RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/2762 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 8 september 2020 in de zaak tussen [eiseres 1] , eiseres 1 geboren op [geboortedatum 1] , V-nummer: [#1] , [eiseres 2] , eiseres 2 geboren op [geboortedatum 2] , V-nummer: [#2] , [eiseres 3] , eiseres 3, geboren op [geboortedatum 3] , V-nummer: [#3] , allen van Syrische nationaliteit, gezamenlijk te noemen eiseressen, (gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen, advocaat) en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Op 4 juli 2018 hebben eiseressen afzonderlijk aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijke brieven van 14 januari 2020 hebben eiseressen verweerder meegedeeld dat hij in gebreke is door niet binnen de beslistermijn op de aanvragen te beslissen. Bij afzonderlijke besluiten van 27 februari 2020 heeft verweerder de aanvragen van eiseressen niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Bij besluit van 27 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseressen een dwangsom toegekend. Eiseressen hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Overwegingen Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. Verweerder heeft in het bestreden besluit erkend dat aan eiseressen een dwangsom moet worden betaald omdat niet binnen de wettelijke beslistermijn op de aanvragen is beslist. Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat slechts één dwangsom hoeft te worden betaald, omdat sprake is van samenhang tussen de aanvragen van eiseressen. Immers, de aanvragen zijn gelijktijdig ingediend en de aanvragen zijn gebaseerd op grotendeels gelijkluidende asielrelazen. Verweerder verwijst hiervoor naar artikel 4:17, zevende lid, van de Awb en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 3 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.