← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:8700

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/5235 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] , van Armeense nationaliteit, verzoekster, V-nummer: [#] (gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft op 30 juni 2020 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen

  1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het verzoekschrift de gronden van het verzoek vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het verzoek op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
  2. Verzoekster heeft geen gronden vermeld in het verzoekschrift. Bij aangetekende brief van 1 juli 2020 is verzoekster gewezen op dit verzuim en is zij verzocht om dit uiterlijk binnen twee weken na datum van die brief te herstellen. Tevens heeft de rechtbank verzocht om een kopie van het bezwaarschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft over te leggen. Hierbij is vermeld dat, indien verzoekster niet aan dit verzoek voldoet, het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Uit onderzoek is gebleken dat betreffende brief op 3 juli 2020 is afgehaald van een PostNL locatie. De termijn om het verzuim te herstellen is geëindigd op 15 juli
  3. Bij fax van 28 juli 2020 heeft verzoekster de gronden ingediend en het overige verzuim hersteld. Dat is na de in de brief van 1 juli 2020 gestelde termijn van twee weken.
  4. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
  5. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2020 Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. zending is afgehaald bij PostNL-punt Bezorgd op 3 juli 17:23 De reis van je pakket Volg het stap voor stap 3 juli 17:23 Zending is afgehaald bij PostNL-punt Bezorgd op 3 juli 17:23 2 juli 7:41 Zending af te halen bij postbus-locatie 2 juli 6:34 Zending is bezorgd Toon alles Gegevens van je pakket Zoals afzender, bezorgadres, grootte en gewicht. Handtekening Bezorgadres POSTBUS 275 2150AG NIEUW-VENNEP Nederland AfzenderOnbekend Track & trace code3SRRC13575505

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.