RECHTBANK DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummers: 09/842104-19, 09/842521-19 (ttz. gev.) en 99-000305-57 (v.i.) Datum uitspraak: 24 september 2020 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] , thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentiecentrum] , te Rotterdam. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 10 september 2020. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. N.J. Ros en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D.M. Penn naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De beschuldigingen tegen de verdachte zijn ten laste gelegd in twee dagvaardingen. Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – kort samengevat ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan: Dagvaarding I met parketnummer 09/842104-19 (onderzoek Fabrilia): - ( (gewoonte)witwassen, al dan niet in vereniging, van verschillende goederen, waaronder (elektrische) gereedschappen, (elektrische) apparatuur, documenten en pasjes in de periode van 4 oktober 2016 tot en met 20 februari 2019 te Den Haag en/of Rijswijk. Dagvaarding II met parketnummer 09/842521-19 (onderzoek Rebound): diefstal van (elektrische) gereedschappen uit een bestelauto, al dan niet in vereniging, in de periode van 11 oktober 2019 tot en met 20 oktober 2019 te Schiedam (feit 1); diefstal van (elektrische) gereedschappen uit een bestelauto, al dan niet in vereniging, in de periode van 30 september 2019 tot en met 1 oktober 2019 te Houten (feit 2); diefstal van (elektrische) gereedschappen uit een bestelauto, al dan niet in vereniging, in de periode van 4 oktober 2019 tot en met 5 oktober 2019 te Den Haag (feit 3); (gewoonte)witwassen en/of (gewoonte)heling, al dan niet in vereniging, van verschillende goederen, waaronder (elektrische) gereedschappen en (elektrische) apparatuur, documenten en pasjes in de periode van 9 juli 2017 tot en met 19 november 2019 en/of (opzet)heling te Den Haag (feit 4). De volledige tenlasteleggingen, en de daarbij behorende ter terechtzitting van 10 september 2020 gewijzigde bijlagen, zijn integraal opgenomen als bijlage I respectievelijk bijlage II en maken onderdeel uit van dit vonnis 2Ontvankelijkheid officier van justitie Dagvaarding II (onderzoek Rebound) De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat aan de verdachte op 18 oktober 2019 een sepotbeslissing is gestuurd en de verdachte niet opnieuw voor hetzelfde feit kan worden vervolgd. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Ook al is de verdachte een kennisgeving van niet verdere vervolging gestuurd dan kan hij niettemin worden vervolgd wanneer tegen hem nieuwe bezwaren bekend zijn geworden, zoals ook in de sepotbrief staat vermeld. Naar aanleiding van de in de woning aan [adres 1] te Den Haag aangetroffen goederen is nader onderzoek gedaan en zijn nieuwe feiten en omstandigheden tegen de verdachte aan het licht gekomen. Immers, naar aanleiding van het aanvullend onderzoek rees het vermoeden dat de goederen die de verdachte op 14 oktober 2019 bij zich had uit misdrijf afkomstig waren. Gelet hierop is de vervolging van de verdachte voor de ten laste gelegde feiten naar het oordeel van de rechtbank niet onverenigbaar met beginselen van de goede procesorde. De officier van justitie is daarom ontvankelijk in de vervolging. 3Overwegingen 3.1 Inleiding De verdachte is in september 2018 aangehouden met gereedschap, dat later gestolen bleek te zijn. De politie heeft daarna op verschillende locaties goederen aangetroffen die in verband werden gebracht met diefstallen uit bedrijfsauto’s. Naar aanleiding hiervan is het onderzoek Fabrilia (dagvaarding I) gestart en is onderzoek gedaan naar diefstal uit verschillende bedrijfsauto’s en het witwassen dan wel de heling van de aangetroffen goederen, waaronder een groot aantal gereedschappen. In dit onderzoek zijn naast de verdachte onder meer [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als verdachten aangemerkt. In het onderzoek Rebound (dagvaarding II) is eveneens onderzoek gedaan naar diefstal uit bedrijfsauto’s en het witwassen van in dat onderzoek aangetroffen goederen, waaronder gereedschappen. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Op haar specifieke standpunten wordt hierna - voor zover relevant - nader ingegaan. 3.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten. Op specifieke standpunten van de verdediging zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan. 3.4 De beoordeling van de tenlastelegging Dagvaarding I (onderzoek Fabrilia) Op vier verschillende adressen hebben doorzoekingen plaatsgevonden en daarbij zijn goederen aangetroffen die grotendeels van diefstal afkomstig bleken te zijn. Het gaat daarbij om de volgende locaties: - [adres 2] te Den Haag; - een opslagruimte bij [adres 3] te Rijswijk; - een woning aan [adres 4] te Den Haag, en - een woning aan [adres 5] te Den Haag. De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of de verdachte wist dat deze goederen op die locaties lagen en of hij wist van de criminele herkomst daarvan. 3.4.1. Bewijsmiddelen [adres 2] in Den Haag Bij de doorzoeking op 20 februari 2020 in de woning van [naam 1] aan [adres 2] te Den Haag zijn in de kelderbox verschillende gereedschappen en toebehoren aangetroffen. Een deel van deze gereedschappen zat in een bigshopper tas met daaraan een label met de persoonsgegevens van de verdachte. Deze in de kelderbox aangetroffen goederen konden aan diefstal worden gekoppeld. [naam 1] verklaarde dat de kelderbox door de verdachte werd gebruikt om spullen te bewaren. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat door iemand een tas in de kelderbox is gegooid en dat er een naam op die tas staat. Op het moment dat [medeverdachte 2] na het verhoor op het politiebureau naar zijn cel werd gebracht, heeft hij verklaard: “Die gasten die jij noemt daar ken ik er maar twee van. (…) En die andere gast met die tas toch ook? Jij zei Arie maar hij heet Janus Denie. Ja toch”. [adres 3] in Rijswijk Op 20 februari 2019 heeft een doorzoeking in een garagebox bij [adres 3] in Rijswijk plaatsgevonden, waar een groot aantal gereedschappen is aangetroffen, welke deels aan diefstal kunnen worden gekoppeld. Hiervan is aangifte gedaan en een aantal van de goederen is door de aangevers herkend als hun weggenomen goederen. De politie heeft de camerabeelden van de garagebox uitgekeken. Op de camerabeelden van 9 februari 2019 is te zien dat een personenauto op het terrein van [adres 3] rijdt. Uit het raam hangt een man. Deze man wordt herkend als de verdachte. Op de camerabeelden van 15 februari 2019 is te zien dat om 19:21:06 uur [medeverdachte 1] en de verdachte, in het proces-verbaal aangeduid als “man 1” respectievelijk “man 2”, in de auto Volkswagen Passat met [kenteken 1] op naam van [medeverdachte 1] het terrein van [adres 3] oprijden. Zij tillen diverse goederen, waaronder gereedschapskisten, uit de achterbak van de auto en zetten deze in de garagebox. Om 19:53:44 uur rijdt de auto het terrein af. Op dezelfde avond om 21:16:42 uur komt de Volkswagen Passat weer het terrein oprijden en is te zien dat [medeverdachte 1] en de verdachte meerdere goederen en kleine koffers, waaronder een met de tekst “Hilti”, uit de achterbak tillen en in de garagebox zetten. Om 21:31:44 uur rijdt de auto het terrein af. Woningen [adres 4] ( [medeverdachte 1] ) en [adres 5] (zus [medeverdachte 1] ) te Den Haag In beide woningen hebben doorzoekingen plaatsgevonden, waarbij een groot aantal goederen is aangetroffen. De aangetroffen goederen betroffen voornamelijk gereedschappen, waarvan deels is vast te stellen dat deze van diefstal afkomstig zijn. Uit het dossier blijkt echter geen enkele betrokkenheid van de verdachte bij de op deze adressen aangetroffen goederen. Zo zijn in de woning aan [adres 5] geen persoonlijke spullen van de verdachte aangetroffen en kan ook niet worden vastgesteld dat hij daar (regelmatig) kwam. In de woning aan [adres 4] zijn weliswaar justitiële en gerechtelijke stukken op naam van de verdachte aangetroffen, maar dit is op zichzelf onvoldoende om de wetenschap en betrokkenheid van de verdachte bij de goederen in de woning vast te stellen. Niet kan worden vastgesteld dat hij (regelmatig) in die woning kwam. Tussenconclusie De rechtbank heeft, anders dan de raadsman, geen reden te twijfelen aan de herkenning van de verdachte op de camerabeelden van [adres 3] . Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beelden van de persoon die als de verdachte is herkend duidelijk en heeft de verbalisant de herkenning gemotiveerd, terwijl de raadsman deze herkenning onvoldoende concreet heeft betwist. De rechtbank stelt op grond van die beelden vast dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] koffers, gereedschappen en toebehoren bij [adres 3] heeft gebracht en dat hij dan ook wist dat daar een grote hoeveelheid gereedschappen lag. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank verder vast dat de verdachte wist dat in de kelderbox van de woning op [adres 2] in Den Haag een tas met daarin gereedschap lag. Op deze tas stonden immers zijn naam en geboortedatum vermeld. De verdachte heeft voor de aanwezigheid van de tas op deze locatie geen aannemelijke en ontlastende verklaring gegeven. Daarnaast heeft zowel [naam 1] als [medeverdachte 2] verklaard dat deze tas van de verdachte was. Op grond daarvan kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat die tas aan de verdachte toebehoorde. De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat de verdachte toegang had tot de aanwezige goederen in de garagebox van [adres 3] in Rijswijk en de kelderbox van de [adres 2] te Den Haag, en dat een deel van de goederen die is aangetroffen op deze twee locaties van diefstal afkomstig is. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde (gewoonte)witwassen. 3.4.2. Bewijsoverweging Algemeen kader witwassen De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Ook indien van een voorwerp op grond van minder direct gerelateerde feiten en omstandigheden niet kan worden vastgesteld dat dit met legale middelen is verworven, kan bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is. Van een verdachte die inkomsten heeft verworven of geld en/of voorwerpen voorhanden heeft gehad die niet passen bij zijn (bekende) reguliere bronnen van inkomen en vermogen, mag een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring worden verwacht. De rechtbank zal bij de beoordeling van het tenlastegelegde feit het navolgende toetsingskader hanteren: 1. Allereerst dient de rechtbank vast te stellen of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn, dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. 2. Is dat het geval, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. 3. Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaring van de verdachte blijkende alternatieve herkomst van het geld of de goederen. 4. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met een voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en goederen, waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare herkomst kan gelden. 5. Als de verdachte, hoewel daarnaar gevraagd, een dergelijke verklaring niet verstrekt, dan wel uit nader onderzoek is gebleken dat die verklaring niet deugdelijk is, kan sprake zijn van witwassen. De bewijsmiddelen aan de hand van het toetsingskader 1. Is er sprake van een vermoeden van witwassen? Op twee locaties die aan de verdachte kunnen worden gekoppeld, is een groot aantal gereedschappen aangetroffen. Van een deel van de gereedschappen is vastgesteld dat deze waren gestolen. Een groot deel van de aangetroffen gereedschappen is erg kostbaar. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de verdachte deze goederen heeft kunnen aanschaffen, aangezien hij geen (legaal) werk had. Daarnaast blijkt uit de justitiële documentatie van de verdachte dat hij zich meermaals heeft beziggehouden met diefstal en witwassen. Uit het voorgaande is een vermoeden van witwassen ontstaan en van de verdachte mag worden verlangd dat hij hier een verklaring voor geeft. 2. Heeft de verdachte een verklaring gegeven voor de herkomst van de goederen? De verdachte ontkent enige betrokkenheid en heeft geen enkele redengevende of verifieerbare verklaring afgelegd. 3. en 4. Is de verklaring van de verdachte concreet, verifieerbaar en aannemelijk? Dient het Openbaar Ministerie hier onderzoek naar te doen? Nu de verdachte geen enkele verifieerbare verklaring heeft afgelegd, is het voor het Openbaar Ministerie onmogelijk om nader onderzoek in te stellen naar een alternatieve herkomst van de goederen. 5. Conclusie, geen verklaring kan witwassen opleveren Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde voorwerpen onmiddellijk dan wel middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn zodat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Gewoontewitwassen De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte de in de garagebox van [adres 3] en in de kelderbox van [adres 2] aangetroffen goederen voorhanden heeft gehad en dat deze voorwerpen onmiddellijk dan wel middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. Kortom, dat de verdachte al deze goederen heeft witgewassen. De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of er sprake is van gewoontewitwassen. Van gewoontewitwassen is sprake als het gaat om meerdere feiten en als een verband tussen de afzonderlijke gepleegde misdrijven van witwassen bestaat. Gelet op het grote aantal gestolen goederen dat de verdachte voorhanden heeft gehad die deels van inbraken afkomstig waren, die over een langere periode en op verschillende locaties zijn gepleegd en het feit dat de goederen op verschillende locaties zijn aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat er een verband bestaat tussen de gepleegde misdrijven van witwassen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen van de goederen die op de bovengenoemde adressen in beslag zijn genomen. 3.4.3. Tezamen en in vereniging Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op de twee locaties die gekoppeld worden aan de verdachte ook andere personen in beeld zijn gekomen. De verdachte is samen met [medeverdachte 1] op de camerabeelden te zien bij de garagebox van [adres 3] , en in de kelderbox van de woning van de vriendin van [medeverdachte 2] aan [adres 2] in Den Haag is een tas met gereedschap met zijn naam erop aangetroffen. Dit heeft de uiterlijke schijn dat het ten laste gelegde feit in gezamenlijkheid is gepleegd. Nu zich geen contra-indicaties hebben voorgedaan en een redengevende verklaring van de verdachte is uitgebleven, oordeelt de rechtbank dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en dat de verdachte schuldig is aan het medeplegen van gewoontewitwassen, zoals hierna bewezen is verklaard. Dagvaarding II (onderzoek Rebound) De verdachte is op 14 oktober 2019 aangehouden voor het rijden onder invloed, terwijl hij reed in een witte Citroën Berlingo. Deze auto staat op naam van [naam 2] . In de achterbak van deze auto werd gereedschap aangetroffen, dat in beslag is genomen en later is teruggegeven. Bij de verdachte werd een mobiele telefoon (Samsung Galaxy) aangetroffen, die in beslag is genomen. De verdachte ontkent betrokkenheid bij alle ten laste gelegde feiten. 3.4.4. Feiten 1, 2 en 3 Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en overweegt daartoe als volgt. De bij de aanhouding van de verdachte op 14 oktober 2019 aangetroffen mobiele telefoon is nader onderzocht. Hieruit blijkt dat in deze telefoon alleen het [telefoonnummer] is gebruikt. Uit onderzoek naar de historische telefoongegevens blijkt dat dit nummer om en nabij het tijdstip van de ten laste gelegde diefstallen zendmasten heeft aangestraald in de nabije omgeving van de locaties waar de diefstallen zijn gepleegd. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de mobiele telefoon niet van hem was, maar van [naam 2] . De rechtbank acht dit niet aannemelijk geworden. De mobiele telefoon is immers bij de verdachte aangetroffen en [naam 2] heeft verklaard dat het mobiele nummer van verdachte is: [telefoonnummer] . De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat [naam 2] met zijn verklaring zijn eigen straatje heeft willen schoonvegen, zoals de verdachte heeft betoogd. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het mobiele [telefoonnummer] in gebruik was bij de verdachte. Dat de telefoon van de verdachte zich bevond in de nabije omgeving waar de diefstallen plaatsvonden is voor de rechtbank echter onvoldoende om de betrokkenheid van de verdachte bij de auto-inbraken vast te stellen. Nu zich in het dossier geen andere bewijsmiddelen bevinden die duiden op betrokkenheid van de verdachte bij deze inbraken, zal de rechtbank hem vrijspreken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. 3.4.5. Feit 4 Op 19 november 2019 heeft in de woning aan [adres 1] te Den Haag een doorzoeking plaatsgevonden, waarbij een groot aantal goederen is aangetroffen. De aangetroffen goederen betroffen voornamelijk gereedschappen, waarvan deels is vast te stellen dat deze van diefstal afkomstig zijn. Een deel van de goederen is door aangevers herkend als hun weggenomen goederen. Ook werden in de woning twee stukken gereedschap aangetroffen die op 14 oktober 2019 in de achterbak lagen van de Citroën Berlingo waarin de verdachte reed. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte wist dat deze goederen in de woning aan [adres 1] lagen en of hij wist van de criminele herkomst daarvan. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier geen betrokkenheid van de verdachte blijkt bij de op [adres 1] aangetroffen gestolen goederen. Dat de telefoon van de verdachte in de ten laste gelegde periode meerdere keren in de omgeving van [adres 1] zendmasten heeft aangestraald, is onvoldoende om de wetenschap en betrokkenheid van de verdachte bij alle in de woning aangetroffen goederen vast te stellen. De rechtbank kan evenmin vaststellen dat de verdachte wist dat de op 14 oktober 2019 in de Berlingo aangetroffen stukken gereedschap, twee stuks, van misdrijf afkomstig waren. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld aan wie het gereedschap - na de aanhouding van de verdachte - is teruggegeven en of het de verdachte of een ander, bijvoorbeeld de eigenaar van de Citroën Berlingo, is geweest die de goederen vervolgens naar de woning in [adres 1] in Den Haag heeft gebracht. De rechtbank kan alles afwegende niet vaststellen dat de verdachte wist dat in deze woning gereedschap lag of dat dit gereedschap een criminele herkomst had, zodat hij van het witwassen dan wel de heling van deze goederen moet worden vrijgesproken. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat: Dagvaarding I (Fabrilia onderzoek) hij in de periode van 4 oktober 2016 tot en met 20 februari 2019 te 's-Gravenhage en Rijswijk, telkens tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededader, uit hoofde van die gewoonte, telkens in voornoemde periode meerdere voorwerpen (diverse (elektrische) gereedschappen en toebehoren, (elektrische) apparatuur en onderdelen (zie bijlage)), voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader telkens wisten dat die voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf. Bijlage bij dagvaarding I goederen aangetroffen in de woning aan [adres 2] te ‘s-Gravenhage (met aangiften): een geleiderail en een zaagmachine en twee boormachines en een slijpmachine en een acculader ((alle van het) merk Hilti) (aangifte [benadeelde 1] ) en een boormachine (merk Hilti) (aangifte [benadeelde 2] ) en een kist (merk Rothenberger) (aangifte [benadeelde 3] ) en een boormachine (merk Metabo) (aangifte [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] , dossier p. 2101) en een kist (merk Makita) (aangifte [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8] ); goederen aangetroffen in opslagbox [adres 3] te Rijswijk (met aangiften): een schroefmachine (merk Bosch) en een koffer (merk DeWalt) en een boormachine (merk Makita) en een tasje met bitjes (merk Jenova) en een schroevendraaier (merk Gedore) (aangifte [benadeelde 9] en/of [benadeelde 10] ) en een koffer en/of een acculader en twee accu’s en een schroefmachine ((alle van het) merk Bosch) en een workmate (merk Festool) (aangifte [benadeelde 11] en/of [benadeelde 12] ) en vier koffers ((alle van het) merk Bosch) en twee koffers en een bouwstofzuiger ((alle van het) merk Festool) en een freesmachine (merk Lamello) (aangifte [benadeelde 13] ) en een boormachine en een boormachine in koffer en een accu boormachine ((alle van het) merk Bosch) en een lijnlaser (merk Fennel) en een boormachine en een koffer freesmachine ((alle van het) merk Hilti) en een acculader (merk Panasonic) en een spijkerpistool (merk DeWalt) en een accu perstang (merk Uptoner) (aangifte [benadeelde 15] ) en roterende lasers en een koffer zaagmachine en een zaagmachine en een acculader en een combihamer en twee accu’s en een schroefmachine en een accu voor schroefmachine ((alle van het) merk Hilti) en een bouwradio (merk Perfectpro) (aangifte [benadeelde 1] ) en een koffer (merk Systainer Tanos) en een nietpistool en vier accu’s ((alle van het) merk Senco) (aangifte [benadeelde 16] ) en een acculader en een slagschroefboormachine en een boormachine en twee accu‘s ((alle van het) merk Hilti) (aangifte [benadeelde 2] ) en een slijpmachine (merk Festool) (aangifte [benadeelde 17] ) en een zaagmachine (merk Metabo) (aangifte [benadeelde 18] ) en een koffer met losse gereedschapstoebehoren (merk Festool) (aangifte [benadeelde 19] ) en een multitool (merk Hitachi) en een slijpmachine (merk Milwaukee) en overig gereedschap (merk Festool) (aangifte [benadeelde 20] en/of [benadeelde 21] ) en een acculader (merk Makita) en twee accu‘s (merk onbekend) (aangifte [benadeelde 3] ) en twee accu‘s en een schroefmachine en een boormachine ((alle van het) merk Hilti) (aangifte [benadeelde 22] en/of [benadeelde 23] ) en een accu en schroefmachine ((alle van het) merk Makita) en een bouwlamp (merk 4tecX) en een hamer (merk Bosch) (aangifte [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8] ) en een slijptol (merk Festool) en een multitool (merk Makita) (aangifte [benadeelde 24] en/of [benadeelde 25] ) en een elektrische hamer (merk Makita) (aangifte [benadeelde 26] en/of [benadeelde 27] ) en een bouwstofzuiger en een koffer met schuurmachine en een koffer ((alle van het) merk Festool) (aangifte [benadeelde 28] ) en een zaagmachine en schroevendraaier en twee accu‘s ((alle van het) merk Makita) en betonboren in koffer (merk onbekend) en een tas (merk onbekend) (aangifte [benadeelde 29] en/of [benadeelde 30] ) en een freesmachine (merk Festool) (aangifte [benadeelde 35] ) en lasapparaat (merk Fusion) (aangifte [benadeelde 59] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 31] ) en een bouwlamp (merk Festool) (aangifte [benadeelde 32] en/of [benadeelde 33] ); goederen aangetroffen in opslagbox [adres 3] te Rijswijk (geen aangiften van), beslagdossier p. 756-758: een (lege) koffer en een accu oplader en een spijkerpistool en een boormachine en vier accu’s en een kist (met handgereedschappen) en een haakse slijper en een reciprozaag en een bouwlamp ((alle van het) merk DeWalt) en vijf boormachines en twee koffers en een ledlamp en een acculader en drie zaagmachines en zeven accu’s en lasdoppen en een tas (met handgereedschap) en een slagschroevendraaier en divers gereedschap en een acculader en een schaafmachine en een stofzuiger en een boorhamer en twee schroefmachines ((alle van het) merk Makita) en kleine accessoires en een freesmachine en schuurpads en een bovenfrees en twee workmates en een koffer (met kleine onderdelen van een schuurmachine) en twee (lege) koffers en een stofzuiger en hulpstukken van een stofzuiger en boren en een boormachines en een accu en een multitool en een kist ((alle van het) merk Festool) en een bouwstofzuiger (merk Hitachi) en een accu boorhamer en een tas (met twee schroeftollen en een accuoplader) en zes boormachines en vier accu‘s en een acculaders en een accu reciprozaag en twee zaagmachines/decoupeerzagen en een schroevendraaier en een breekhamer en een bouwradio en een koffer en een boorhamer ((alle van het) merk Bosch) en een accu en een zaagmachine en een schroefmachine ((alle van het) merk Metabo) en handgereedschap (waaronder bitjes en steeksleutels) (merk onbekend) en een moerentang (merk Masterfix) en een multiliner en een lijnlaser (merk Qeo Fennel) en verspanners (merk Phantom) en slijpmachine (merk Flex) en een boormachine en een acculader en/of een schroefmachine ((alle van het) merk Panasonic) en een kruislijnlaser (merk Mastermade) en een freesmachine (merk Protool) en een accu (merk Berner Rems) en een stofzuiger (merk Starmix) en een freesmachine (merk Carat) en een gereedschapskist (met klein materiaal) (merk onbekend) en een hydrolische tank (merk Klauke) en een perstang (merk Uponer) en een multitool (merk Fein) en een (lege) koffer en/of een schroeftol en/of bauwlamp ((alle van het) merk Rothenberger) en twee portofoons (merk Motorola) en meerdere handgereedschappen (merk Facom) en spijkers en een bouwlamp en een schroefmachine en een accu ((alle van het) merk Hilti) en handgereedschap (waaronder boren) en diversen (merk Stanley) en een hogedrukspuit (merk onbekend) en een kabelschaar (merk Klemko) en drie steigers (merk Boels) en drie steigerpijpen (merk onbekend). 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat bij een bewezenverklaring het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht moet worden toegepast, omdat de verdachte bij vonnis van deze rechtbank van 7 september 2020 de ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen. Een eventueel op te leggen gevangenisstraf in deze strafzaak dient geen doel en zou de ISD-maatregel onnodig doorkruisen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. De ernst van het feit De verdachte heeft zich samen met een ander gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het witwassen van een grote hoeveelheid gereedschappen. Dit feit vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en de openbare orde. Ook tast het de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Opbrengsten van misdrijven worden hierdoor bovendien aan het zicht van justitie onttrokken, waardoor witwassen een misdrijf is dat andere misdrijven vergemakkelijkt. Daarnaast zorgen dit feit ook voor overlast en grote materiële schade bij ondernemers, zoals blijkt uit de ingediende vorderingen tot schadevergoeding. De verdachte heeft daarmee ook een gebrek aan normbesef laten zien nu hij zich kennelijk niks gelegen laat liggen aan de schade en overlast die dit misdrijf veroorzaakt bij de mensen die met de betreffende gereedschappen hun brood verdienen. De persoon van de verdachte De rechtbank heeft rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 20 augustus 2020. Daaruit volgt dat de verdachte voorafgaand aan het begaan van het bewezen verklaarde meermalen is veroordeeld voor witwassen en andere vermogensdelicten, deels begaan na deze veroordelingen. De rechtbank heeft ambtshalve kennisgenomen van het vonnis van deze rechtbank van 7 september 2020 (parketnummer 09/131715-20), waarbij aan de verdachte de ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren is opgelegd. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsadvies van GGZ Fivoor Den Haag van 29 juni 2020, opgesteld met betrekking tot de hiervoor genoemde strafzaak. Hierin is vermeld dat sprake is van een jarenlang en hardnekkig delictpatroon van vermogensdelicten, welk patroon in het recente verleden verband hield met de eveneens jarenlange cocaïneverslaving van de verdachte. De reclassering heeft sinds half 2017 getracht om – door middel van zowel ambulante als klinische interventies - het sociaal maatschappelijk bestaan van de verdachte te verbeteren, om de hoge kans op recidive te verkleinen. Dit heeft echter niet tot gedragsverandering geleid. De op te leggen straf Anders dan de raadsman heeft betoogd, staat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht er niet aan in de weg dat na een eerdere veroordeling tot een ISD-maatregel een gevangenisstraf wordt opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid witgewassen goederen en het stelselmatige karakter, niet kan worden volstaan met het toepassen van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht: een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Het feit is dusdanig ernstig dat, ondanks de recent opgelegde ISD-maatregel, een strafoplegging in de onderhavige zaak dient te volgen. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden passend en geboden, waarbij zij in aanmerking heeft genomen dat minder bewezen is verklaard dan door de officier van justitie is gevorderd. Nu de verdachte voor de tenlastegelegde feiten niet in voorarrest heeft gezeten, is aftrek daarvan niet aan de orde. 7Vordering tot gevangenneming De officier van justitie heeft de gevangenneming gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft verzocht de vordering gevangenneming af te wijzen. Nu de verdachte bij dagvaarding I wordt veroordeeld voor het medeplegen van gewoontewitwassen, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sinds de dag waarop de verdachte wegens dit misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld en er voorts ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom dit misdrijf zal begaan, zal de rechtbank de gevangenneming bevelen ten aanzien van het bij dagvaarding I ten laste gelegde feit, voor zover bewezen verklaard. De vordering tot gevangenneming voor de bij dagvaarding II ten laste gelegde feiten wordt afgewezen, omdat de verdachte van deze feiten wordt vrijgesproken. 8De vorderingen van de benadeelde partijen 8.1 De vorderingen Ten aanzien van dagvaarding I [benadeelde 22] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 5.811,12, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 17] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 4.100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 16] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.533,38, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 34] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 555,00 te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 11] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 4.226,60, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit aan materiële schade. [benadeelde 28] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.261,96, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 35] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 8.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 4.140,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 36] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 355,01, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 7.964,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 13] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.503,40, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ten aanzien van dagvaarding II, feit 3 [benadeelde 14] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 13.001,46, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ten aanzien van dagvaarding II, feit 4 [benadeelde 37] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.444,75, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. [benadeelde 38] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 7.784,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 5.784,00 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade. [benadeelde 39] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 9.160,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 4.160,00 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade. Daarnaast heeft hij een bedrag van € 600,00 voor proceskosten gevorderd. [benadeelde 40] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 11.638,66, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. 8.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14] toewijsbaar is tot een bedrag van € 6.000,00 en heeft de oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Voor het overige heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij [benadeelde 14] niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. Ten aanzien van de overige vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, omdat de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van de weggenomen goederen niet kan worden vastgesteld en daarmee geen sprake is van een rechtstreeks gevolg tussen de schadeposten en het handelen van de verdachte. 8.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair verzocht de vorderingen af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van de weggenomen goederen niet kan worden vastgesteld en daarmee geen sprake is van een rechtstreeks gevolg tussen de schadeposten en het handelen van de verdachte. Met betrekking tot de vordering van [benadeelde 14] heeft de raadsman nog aangevoerd dat deze onvoldoende is onderbouwd, zodat [benadeelde 14] niet-ontvankelijk in zijn vordering moet worden verklaard. Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de behandeling van de vorderingen een te grote belasting van het strafgeding in zou houden. Uiterst subsidiair heeft de raadsman verzocht de hoogte van de van de toe te wijzen bedragen te matigen. 8.4 Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van dagvaarding I De rechtbank verklaart de volgende benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat de rechtbank van oordeel is dat van onvoldoende verband is gebleken tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij gevorderde schade om aan te kunnen nemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade is toegebracht: - [benadeelde 22] - [benadeelde 17] - [benadeelde 16] - [benadeelde 34] - [benadeelde 11] - [benadeelde 28] - [benadeelde 35] - [benadeelde 2] - [benadeelde 36] - [benadeelde 5] - [benadeelde 13] . Ten aanzien van dagvaarding II De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 14] , [benadeelde 40] , [benadeelde 37] , [benadeelde 38] en [benadeelde 39] niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, aangezien de verdachte van de feiten waarop die vorderingen betrekking hebben – te weten de feiten 3 en 4 – zal worden vrijgesproken. Nu deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, dienen zij te worden veroordeeld in de kosten die verdachte in verband met de vordering heeft gemaakt en nog zal maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil. 9De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft bij de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling onder parketnummer 99/000305-57 de tenuitvoerlegging gevorderd van een op 21 december 2017 onder parketnummer 09/818321-17 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten (resterend) een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering tot herroeping af te wijzen. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf die als gevolg van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank van 21 december 2017, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat hij zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Deze tenuitvoerlegging staat niet in de weg aan de tenuitvoerlegging van de opgelegde ISD-maatregel. 10De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 47, 63, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 11De beslissing De rechtbank: verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding II met parketnummer 09/842521-19 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer 09/842104-19 tenlastegelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt: medeplegen van gewoontewitwassen; verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden; verklaart de volgende benadeelde partijen niet- ontvankelijk in de ingediende vorderingen: - [benadeelde 22] - [benadeelde 17] - [benadeelde 16] - [benadeelde 34] - [benadeelde 11] - [benadeelde 28] - [benadeelde 35] - [benadeelde 2] - [benadeelde 36] - [benadeelde 5] - [benadeelde 13] - [benadeelde 14] - [benadeelde 40] - [benadeelde 41] - [benadeelde 38] - [benadeelde 39] veroordeelt de benadeelde partijen in de proceskosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil; wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling onder parketnummer 99/000305-57 toe en gelast dat het gedeelte van de gevangenisstraf dat als gevolg van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen; beveelt de gevangenneming van de verdachte ten aanzien van het bij dagvaarding I ten laste gelegde feit, voor zover bewezen verklaard (apart geminuteerd). wijst af de vordering tot gevangenneming ten aanzien van de bij dagvaarding II ten laste gelegde feiten. Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Meskers, voorzitter, mr. M. Rigter, rechter, mr. A.M. Gruschke, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van der Wal-de Zoeten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 september 2020. Bijlage I Tekst tenlastelegging Dagvaarding I met parketnummer 09-842104-19 (Fabrilia) hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 oktober 2016 tot en met 20 februari 2019 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), (uit hoofde van die gewoonte), (telkens) in voornoemde periode van één of meerdere voorwerpen (diverse (elektrische) gereedschappen (en/of toebehoren), (elektrische) apparatuur (en/of onderdelen), documenten, pasjes (zie bijlage)), - de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of - verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld, wie de rechthebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.