← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:7776

beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies – enkelvoudige kamer rekestnummer: C/09/595590 / FT RK 20/697 uitspraakdatum: 4 augustus 2020 DE RESOLUTIE RIJSWIJK B.V. verzoekster, advocaat: mr. G. Janssen heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., verweerster. Het verzoekschrift is op 4 augustus 2020 behandeld in raadkamer. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord: mr. G. Janssen, advocaat van verzoekster; [A], indirect bestuurder van verweerster. De uitspraak is bepaald op heden. Het verzoek en het verweer Verzoekster heeft het faillissement van verweerster aangevraagd stellende dat verweerster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van verzoekster als andere vorderingen onbetaald laat. Verweerster heeft de vordering van verzoekster erkend, maar betwist het bestaan van een steunvordering. De beoordeling De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt. Ingevolge het bepaalde in artikel 1 en artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) is voor een faillietverklaring vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Om deze toestand te kunnen aannemen, moet volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden;

(1)er moet sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteit) en
(2)de schuldenaar betaalt niet meer. Indien, zoals hier, het verzoek tot faillietverklaring door een schuldeiser wordt gedaan, is voorts nog vereist dat summierlijk van diens vorderingsrecht is gebleken. . Verweerster heeft bij monde van de heer [A] de vordering van verzoekster erkend en eveneens erkend dat zij op dit moment geen middelen heeft om de vordering ineens te voldoen. Het vorderingsrecht van verzoekster is hiermee vast komen te staan. Aan het pluraliteitsvereiste is echter niet voldaan. mr. Janssen heeft namens verzoekster een verklaring overgelegd van de belastingdienst. In die verklaring staat vermeld dat de ontvanger niet aan het verzoek tot afgifte van een steunvordering kan voldoen. Uit een met pen bijgeschreven notitie op deze verklaring maakt de rechtbank op dat geen sprake is van een invorderbare belastingaanslag nu vanwege de in Nederland genomen coronamaatregelen uitstel van betaling is gegeven. Nu de aanslag van de belastingdienst momenteel niet invorderbaar is en ook de hoogte van de vordering van de belastingdienst niet bekend is, kan deze niet als steunvordering worden aangemerkt. Het faillissementsverzoek zal worden afgewezen. BESLISSING De rechtbank: - wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [X] B.V., voornoemd. Gegeven door mr. W.J. Don, rechter, en uitgesproken op 4 augustus 2020, in tegenwoordigheid van D.D. Elsayed-Vorst, griffier. Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.