal verzocht voorlopige voorzieningen te treffen in de zaken die eveneens zijn opgenomen in de bij deze uitspraak behorende Bijlage, welke van deze uitspraak deel uitmaakt. De voorzieningenrechter heeft die verzoeken om een voorlopige voorziening op 8 juni 2020 afgewezen, op de grond dat het spoedeisend belang was komen te vervallen. Op 25 en 26 juli 2020 heeft verzoeker voor de tweede maal verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in de zaken die zijn opgenomen in de bij deze uitspraak behorende Bijlage, welke van deze uitspraak deel uitmaakt. Overwegingen
- Verzoeker is, overigens net als in de eerste verzoeken om voorlopige voorzieningen waarin op 8 juni 2020 uitspraak is gedaan (SGR 20/3346, SGR 20/3149, SGR 20/3151, SGR 20/3155, SGR 20/3160, SGR 20/3163, SGR 20/3168, SGR 20/3170, SGR 20/3173, SGR 20/3187, SGR 20/3189, SGR 20/3341, SGR 20/3219, SGR 20/3217, SGR 20/3212, SGR 20/3210, SGR 20/3206, SGR 20/3204, SGR 20/3201, SGR 20/3198, SGR 20/3194, SGR 20/3349, SGR 20/3352, SGR 20/3354, SGR 20/3357, SGR 20/3361, SGR 20/3363, SGR 20/3365), in deze procedures (SGR 20/4943, SGR 20/4945, SGR 20/4948, SGR 20/4951, SGR 20/4953, SGR 20/4955, SGR 20/4956, SGR 20/4957, SGR 20/4958, SGR 20/4959, SGR 20/4960, SGR 20/4963, SGR 20/4964, SGR 20/4965, SGR 20/4966, SGR 20/4967, SGR 20/5007, SGR 20/5008, SGR 20/5009, SGR 20/5011, SGR 20/5016, SGR 20/5013, SGR 20/5017, SGR 20/5019, SGR 20/5021, SGR 20/5022, SGR 20/5020, SGR 20/5023) vrijgesteld van het betalen van griffierechten. Dat betekent dat verzoeker in deze procedures geen griffierecht hoeft te betalen. 2.1 Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemgedingen niet. 2.2 Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2.2 Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
- Verzoeker stelt thans, en de voorzieningenrechter citeert: “Op 8 juni 2020 heeft de voorzieningenrechter van uw rechtbank uitspraak gedaan in (…) een verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bodemgeding met zaaknummer (…). Met deze uitspraak heeft de voorzieningenrechter mijn verzoek om een voorlopige voorziening, in verband met de dreigende openbare verkoop (executieveiling) van mijn woning, afgewezen. Als reden voor deze afwijzing heeft de voorzieningenrechter gesteld dat hij/zij van oordeel was dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening was komen te ontbreken, omdat niet zeker was of de openbare verkoop van mijn woning nog zou plaatsvinden, nu de onherroepelijke datum van 20 april 2020 was verstreken zonder dat de veiling had plaatsgevonden. Deze veiling was namelijk uitgesteld vanwege de uitbraak van de corona-crisis en er was op dat moment (nog) geen (nieuwe) concrete datum voor een voorgenomen veiling in de afzienbare toekomst, Hierbij heeft de voorzieningenrechter opgenomen dat hij/zij met het oog op het belang van verzoeker zou bevorderen dat de behandeling van het bodemgeding in het najaar van 2020 zal plaatsvinden. Maar per e-mail van 24 juli 2020 (…) heeft Krans Notarissen mij geïnformeerd dat deze veiling inmiddels opnieuw is ingepland nu de corona-regels zijn versoepeld en dat de nieuwe veilingdatum is vastgesteld op 7 september
- Dit betekent nu dat er per direct weer sprake is van een spoedeisend belang en om die reden doe ik hierbij derhalve een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening (…).”
- De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker als gevolg van het te laat beslissen door verweerder in een (financiële) noodsituatie geraakt voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen.
- De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat, met de ophanden zijnde openbare verkoop van de woning van verzoeker op 7 september 2020, sprake is van een spoedeisend belang.
- De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat de onderhavige verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn ingediend op zaterdag 25 juli 2020 en zondag 26 juli
- De rechtbank had inmiddels - invulling gevend aan de in de uitspraken van 8 juni 2020 vermelde inspanning om de connexe bodemzaken in het najaar van 2020 op een zitting te behandelen - een zittingsdatum in de bodemzaken bepaald. Die zittingsdatum is 25 augustus 2020 om 09.30 uur. Op 30 juli 2020 heeft de griffier de uitnodigingen voor de zitting (aangetekend) aan partijen verzonden.
- Een en ander betekent dat de connexe bodemzaken vóór 7 september 2020 ter zitting zullen zijn behandeld. Ervan uitgaand dat de rechtbank in staat zal zijn om spoedig na die zitting uitspraak te doen in de bodemzaken, betekent dit dat zich geen (financiële) noodsituatie, als bedoeld in punt 4 hiervoor, zal voordoen voordat de rechtbank in de bodemgedingen uitspraak heeft kunnen doen. Reeds om die reden is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken zullen daarom worden afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is op 11 augustus 2020 gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. BIJLAGE Beroepsprocedure Voorlopige voorziening I Voorlopige voorziening II Onderwerp SGR 20/3343 SGR 20/3346 SGR 20/5013 BB voor griffierecht SGR 20/3146 SGR 20/3149 SGR 20/4943 BB voor griffierecht SGR 20/3150 SGR 20/3151 SGR 20/4945 BB voor griffierecht SGR 20/3153 SGR 20/3155 SGR 20/4948 BB voor griffierecht SGR 20/3159 SGR 20/3160 SGR 20/4951 BB voor griffierecht SGR 20/3162 SGR 20/3163 SGR 20/4953 Terugvordering woonkostentoeslag SGR 20/3167 SGR 20/3168 SGR 20/4955 BB voor griffierecht SGR 20/3169 SGR 20/3170 SGR 20/4956 Herziening besluit omtrent BB voor griffierecht SGR 20/3172 SGR 20/3173 SGR 20/4957 Herziening besluit SGR 20/3186 SGR 20/3187 SGR 20/4958 BB voor griffierecht SGR 20/3188 SGR 20/3189 SGR 20/4959 BB voor griffierecht SGR 20/3340 SGR 20/3341 SGR 20/5011 BB voor griffierecht SGR 20/3218 SGR 20/3219 SGR 20/5009 BB voor griffierecht SGR 20/3216 SGR 20/3217 SGR 20/5008 BB voor griffierecht SGR 20/3211 SGR 20/3212 SGR 20/5007 BB voor griffierecht SGR 20/3207 SGR 20/3210 SGR 20/4967 BB voor griffierecht SGR 20/3205 SGR 20/3206 SGR 20/4966 BB voor griffierecht SGR 20/3203 SGR 20/3204 SGR 20/4965 BB voor griffierecht SGR 20/3200 SGR 20/3201 SGR 20/4964 BB voor griffierecht SGR 20/3196 SGR 20/3198 SGR 20/4963 BB voor griffierecht SGR 20/3193 SGR 20/3194 SGR 20/4960 BB voor griffierecht SGR 20/3348 SGR 20/3349 SGR 20/5016 BB voor griffierecht SGR 20/3351 SGR 20/3352 SGR 20/5017 Weigering correctie van een verrekening SGR 20/3353 SGR 20/3354 SGR 20/5019 BB voor griffierecht SGR 20/3356 SGR 20/3357 SGR 20/5020 BB voor griffierecht SGR 20/3358 SGR 20/3361 SGR 20/5021 BB voor griffierecht SGR 20/3362 SGR 20/3363 SGR 20/5022 BB voor griffierecht SGR 20/3364 SGR 20/3365 SGR 20/5023 EB voor een advocaat Afkortingen BB = bijzondere bijstand EB = Eigen Bijdrage SGR = Rechtbank Den Haag