Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/598131 / JE RK 20-1975 (I) en C/09/599194 / JE RK 20-2162 (II) Datum uitspraak: 10 september 2020 Beschikking van de kinderrechter I Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing II Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW in de zaak naar aanleiding van het op 14 augustus 2020 ingekomen verzoekschrift (I) en het ter zitting gedane verzoek (II) van: de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad), betreffende: - [minderjarige] geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de man] hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 1] , [de vrouw] hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 2] De kinderrechter merkt als informant aan: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift. Op 10 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen: mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad; mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling; de vader; de moeder. [minderjarige] is voorafgaand aan de zitting door de kinderrechter gehoord. Feiten - Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden. - De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. - [minderjarige] verblijft doordeweeks bij [verblijfplaats] en in het weekend bij de moeder. Verzoek Het verzoek (I) strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de periode tot haar meerderjarigheid en tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. Aan het verzoek van de Raad ligt ten grondslag dat er ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige] . Zij heeft een licht verstandelijke beperking en het syndroom 16p11.2. [minderjarige] is zeventien jaar oud, maar kan geen zelfstandige keuzes maken en heeft langdurige 24-uurs zorg nodig. Zij verblijft doordeweeks bij [verblijfplaats] en in het weekend bij de moeder. De moeder van [minderjarige] is ernstig ziek en zit niet op één lijn met de vader in de opvoeding en verzorging van [minderjarige] . Er is op dit moment ook geen contact tussen de vader en [minderjarige] . Een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing zijn noodzakelijk om de ouders en [minderjarige] te ondersteunen bij het inzetten en accepteren van de nodige hulpverlening en [minderjarige] bij te staan als haar moeder komt te overlijden. Ter zitting is door de Raad tevens verzocht om (II) een bijzonder curator te benoemen zoals opgenomen in artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW), zodat deze kan onderzoeken welke juridische stappen moeten worden gezet voor wanneer [minderjarige] meerderjarig wordt. De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De vader heeft ter zitting geen verweer gevoerd. Beoordeling I. Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Bij [minderjarige] is sprake van een bedreiging in haar ontwikkeling vanwege haar licht verstandelijke beperking en het syndroom 16p11.2. Zij heeft continue begeleiding nodig. [minderjarige] heeft een goede band met haar moeder, maar de moeder is ernstig ziek en zal naar verwachting in de zeer nabije toekomst komen te overlijden. De vader en de moeder verschillen van mening over wat in het belang van [minderjarige] is en de vader is geneigd om [minderjarige] te overschatten. De vader en [minderjarige] hebben op dit moment ook geen contact. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling de nodige hulpverlening voor [minderjarige] gaat inzetten, en de vader en [minderjarige] gaat begeleiden bij het tot stand brengen van contact. Verder is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat [minderjarige] vanwege haar beperking en de ziekte van haar moeder niet (volledig) thuis kan wonen. Het is van belang dat [minderjarige] nu, maar ook wanneer zij achttien jaar wordt of wanneer haar moeder komt te overlijden, een woonplek heeft waar zij zich prettig en veilig voelt en waar zij de juiste hulpverlening kan krijgen. II. Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Op grond van artikel 1:250 BW kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen als de belangen van (een van) de met gezag belaste ouder(s)s of voogd(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.