← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:8427

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummers: NL20.739 en NL20.740 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , eiser/verzoeker (eiser), V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: [naam] ), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: [naam] ). Procesverloop Bij besluit van 9 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari

  1. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen De asielaanvragen van eiser
  2. Eiser heeft op 19 november 2015 een eerste asielaanvraag gedaan. Hieraan heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij [naam] is, geboren in Irak. Toen hij twee jaar oud was, is hij naar Iran vertrokken met zijn ouders. Hij is niet gedocumenteerd en niet in het bezit is van een nationaliteit. Hij heeft in Iran problemen gekregen met de Iraanse politie omdat hij werd gezien als opposant van Ahmedinejad. Deze aanvraag heeft verweerder afgewezen bij besluit van 11 april 2017, dat in rechte vast staat met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 23 augustus
  3. Op 22 december 2018 heeft eiser een opvolgende aanvraag ingediend. Hij heeft daarbij aangegeven te vrezen voor vervolging in Iran vanwege zijn bekering tot het christendom. Verder heeft hij stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn Iraanse nationaliteit. Het besluit van verweerder
  4. Verweerder heeft eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Omdat eiser originele documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn Iraanse nationaliteit, gaat verweerder daar nu van uit. Uit deze documenten volgt verder dat eiser in de vorige procedure opzettelijk misleidende informatie over zijn naam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit en herkomst heeft gegeven. Die misleiding is volgens verweerder van dusdanige aard dat de overige relevante elementen ook als ongeloofwaardig moeten worden aangemerkt. De problemen met de Iraanse politie, waar eiser bij zijn eerste aanvraag over verklaarde, acht verweerder bovendien onlosmakelijk verbonden met eisers herkomst. Eisers bekering acht verweerder ook niet geloofwaardig. Dat hij daadwerkelijk afstand heeft genomen van de islam en dat bij eiser sprake is van een oprechte bekering tot het christendom die is gebaseerd op een diepgewortelde overtuiging gelooft verweerder niet. Het beroep tegen het besluit
  5. Eiser is het hier niet mee eens. Hij vindt dat verweerder de problemen met de politie in Iran ten onrechte niet heeft beoordeeld. Volgens eiser zijn deze problemen in de eerste procedure nooit op geloofwaardigheid beoordeeld en staan ze los van zijn herkomst. Dat eiser vanwege deze problemen geen risico op vervolging of ernstige schade loopt, heeft verweerder daarmee onvoldoende gemotiveerd. Ook vindt eiser dat verweerder zijn bekering ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. Hij heeft een persoonlijk en invoelbaar verhaal verteld. Uit de besluitvorming blijkt dat verweerder zich niet wil laten overtuigen. Eiser gaat verder in zijn beroepschrift in op verschillende tegenwerpingen van verweerder. Het oordeel van de rechtbank
  6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom hij niet is ingegaan op de problemen die eiser met de Iraanse politie betoogt te hebben gehad. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Eiser heeft in zijn eerste asielprocedure de volgende personalia opgegeven: [naam] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , stateloos. In deze procedure is gebleken dat eisers personalia als volgt zijn: [naam] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , van Iraanse nationaliteit. Eiser heeft niet betwist dat hij (onder andere) hierover valse informatie heeft verschaft. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat, doordat eiser op deze belangrijke punten misleidende informatie heeft verschaft, de overige relevante elementen van deze aanvraag ook als ongeloofwaardig kunnen worden gezien. Hij heeft hierbij kunnen verwijzen naar Werkinstructie 2014/10, waarin staat dat in sommige gevallen een verdere toets stopt bij het verstrekken van onjuiste gegevens. Dat is volgens de werkinstructie het geval als de misleiding van dusdanige aard is dat het gehele asielrelaas als ongeloofwaardig moet worden aangemerkt, zoals wanneer een vreemdeling eerder een aanvraag heeft ingediend onder een andere naam. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat van een dergelijke situatie sprake is. Eisers betoog dat hij weliswaar heeft gelogen over zijn identiteit en nationaliteit, maar dat dat verweerder niet ontslaat van zijn verplichting om ook de door hem naar voren gebrachte problemen in Iran op geloofwaardigheid te toetsen, slaagt dan ook niet. Of de in deze elementen vervatte problemen verbonden zijn met eisers herkomst kan daarom buiten bespreking blijven.
  7. Verweerder heeft zich verder op het standpunt mogen stellen dat eiser niet geloofwaardig heeft verklaard over het afstand doen van de islam en zijn bekering tot het christendom. Verweerder heeft daarbij mogen wijzen op tegenstrijdige verklaringen die eiser heeft afgelegd over de gelovigheid van zijn ouders. In het eerste gehoor in de eerste procedure heeft eiser verklaard dat zijn ouders niet gelovig zijn, maar doen alsof ze moslim zijn omdat ze in Iran wonen. In het gehoor opvolgende aanvraag heeft eiser verklaard dat zijn ouders strenggelovige moslims zijn. Eisers betoog dat hij in de eerste procedure de waarheid over zijn familie niet heeft verteld, omdat zijn reisagent hem dit had geadviseerd heeft verweerder op goede gronden niet gevolgd. Verweerder heeft verder mogen tegenwerpen dat eiser wisselend heeft verklaard over het zich afkeren van de islam. Eiser verklaart eerst tweemaal dat hij vanaf zijn 20 e gestopt is met het praktiseren van de islam, tot ontevredenheid van zijn vader die zich er uiteindelijk wel bij neerlegde. Vervolgens verklaart eiser dat hij vanaf zijn 20 e tot zijn 26 e af en toe meedeed aan de ramadan en soms ook ging bidden, met name om zijn vader tevreden te houden. Ook heeft verweerder mogen wijzen op wisselende en tegenstrijdige verklaringen over het moment van omarming van het christendom. Eerst verklaart eiser herhaaldelijk dat hij na zijn eerste kerkbezoek een heel fijn gevoel had en begreep dat hij onderdeel was van een plan van God. Later verklaart eiser dat hij eerder al zes maanden naar een mormoonse kerk was gegaan waar hij niets bij voelde, een katholieke kerk waar hij niet welkom was en een protestantse kerk in Utrecht . Dat eiser zijn eerdere bezoeken niet eerder zou hebben genoemd omdat hij ze niet relevant vond doet niet af aan deze tegenstrijdigheid. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser algemeen en summier verklaart over wat het voor hem betekende toen hij met het Christendom in aanraking kwam. Eiser verklaart desgevraagd herhaaldelijk dat dit geloof hem van zijn problemen verlost, hij vrede krijgt en hij zich herboren voelt en geen enkele twijfel heeft. Daar spreekt geen diepgewortelde overtuiging uit. Het betoog van eiser op de zitting dat het niet iedereen gegeven is om uitgebreid te verklaren over dit soort innerlijke processen doet niet af aan het feit dat verweerder wel van eiser mag verwachten dat hij voldoende inzicht geeft in de motieven voor en het proces van bekering.
  8. Het betoog van eiser dat verweerder ten onrechte van hem eist dat hij aannemelijk maakt dat hij zich vanuit een diepgewortelde overtuiging heeft afgekeerd van de islam volgt de rechtbank niet. Eiser verklaart in het gehoor opvolgende aanvraag dat hij in Iran is opgegroeid onder strenggelovige ouders. Het is verder niet in geschil dat afvalligheid in Iran strafbaar en maatschappelijk onacceptabel is. Verweerder mag dan verwachten dat eiser inzicht geeft in een weloverwogen keuze om zich van de islam af te keren. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2072).
  9. De brieven van eisers geloofsgenoten [naam] en [naam] doen evenmin af aan deze conclusie. Over zulke verklaringen heeft de Afdeling eerder geoordeeld dat deze kunnen dienen ter staving van een gestelde bekering van een vreemdeling, maar dat zij onverlet laten dat de vreemdeling tegenover verweerder overtuigende verklaringen af moet kunnen leggen over zijn bekering en het proces dat daartoe heeft geleid.
  10. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank, in de zaak NL20.739: - verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter, in de zaak NL20.740: - wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. B.V.A. Corstens, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op 24 januari
  11. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan, voor zover wordt beslist op het beroep, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Mr. A.K. Mireku B.V.A. Corstens Rechter Griffier 201710173/1/V
  12. Paragraaf 3.2.3 van Werkinstructie 2014/
  13. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.
  14. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.
  15. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.
  16. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.
  17. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.
  18. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p.
  19. Rapport gehoor opvolgende aanvraag, p. 14-
  20. Zie de uitspraak van 30 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3513.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.