← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:9543

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL20.4930V V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , opposant, (gemachtigde: mr. P.L.E.M. Krauth), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Met het besluit van 24 februari 2020 heeft verweerder de aanvraag van opposant tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Met de uitspraak van 25 maart 2020 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ongegrond verklaard. Opposant heeft verzet ingesteld tegen deze uitspraak. In de brief van 4 augustus 2020 heeft verweerder meegedeeld dat de overdrachtstermijn waarbinnen opposant kon worden overgedragen, is verstreken en dat opposant een nieuwe asielaanvraag kon indienen. In de brief van 31 augustus 2020 heeft verweerder meegedeeld dat opposant op 9 augustus 2020 een nieuwe asielaanvraag heeft ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft opposant zijn verzet ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Overwegingen

  1. De veroordeling van een partij in de proceskosten in bestuursrechtelijke gedingen is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
  2. In dit geval heeft verweerder geconstateerd dat opposant niet binnen de termijn zoals genoemd in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening is overgedragen aan de autoriteiten van Italië. De overdracht is niet gerealiseerd door de uitbraak van het coronavirus.
  3. Opposant is van mening dat verweerder veroordeeld dient te worden tot het vergoeden van de gemaakte proceskosten.
  4. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee eigenlijk wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig is geweest. Volgens de Afdeling is geen sprake van tegemoetkomen als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen of nadien verkregen informatie naar voren is gekomen.
  5. Na het besluit van 24 februari 2020 is gebleken dat opposant niet vóór het verstrijken van de overdrachtstermijn kon worden overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten. Verweerder heeft opposant daarom de gelegenheid geboden een nieuwe aanvraag in te dienen, wat hij ook op 9 augustus 2020 heeft gedaan. De overdracht aan Italië is feitelijk onmogelijk gemaakt door de coronacrisis, welke omstandigheid buiten de macht van verweerder ligt en dus niet aan hem verweten kan worden. Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het besluit van 24 februari 2020 nog niet voordeed. Verweerder is door het in behandeling nemen van de nieuwe aanvraag opposant dan ook niet tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Daarom bestaat geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
  6. Het verzoek wordt afgewezen als kennelijk ongegrond. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op 29 september
  7. griffier rechter Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Verordening (EU) nr. 604/
  8. Zie de uitspraken van de Afdeling van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816, van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084 en van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.