RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/5952 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 10 september 2020 in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [#] , geboren op [geboortedatum] van Chinese nationaliteit, eiseres, (gemachtigde: mr. M.R. van der Linde, advocaat te Amsterdam), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J.P Guerain, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst). Procesverloop Bij besluit van 19 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het wijzigen van het doel van de op 1 december 2015 aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor het doel “arbeid als kennismigrant” in het doel “verblijf als familie- of gezinslid bij zoon [naam zoon] ” afgewezen. Bij besluit van 5 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op 23 april 2020 en 4 augustus 2020 verweerschriften ingediend. Eiseres heeft daar op 12 mei 2020 en op 14 augustus 2020 op gereageerd. De rechtbank heeft partijen op 19 augustus 2020 verzocht om aan te geven of het onderzoek kan worden gesloten zonder het houden van een zitting, conform het bepaalde in artikel 8:57, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) en daarbij aangegeven dat zonder tegenbericht binnen een week ervan wordt uit gegaan dat partijen akkoord zijn. Partijen hebben niet gereageerd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten. Overwegingen De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten. Eiseres is in eerste instantie Nederland in januari 2016 ingereisd om te werken bij Randstad B.V.. Zij heeft daartoe een verblijfsvergunning regulier voor het doel “arbeid als kennismigrant” ontvangen. Op 10 februari 2016 heeft eiseres een procedure Toegang- en verblijf gestart voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) voor haar zoon, [naam zoon] . Deze is verleend.Eiseres heeft vervolgens een verblijfsvergunning regulier voor het doel “arbeid als kennismigrant bij Macee B.V.” ontvangen. Eiseres is werkzaam als [functie] . Deze verblijfsvergunning is geldig tot 1 december 2022.Eiseres heeft op 20 december 2018 de huidige aanvraag ingediend. Eiseres wenst te verblijven bij haar zoon, [naam zoon] . Verweerder heeft de aanvraag van eiseres in het primaire besluit afgewezen omdat gebleken is dat eiseres en haar zoon op dat moment nog een geldige Nederlandse verblijfsvergunning hebben die hun tot uitoefening van het gezinsleven in Nederland in staat stelt. Afwijzing van de aanvraag heeft niet tot gevolg dat eiseres Nederland moet verlaten en zij en haar kind van elkaar gescheiden raken. Gelet op de Werkinstructie 2018/11 bestaat daarom geen aanleiding om de aanvraag in te willigen. 2.1 Verweerder heeft in het bestreden besluit gesteld dat eiseres weliswaar stelt dat zij overweegt de activiteiten van haar huidige B.V. te wijzigen wegens verandering in de handelsrelatie met China, maar zij geen bewijzen heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij al een carriereswitch heeft gemaakt en dat sprake is van gewijzigde omstandigheden. Eiseres beschikt nog steeds over een geldige verblijfsvergunning voor het doel “kennismigrant”, zodat het primaire besluit wordt gehandhaafd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.