Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 20-1675 Zaaknummer: C/09/590275 Datum beschikking: 26 augustus 2020 Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang Beschikking op het op 10 maart 2020 ingekomen verzoek van: [X] , de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. B.L. Lok te Zoetermeer. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [Y] , de vader, wonende te [woonplaats 2] (gemeente [gemeente] ), advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden. Als informant wordt aangemerkt: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI). Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift; het F9-formulier van 1 juli 2020 van de zijde van de moeder; het F9-formulier van 3 juli 2020 met bijlagen (producties 14 tot en met 23) van de zijde van de moeder; het F9-formulier van 3 juli 2020 met bijlage van de zijde van de moeder; Op 6 juli 2020 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en de heer [naam] namens de GI. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd. Feiten - Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. - Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [naam minderjarige 1] ( [voornaam minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] , - [naam minderjarige 2] ( [voornaam minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] . - [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn door de vader erkend. - [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - Bij beschikking van deze rechtbank van [beschikkingsdatum 1] 2012 zijn de tussen partijen gemaakte afspraken met betrekking tot [voornaam minderjarige 1] , neergelegd in een overeenkomst, opgenomen in een beschikking. - Bij beschikking van deze rechtbank van [beschikkingsdatum 2] 2014 en bekrachtigd bij beschikking van het Gerechtshof Den Haag van [beschikkingsdatum 3] 2017 zijn de vader en de moeder gezamenlijk met het ouderlijk gezag over de kinderen belast. - Bij de hiervoor genoemde beschikking van [beschikkingsdatum 2] 2014 heeft deze rechtbank –met wijziging van de beschikking van [beschikkingsdatum 1] 2012 met de daarin opgenomen afspraken van partijen – onder meer een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld waarbij de kinderen kort samengevat om het weekend en een deel van de schoolvakanties bij de vader verblijven. - Sinds november 2018 vindt er geen omgang meer plaats tussen de vader en de kinderen; - De kinderrechter in deze rechtbank heeft de kinderen met ingang van [datum] 2019 onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling recent is verlengd tot [datum] 2021, waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot wijziging van hiervoor genoemde beschikkingen, in die zin dat: - de moeder met onmiddellijke ingang met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast; - de zorg- c.q. omgangsregeling tussen de vader en de kinderen, zoals is bepaald bij beschikking van de rechtbank van [beschikkingsdatum 2] 2014 met onmiddellijke ingang wordt opgeheven, althans genoemde zorgregeling met onmiddellijke ingang wordt opgeschort, in die zin dat er geen omgang tussen de kinderen en de vader zal plaatsvinden tenzij de kinderen hier zelf om verzoeken, althans met wijziging van voornoemde beschikking de vader met onmiddellijke ingang het recht op omgang met de kinderen te ontzeggen, althans zodanige beslissing te nemen zoals de rechtbank juist acht; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden van de hiervoor genoemde beschikking(en) zijn gewijzigd. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Gezag Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Dit leidt ertoe dat het gezamenlijk gezag slechts kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. De rechtbank stelt bij de beoordeling voorts voorop dat voor gezamenlijk gezag in het algemeen is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij relevante gezagsbeslissingen in behoorlijk gezamenlijk overleg kunnen nemen. Ter onderbouwing van haar verzoek stelt de moeder dat de vader niet in staat is om beslissingen te nemen in het belang van de kinderen, zoals blijkt uit haar opsomming van voorbeelden. Volgens de moeder laat de vader zijn eigen belang prevaleren boven dat van de kinderen en weigert hij stelselmatig toestemming te verlenen voor vakantie, onderzoeken en gezinsondersteuning. De jeugdbeschermer moet daarom telkens eraan te pas komen om toestemming te verkrijgen, doch deze werkwijze blijkt nu –gelet op de schriftelijke aanwijzing die aan de vader moest worden gegeven- ook niet meer te werken. Verder betoogt de moeder dat de vader niet (zelfstandig) in staat is om gezagsbeslissingen te nemen. De vader leunt erg op zijn vader en laat zich dan ook regelmatig dicteren hoe hij zich moet gedragen tegenover de jeugdbeschermer en de moeder. De bemoeienis van opa vaderszijde wordt ook als zeer storend ervaren. De marginale communicatie tussen de ouders is hierdoor tot een dieptepunt gedaald. Er is geen normaal contact meer mogelijk, laat staan over gezagsbeslissingen, aldus de moeder. Het enige contact tussen de ouders verloopt nu per e-mail, via de tweewekelijkse update die de moeder aan de vader verstuurt en waarop hij slechts drie keer heeft gereageerd. Concluderend stelt de moeder dat er sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen door voortduring van het gezamenlijk gezag klem of verloren raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen dan wel wijziging anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Om deze reden heeft de moeder haar verzoek ingediend. De vader betwist de verwijten die de moeder hem maakt. Hij stelt ten onrechte te worden weggezet als een strijdende vader met veel problemen. De vader heeft inderdaad de nodige problemen gehad en is daar open over. Na vele behandelingen is de vader echter nu al geruime tijd in een nieuwe fase. Volgens de vader wordt hij door de moeder buiten spel gezet. De vader stelt wel kritische vragen, maar de vader betwist dat hij beslissingen van de moeder omtrent de kinderen blokkeert. De vader heeft de moeder altijd toestemming gegeven en zich geschikt naar de wensen van de moeder. De vader had er wel bezwaar tegen dat een ADHD-onderzoek voor [voornaam minderjarige 2] bij [instelling] zou gaan plaatsvinden. De vader twijfelde aan de neutraliteit van de [instelling] , omdat deze instelling de moeder eerder heeft gesteund in haar besluit om de omgang van de vader met de kinderen stop te zetten. De vader wilde dat [voornaam minderjarige 2] door een kinderarts of psychiater zou worden onderzocht, iemand met een bredere blik, die ook kan zien of de concentratieproblemen bij [voornaam minderjarige 2] bijvoorbeeld met een loyaliteitsconflict te maken hebben. De vader heeft de overtuiging dat sprake is van oudervervreemding en meent dat de kinderen nog verder weg van de vader zullen drijven als de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. De vader doet een beroep op de uitspraak van de Hoge Raad van 27 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:533). De GI heeft ter zitting aangegeven dat sinds oktober/november 2019 is geprobeerd om van de vader toestemming te krijgen voor het ADHD onderzoek en mogelijk ook behandeling van [voornaam minderjarige 2] , dat een schriftelijke aanwijzing nodig is geweest en dat deze schriftelijke aanwijzing in maart 2020 door de kinderrechter is bekrachtigd. Voor [voornaam minderjarige 2] zijn zo vele maanden verloren gegaan. De GI loopt er ook tegen aan dat het telkens heel lang duurt om met de vader in contact te komen. De rechtbank is van oordeel dat omstandigheden sinds de beschikking van het hof van [beschikkingsdatum 3] 2017 zijn gewijzigd en overweegt als volgt. Vaststaat dat, sinds het verbreken van de relatie, sprake is van een gespannen onderlinge verhouding en een gebrek aan wederzijds vertrouwen tussen de ouders. Bij de beslissing van [beschikkingsdatum 3] 2017 van het hof om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten, heeft het hof onder meer meegewogen dat, ondanks de strijd van de ouders op communicatieniveau, de ouders na een traject bij Ouderschap Blijft, in staat waren de contacten van de vader met de kinderen goed te regelen, dat de moeder weinig last ervaart van de omstandigheid dat de vader mede met het gezag over de kinderen is belast en dat niet is gebleken dat de vader de beslissingen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor de minderjarigen blokkeert of zal blokkeren. Sindsdien is er veel gebeurd. Na een tweede suïcidepoging van de vader in juli 2017 raakt Veilig Thuis betrokken en wordt in maart 2018 hulpverlening door [instelling] opgestart. Deze hulpverlening in de vorm van gezinscoaching komt niet goed van de grond. Eind oktober 2018 doet [instelling] een Verzoek tot Onderzoek, inmiddels is de omgang tussen de vader en de kinderen door de moeder stopgezet. Op [datum] 2019 worden de kinderen onder toezicht gesteld omdat de kinderen opgroeien in een zeer complexe echtscheidingssituatie waarbij de spanningen tussen de ouders blijven voortduren. De ondertoezichtstelling is inmiddels verlengd tot [datum]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.