vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/581331 / HA ZA 19-1069 Vonnis van 26 augustus 2020 in de zaak van [de Maatschap] te [plaats] , eiseres, advocaat mr. P.H. Kramer te Amsterdam, tegen [gedaagde] zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten, gedaagde, niet verschenen. Partijen worden hierna [de Maatschap] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 15 juli 2019 met producties 1 tot en met 5; het ter rolzitting van 23 oktober 2019 tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is een datum voor het vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Deze vrijwaringszaak hangt samen met de hoofdzaak met nummer C/09/566476 / HA ZA 19-
- In de hoofzaak heeft eiseres (hierna: [eiseres in hoofdzaak] ) gevorderd dat [de Maatschap] aansprakelijk is tegenover [eiseres in hoofdzaak] en een bedrag van € 89.185,39 dient te betalen vermeerderd met wettelijke rente. [eiseres in hoofdzaak] heeft op grond van een door de rechtbank Amsterdam op 1 juli 2015 gewezen vonnis, een vordering met executoriale titel jegens haar voormalig echtgenoot, [gedaagde] . Mr. [A] (hierna: [A] ), werkzaam bij [de Maatschap] , heeft als voormalig advocaat van [eiseres in hoofdzaak] deze vorderingen niet kunnen verhalen op [gedaagde] en heeft daarbij volgens [eiseres in hoofdzaak] een beroepsfout gemaakt. [eiseres in hoofdzaak] heeft [de Maatschap] daarom aansprakelijk gesteld voor de schade die zij daardoor stelt te hebben geleden. 2.
- [de Maatschap] meent dat de bedragen die [eiseres in hoofdzaak] van [de Maatschap] vordert, feitelijk door [gedaagde] moeten worden gedragen. [de Maatschap] heeft om die reden deze rechtbank verzocht [gedaagde] in vrijwaring te mogen dagvaarden. Dit is toegestaan bij vonnis van 8 mei 2018 in de hiervoor genoemde zaak. 2.
- [de Maatschap] vordert in deze procedure:
- voor recht te verklaren dat [gedaagde] hoofdelijk aansprakelijk is jegens [eiseres in hoofdzaak] , voor de door haar geleden schade;
- voor recht te verklaren dat in de onderlinge verhouding tussen [de Maatschap] en [gedaagde] ex. artikel 6:10 jo. 6:102 jo. 6:101 BW de door [eiseres in hoofdzaak] geleden schade volledig door [gedaagde] gedragen dient te worden en [gedaagde] te veroordelen om aan [de Maatschap] (hoofdelijk) te vergoeden hetgeen [de Maatschap] aan [eiseres in hoofdzaak] zal moeten betalen;
- subsidiair voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [de Maatschap] ;
- subsidiair [gedaagde] te veroordelen om aan [de Maatschap] diens volledige schade te vergoeden (zijnde het bedrag dat [de Maatschap] op grond van het vonnis in de hoofdzaak aan [eiseres in hoofdzaak] verschuldigd zal zijn);
- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen salaris advocaat, de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten als [gedaagde] deze niet binnen 14 dagen na het wijzen van het vonnis betaald heeft. 2.
- [gedaagde] heeft in deze zaak verstek laten gaan. Nu de vordering van [eiseres in hoofdzaak] in de hoofdzaak tussen [eiseres in hoofdzaak] en [de Maatschap] niet voor toewijzing in aanmerking komt, heeft [de Maatschap] geen voldoende belang in de zin van artikel 3:303 BW bij haar vorderingen in vrijwaring. Deze vorderingen van [de Maatschap] in vrijwaring zullen dan ook worden afgewezen. 2.
- De rechtbank ziet geen grond een proceskostenveroordeling uit te spreken nu [gedaagde] niet in de procedure is verschenen en geen proceskosten lijkt te hebben gemaakt. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- wijst de vorderingen af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Erich en in het openbaar uitgesproken op door mr. D. Nobel, rolrechter, 26 augustus
- type: 2753 coll: