beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/561578 / HA RK 18-507 Beschikking van 27 januari 2020 in de zaak van [verzoeker] te [plaats] , verzoeker, advocaat mr. D. van Gastel te Etten-Leur, tegen EURO INSURANCES DAC te Dublin (Ierland), in Nederland vertegenwoordigd door BROADSPIRE (CRAWFORD & COMPANY B.V.) te Capelle aan den IJssel, verweerster, advocaat mr. E.P. Ceulen te Arnhem. Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Euro Insurances’ genoemd. 1De procedure 1.1. [verzoeker] heeft op 15 oktober 2018 een verzoekschrift in deelgeschil ingediend. Op verzoek van partijen is de procedure aangehouden in afwachting van medische expertises en onderhandelingen tussen partijen. 1.2. In september 2019 heeft [verzoeker] de rechtbank bericht dat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen en heeft hij de rechtbank verzocht een datum voor een mondelinge behandeling te bepalen. 1.3. Vervolgens heeft de rechtbank ontvangen: het gewijzigd / aanvullend verzoekschrift met producties van 5 november 2019; het verweerschrift met producties van 11 november 2019; de brief met bijlagen van mr. Van Gastel van 14 november 2019; de brief met bijlage van mr. Van Gastel van 18 november 2019. 1.4. Op 18 november 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij zijn verschenen: [verzoeker] , vergezeld van zijn zus en bijgestaan door mr. Van Gastel; namens Euro Insurances: de heer [A] , bijgestaan door mr. Ceulen. 1.5. Na afloop van de mondelinge behandeling ontving de griffie van de rechtbank: de e-mail van mr. Ceulen van 19 november 2019, 16:20 uur; de e-mail van mr. Van Gastel van 19 november 2019, 16:28 uur; de e-mail van mr. Ceulen van 19 november 2019, 16:43 uur; de e-mail van mr. Ceulen van 19 november 2019, 17:29 uur. 1.6. Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald. 2De feiten 2.1. Op 23 oktober 2015 is [verzoeker] als bestuurder van een scooter betrokken geraakt bij een verkeersongeval met een auto. De bestuurder van de auto was voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Euro Insurances. 2.2. [verzoeker] heeft door het verkeersongeval (letsel)schade geleden, onder meer bestaande uit een verbrijzeling van de linker heup. Op 29 oktober 2015 is [verzoeker] aan die heup geopereerd. Daarbij is een zenuwbeschadiging opgetreden. Hierdoor heeft [verzoeker] geen gevoel meer aan de buitenkant van zijn linkerbeen en kan hij zijn linkervoet niet goed optillen. Ook lijdt [verzoeker] sindsdien aan pijn in het heupgebied. Doordat hij zijn heup zoveel mogelijk probeert te ontlasten, ontstaan ook in andere delen van het lichaam pijnklachten. 2.3. Euro Insurances heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval (en de daarop gevolgde zenuwbeschadiging) erkend. 2.4. Partijen hebben in het kader van de schaderegeling overleg gevoerd over de woonsituatie van [verzoeker] . [verzoeker] woont in een dubbele bovenwoning, waarbij hij twee trappen moet lopen om de woonkamer te bereiken. Vanwege zijn heupklachten is dat voor [verzoeker] erg belastend. 2.5. De medisch adviseurs van beide partijen zijn van oordeel dat het letsel van [verzoeker] een fors verhoogde kans oplevert op vervroegd optredende artrose. Ook zijn zij het met elkaar eens dat de slijtage in de linkerheup naar verwachting zo ernstig wordt, dat op termijn een heupprothese noodzakelijk is. Gelet op het risico van artrose, moet belasting van de heup (waaronder traplopen) volgens de beide medisch adviseurs zoveel mogelijk worden voorkomen om de noodzaak van een heupprothese (met een levensduur van 15 tot 20 jaar) zo lang mogelijk uit te stellen. 2.6. Om die redenen zijn partijen overeengekomen dat zal worden gezocht naar een woning die meer past bij de beperkingen [verzoeker] . In een verslag naar aanleiding van een huisbezoek op 4 mei 2017 is namens Euro Insurances het volgende opgetekend: “Benadeelde woont in een portiekwoning. Om de ingang van de woning te bereiken, moet men een trap op. Om de woonkamer te bereiken moet men nog een trap op. Daarnaast is er nog een bovenverdieping welke eveneens middels een trap te bereiken is. Traplopen is voor benadeelde belastend. Dit zou kunnen leiden tot versnelde slijtage. (…) Wij spraken over de toekomst. Benadeelde gaf aan dat hij geaccepteerd heeft dat hij naar een gelijkvloerse woning zal moeten verhuizen op den duur. Wij achten het van belang om dit zo spoedig mogelijk te doen. (…) Wij spraken over de zoektocht naar een huurwoning. Wij denken dat het van belang is om een professional de mogelijkheden te laten onderzoeken naar huurwoningen in [plaats] . De arbeidsdeskundige zal met benadeelde een wensen- en eisenlijst opstellen, waarna gekeken kan worden naar een geschikte huurwoning. De belangenbehartiger zal hieromtrent contact met u opnemen.” 2.7. Partijen hebben arbeidsdeskundige [de arbeidsdeskundige] van Arbeidsdeskundig Bureau Radar verzocht te onderzoeken aan welke eisen de woning van [verzoeker] moet voldoen en te noteren welke aanvullende wensen [verzoeker] daarbij heeft. 2.8. In haar rapport van 29 mei 2017 schrijft [de arbeidsdeskundige] – onder andere – het volgende: “(…). Tijdens het gezamenlijke huisbezoek concludeerden wij dat betrokkene vanwege zijn beperkingen niet in de huidige woning kan blijven wonen. (…). In samenspraak met de heer [verzoeker] stelde ik een programma van eisen en een programma van wensen op voor de toekomstige woning, zie hiervoor het bijgevoegde rapport. Van mevrouw Van Gastel heb ik begrepen dat Trivium met behulp van dit programma van eisen en wensen het aanbod van passende woningen in kaart gaat brengen en betrokkene gaat begeleiden bij het zoeken naar en vinden van passende woonruimte. In het programma van eisen ga ik uit van de huidige situatie en een mogelijke toekomstige situatie, waarin misschien gebruik gemaakt wordt van een rolstoel. Ik adviseer om een medisch adviseur uitspraak te laten doen over het uitgangspunt van de toekomstige woning (al dan niet rekening houden met rolstoelgebruik). (…) Programma van eisen en wensen voor de toekomstige woning Tijdens het gezamenlijk bezoek werd geconcludeerd dat de huidige woning niet geschikt is voor betrokkene, vanwege het traplopen (bovenwoning) waarbij het niet mogelijk is om trapliften te plaatsen. Daarom werd geadviseerd te verhuizen naar een passende woning. Samen met betrokkene stelde ik onderstaand programma van eisen en wensen op. Hierbij ga ik in eerste instantie uit van de huidige belastbarheid van betrokkene. Daarna geef ik ook advies over een situatie waarin mogelijk sprake is van rolstoelgebruik. Betrokkene geeft aan dat dit mogelijk aan de orde is, indien het kraakbeen loslaat of indien hij eerder een kunstheup krijgt welke een beperkte levensduur heeft. Ik adviseer om dit te laten onderzoeken door een medisch adviseur, omdat dit van belang is voor de keuze van een toekomstige woning. Programma van eisen voor de woning uitgaande van de huidige situatie: Gelijkvloerse woning of woning met een traplift of waarin een traplift te plaatsen is: Natte cel: volledig vlak, geen drempels (of afschot geplaatste douchevloer); douchezitje (opklapbaar of los zitje); antislipvloer; mogelijkheid om voor de wastafel te zitten; tweede toilet in de natte cel (waarschijnlijk is 50 cm hoog de juiste hoogte) of extra toilet op de bovenverdieping (bij een woning met 2 verdiepingen). daar waar nodig beugels plaatsen; kraan met thermostatische begrenzing. Keuken: mogelijkheid om deels zittend te werken (hoge kruk of werktrippelstoel (tafel om aan te werken of deels onderrijdbaar keukenblad). Toilet: 50 cm hoog met beugels. Woning drempelvrij in verband met struikelen. Uitgaande van mogelijk toekomstig rolstoelgebruik: In een dergelijke situatie is minimaal een rolstoel toe- en doorgankelijke woning gewenst. Een traplift is een optie, uitgaande van het feit dat transfers eenvoudig gemaakt kunnen worden en op de bovenverdieping voldoende ruimte is voor het plaatsen van een rolstoel/trippelstoel of een rollator waarmee hij zich op de bovenverdieping verplaatst. Bij een rolstoeldoorgankelijke woning wordt er vanuit gegaan dat alle primaire ruimtes per rolstoel bereikbaar zijn. Huizen die na 1992 gebouwd zijn, zijn vanuit het geldende bouwbesluit (meestal) al aangepast aan deze eisen. Omdat in [plaats] veel oudere woningen staan, is het belangrijk met de volgende aspecten rekening te houden: Deuren (doorgang) van minimaal 85 centimeter breed. Gangen doorgankelijk, waarbij de bochten goed genomen kunnen worden. Natte cel minimaal 6 m2 (inclusief wastafel, douche en toilet) en uiteraard ook vlak en met antislipvloer. Tweepersoonsslaapkamer circa 16 m2 (dan is er voldoende ruimte aanwezig om eventueel met een rolstoel naast het bed te rijden en ook voldoende ruimte om eventueel zorg te verlenen, indien aan de orde). Berging/schuur voor het plaatsen van een vervoermiddel zoals bijvoorbeeld een scootmobiel. Er zal in een oudere woning altijd gecheckt moeten worden of de woning rolstoel toe- en doorgankelijk is waarbij eventuele aanpassingen en voorzieningen op een later moment kunnen worden aangebracht. Programma van wensen woning op volgorde van gewichtigheid (opgesteld door de heer [verzoeker] en zijn vrouw): ruimte woning minimaal 120 m2 (nu 139 m2) met minimaal 3 grote slaapkamers; kabel of glasvezelaansluiting; geen gehorig gebouw en/of rustige mensen boven ons (het liefst geen); goed geïsoleerde woning; HR Combi ketel; Energieneutraal. Omgevingswensen van betrokkene en zijn vrouw op volgorde van gewichtigheid: Liefst in de omgeving van de huidige woning (wijk). Mocht dat niet mogelijk zijn, dan in of om [plaats] [de Wijk] (in de omgeving van de familie van zijn vrouw). Vrij uitzicht minimaal 40 meter, het liefst met water (is in huidige woning het geval). Rustige buurt. Goede parkeergelegenheid dicht bij de woning. Winkels binnen 500 meter. Openbaar vervoer binnen 500 meter.” Het advies van [de arbeidsdeskundige] wordt door partijen aangeduid als “het programma van eisen en wensen”. 2.9. Op 19 juni 2017 hebben partijen Trivium Advies (‘Trivium’) verzocht de verhuismogelijkheden van [verzoeker] en de daaraan verbonden kosten te onderzoeken. Partijen hebben Trivium daarbij verzocht zich bij haar onderzoek zowel te richten op koop- als op huurwoningen. 2.10. Nog voordat de inspanningen van Trivium tot concreet resultaat konden leiden, is [verzoeker] opnieuw een ongeval overkomen. Op 3 oktober 2017 heeft hij een misstap op de trap gemaakt, waardoor hij is gevallen. Sinds de val heeft [verzoeker] last van extreme pijn in zijn linkerbeen en linker bil. Hierdoor kan hij niet meer zitten. [verzoeker] brengt sindsdien zijn dagen liggend op zijn zij en buik door. Met krukken kan hij hele korte afstanden afleggen. Voor het overige wordt hij verzorgd op bed. 2.11. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de val van [verzoeker] het gevolg is van het letsel dat hij door het ongeval op 23 oktober 2015 heeft opgelopen (hij kan sindsdien zijn voet niet goed optillen, waardoor hij op de trap zijn evenwicht is verloren). 2.12. Partijen zijn na de val van [verzoeker] verder met elkaar in gesprek gegaan over een mogelijke verhuizing van [verzoeker] naar een andere woning. Zij zijn niet tot overeenstemming gekomen. [verzoeker] heeft te kennen gegeven dat hij een woning op de begane grond wil betrekken, omdat hij in geval van calamiteiten niet zonder hulpmiddelen (zoals een lift, die bij brand niet gebruikt mag worden) de straat kan bereiken. Het blijkt echter nagenoeg onmogelijk om in de regio [plaats] op de begane grond een woning te vinden die rolstoeltoegankelijk is of kan worden gemaakt. Als er al een geschikte woning op de begane grond beschikbaar komt, is de prijs daarvan zo hoog dat Euro Insurances die niet voor haar rekening wil nemen. 2.13. Omdat tussen partijen een patstelling is ontstaan, heeft [verzoeker] op 15 oktober 2018 een verzoekschrift ingediend. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak op verzoek van partijen aangehouden. 2.14. In gezamenlijk overleg is [verzoeker] vervolgens onderzocht door neuroloog [de neuroloog] en door orthopedisch chirurg [de orthopedisch chirurg] . [de neuroloog] en [de orthopedisch chirurg] hebben op 30 april 2019, respectievelijk 14 november 2019 gerapporteerd. 2.15. De beide deskundigen hebben (ieder vanuit hun eigen vakgebied) vastgesteld dat de huidige pijnklachten van [verzoeker] hoogstwaarschijnlijk worden veroorzaakt doordat bij de val van de trap een zenuw (de nervus ischiadicus) bekneld is geraakt door het plaatmateriaal dat na het ongeval in de heup van [verzoeker] is aangebracht. Doordat die pijn zo overheersend is, “overstemt” die de klachten die het directe gevolg zijn van de heupfractuur. Aan die pijn zou mogelijk iets te doen zijn door het osteosynthesemateriaal te verwijderen. [de neuroloog] en [de orthopedisch chirurg] geven echter beiden te kennen dat dit een forse operatieve ingreep is en dat het resultaat – gelet op de duur van de beknelling – onzeker is. Daarnaast meldt [de orthopedisch chirurg] dat het risico bestaat dat tijdens zo’n ingreep de zenuw verder beschadigd raakt. 2.16. Op de gestelde vragen antwoorden de beide deskundigen dat [verzoeker] als gevolg van zijn pijnklachten volledig beperkt is in het zitten en ernstig beperkt is in het staan, lopen en traplopen. 3Het geschil 3.1. Het verzoek ex artikel 1019w Rv strekt er (na wijziging) toe dat de rechtbank: I. voor recht verklaart dat de medische noodzaak voor een verhuizing van [verzoeker] naar een andere woning vast staat, met dien verstande dat de nieuwe woning een gelijkvloerse woning moet zijn die is gelegen op de begane grond; II. voor recht verklaart dat Trivium Advies [verzoeker] mag begeleiden bij de zoektocht naar een nieuwe woning, waarbij het programma van eisen en wensen (variant met toekomstig rolstoelgebruik) zoals opgenomen in het rapport van Radar d.d. 29 mei 2017 als uitgangspunt geldt, met dien verstande dat de nieuwe woning een gelijkvloerse woning moet zijn die is gelegen op de begane grond en waarbij de kosten van Trivium Advies voor rekening komen van Euro Insurances; III. voor recht verklaart dat de (redelijke) kosten van de nieuwe woning, inclusief eventuele verbouwings-, advies- en verhuiskosten en extra bijkomende kosten voor onderhoud, gas, elektriciteit en belastingen (in vergelijking met de kosten die [verzoeker] nu heeft) voor rekening komen van Euro Insurances; IV. voor recht verklaart dat bij de verdere afwikkeling van de schade moet worden gezocht naar een oplossing waarbij [verzoeker] kan wonen in een bij zijn letsel passende koop- of huurwoning die hij kan laten onderhouden en waarbij hij de hieraan verbonden kosten en zijn overige lasten kan voldoen; V. de kosten van deze deelgeschilprocedure begroot op € 13.000,84 (€ 12.709,84 incl. BTW aan advocaatkosten + € 291 griffierecht) en Euro Insurances veroordeelt tot betaling van dit bedrag. 3.2. Kort samengevat stelt [verzoeker] zich op het standpunt dat uit de medische expertiserapporten blijkt dat er een medische noodzaak is voor een verhuizing naar een gelijkvloerse woning. Nu partijen er altijd vanuit zijn gegaan dat bij de zoektocht naar een nieuwe woning het ‘programma van eisen en wensen’ van Radar als uitgangspunt gold, is Euro Insurances volgens [verzoeker] aan dit programma gebonden. Weliswaar staat in dit programma niet dat de nieuwe woning van [verzoeker] moet zijn gelegen op de begane grond, maar gelet op zijn beperkte mobiliteit bestaat bij hem de reële angst dat hij in geval van calamiteiten de uitgang niet snel genoeg zal kunnen bereiken. Om die reden kan van hem niet worden verlangd dat hij een woning betrekt die bereikbaar is met een lift, aldus nog steeds [verzoeker] . 3.3. Euro Insurances voert verweer. Zij heeft in haar verweerschrift kort gezegd betoogd dat er nog geen medische eindtoestand bestaat, zodat niet kan worden vastgesteld dat het voor [verzoeker] daadwerkelijk noodzakelijk is te verhuizen naar een gelijkvloerse woning. In ieder geval kan [verzoeker] niet worden gevolgd in zijn wens dat een eventuele nieuwe woning is gelegen op de begane grond, omdat dat niet noodzakelijk is en bovendien is gebleken dat er op de begane grond nauwelijks woningen voorhanden zijn waarin de voor [verzoeker] noodzakelijke voorzieningen kunnen worden aangebracht. Als er op de begane grond al woningen beschikbaar zijn, zijn deze veel duurder dan hoger gelegen appartementen. Euro Insurances heeft zich niet verzet tegen de verzochte inzet van Trivium, wel heeft zij verweer gevoerd tegen de verzoeken die betrekking hebben op de kosten die zijn verbonden aan een verhuizing omdat zij deze verzoeken onvoldoende bepaalbaar vindt. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Partijen hebben ter zitting – nadat zij hun standpunten uiteen hadden gezet – uitvoerig met elkaar onderhandeld. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het volgende: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.