← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:7741

RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/597025 / FA RK 20-5037 Datum beschikking: 10 augustus 2020 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de man] hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedag] 2001, te [geboorteplaats] , Marokko, wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] advocaat: mr. J.H.T. van Brunschot te Den Haag. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 juli

  1. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 8 april 2019; - een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 14 juli 2020; - een op 14 juli 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] arts verstandelijk gehandicapten, die betrokkene met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was; - een verklaring van de zorgaanbieder Middin van de accommodatie waarin betrokkene is opgenomen van 21 juli 2020; - een zorgplan van 21 mei
  2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 augustus
  3. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was: - betrokkene, in het bijzijn van de arts verstandelijk gehandicapten [arts 2] en de [persoonlijk begeleider] ; - zijn advocaat. Standpunten ter zitting Betrokkene en diens advocaat hebben het standpunt ingenomen dat betrokkene geen psychiatrische stoornis heeft en ook geen verlenging van de machtiging wil. Betrokkene zou wel op vrijwillige basis in de accommodatie willen verblijven, zoals in de vorige accommodatie van Middin. Gezien er wel sprake is van ernstig nadeel refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank. De arts en de persoonlijk begeleider hebben aangegeven dat de rechterlijke machtiging nodig is om betrokkene tegen zichzelf te beschermen. Betrokkene moet goede structuur en begeleiding krijgen om ervoor te zorgen dat het goed gaat. Er moeten vele afspraken met hem gemaakt worden en hij moet vaak beperkingen krijgen omdat hij zich steeds niet aan de afspraken houdt en ontwijkend gedrag vertoont; terwijl hij het met beperkingen juist goed doet. Betrokkene kan nog agressief reageren naar anderen en zichzelf gaan snijden als het niet gaat zoals hij het wil. Beoordeling Op 2 juli 2020 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend tot en met 13 augustus
  4. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap. Deze verstandelijke handicap leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige financiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt; - de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; - de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Daar betrokkene moeilijk met vrijheden om kan gaan en juist met beperkingen goed functioneert is een opname en verblijf in het vrijwillige kader niet aan de orde. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. Beslissing De rechtbank: verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van: [de man] geboren op [geboortedag] 2001, te [geboorteplaats] , Marokko, bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 februari
  5. Deze beschikking is gegeven door mr.drs. C.G. Meeder, rechter, bijgestaan door A.U. Hatuina als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 augustus
  6. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 augustus
  7. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.