Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/596809 / KG ZA 20-711 Vonnis in kort geding van 29 september 2020 in de zaak van OI EUROPEAN GROUP B.V. te Schiedam, eiseres, advocaat mr. T. Schouten te Rotterdam, tegen: (PETROLEOS DE VENEZUELA) PDV EUROPA B.V. te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. L.M. Graal te Amsterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'OIEG' en 'PDV'. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties; - de conclusie van antwoord; - de akte wijziging eis en overlegging aanvullende producties; - de op 15 september 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Petróleos de Venezuela S.A. (hierna 'PDVSA') is het staatsoliebedrijf van de Bolivariaanse Republiek van Venezuela (hierna 'Venezuela'). 2.2. PDVSA houdt 100% van de aandelen in Propernyn B.V. te Den Haag (hierna 'Propernyn'). 2.3. Propernyn houdt op haar beurt 100% van de aandelen in PDV. 2.4. PDV hield tot voor kort 50,001% van de aandelen in de Zweedse vennootschap A.B. Nynäs Petroleum (hierna 'Nynäs'). De overige 49,999% van de aandelen in Nynäs werden gehouden door het Finse energiebedrijf Neste. 2.5. Bij onherroepelijk arbitraal vonnis van het International Centre for Settlement of Investment Disputes te Washington DC uit 2015 is Venezuela veroordeeld om aan OIEG te voldoen een schadevergoeding van USD 372.461.982,--. Inclusief rente bedraagt de vordering van OIEG op Venezuela inmiddels meer dan USD 600 miljoen. Venezuela weigert aan het vonnis te voldoen. 2.6. Sinds enkele jaren verkeert Nynäs in financiële problemen (met name) als gevolg van sancties die de Verenigde Staten van Amerika ('VS') haar in 2017 hebben opgelegd en in 2019 zijn aangescherpt. Deze sancties vloeien voort uit een politiek conflict tussen de VS en Venezuela en houden - kort gezegd - in dat Amerikaanse ondernemingen (vrijwel) geen handelstransacties meer kunnen verrichten met de Venezolaanse overheid en daaraan gelieerde (staats)bedrijven. Het Amerikaanse Office of Foreign Assets Control (hierna 'OFAC') is verantwoordelijk voor de uitvoering van de sancties en houdt een lijst bij met namen van bedrijven die onder die sancties vallen. PDVSA, Propernyn en PDV (hierna - voor zover gezamenlijk bedoeld - aangeduid als 'PDVSA cs') komen op deze lijst voor. Ook Nynäs stond daarop vermeld in verband met het meerderheidsbelang van PDV. 2.7. Na verkregen toestemming van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft OIEG op 25 april 2019 conservatoir (derden)beslag laten leggen op de aandelen van PDVSA in Propernyn. 2.8. Vervolgens heeft OIEG op 5 juni 2019 bij deze rechtbank een bodemzaak aanhangig gemaakt tegen - onder meer - PDVSA cs. Hierin stelt OIEG dat PDVSA cs dienen te worden vereenzelvigd met Venezuela en om die reden hoofdelijk moeten worden veroordeeld tot betaling van de bedragen die Venezuela aan haar verschuldigd is op grond van het arbitrale vonnis. Deze procedure loopt nog. 2.9. In verband met ernstige financiële problemen, die het gevolg waren van de door OFAC aan haar opgelegde sancties, heeft Nynäs op 13 december 2019 een Zweedse Reorganisatieprocedure (vergelijkbaar met een surseance van betaling in Nederland) aangevraagd bij de rechtbank Södertörn (Zweden). Deze heeft dat verzoek diezelfde dag nog toegewezen, met benoeming van twee bewindvoerders. De Reorganisatieprocedure is inmiddels verschillende keren verlengd en loopt thans nog steeds. 2.10. In het kader van de Reorganisatieprocedure heeft PDV - teneinde de eigendoms- en zeggenschapstructuur binnen Nynäs te wijzigen - op of omstreeks 6 mei 2020 een deel van haar aandelen in Nynäs verkocht en geleverd aan de Zweedse stichting Nynässtiftelsen, dan wel de Zweedse onderneming Ny Colleagues AB, alsmede een nog openstaande lening aan Nynäs (van minstens € 119 miljoen) kwijtgescholden (hierna 'de Transactie'). PDV houdt thans nog 14,999% van de aandelen in Nynäs. 2.11. Na uitvoering van de Transactie heeft OFAC Nynäs van de hiervoor onder 2.6 bedoelde lijst verwijderd. 3Het geschil 3.1. Na wijziging van eis vordert OIEG - kort gezegd - PDV, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen tot afgifte van verschillende stukken betreffende de Transactie, met veroordeling van PDV in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. Daartoe voert OIEG - samengevat - het volgende aan. In geval van toewijzing van de vorderingen in de onder 2.8 vermelde bodemprocedure zal OIEG zich in het bijzonder moeten verhalen op de aandelen van Propernyn en PDV, waarvan de waarde grotendeels of zelfs uitsluitend wordt bepaald door het belang van PDV in Nynäs. Onlangs heeft PDV - middels de Transactie - 35% van haar aandelen in Nynäs verkocht en overgedragen aan een derde en een substantiële lening aan Nynäs kwijtgescholden. Over de voorwaarden waaronder de Transactie heeft plaatsgevonden en de prijs die voor de door PDV overgedragen aandelen is betaald is weinig bekend. OIEG heeft gegronde redenen te vrezen dat PDV de aandelen niet tegen een marktconforme vergoeding heeft verkocht en dat OIEG als gevolg van de Transactie is benadeeld in haar verhaalspositie jegens PDVSA cs in geval van toewijzing van haar vorderingen in de bodemzaak. PDV is niet bereid OIEG nadere informatie te verstrekken over de Transactie. Deze informatie heeft zij nodig om te kunnen beoordelen of zij op korte termijn rechtsmaatregelen dient te treffen tegen (de bestuurders van) PDVSA cs, dan wel één van hen, waarbij onder andere kan worden gedacht aan een Actio pauliana, een paulianabeslag en vorderingen op grond van onrechtmatig handelen van PDV en/of (persoonlijke) aansprakelijkheid van de bestuurders van PDVSA cs. Gelet op een en ander maakt OIEG op grond van artikel 843a van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering ('Rv') aanspraak op stukken waaruit die gewenste nadere informatie volgt, dan wel kan volgen. 3.3. PDV voert verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil 4.1. OIEG heeft haar vordering gebaseerd op artikel 843a Rv. Voor een geslaagd beroep op dat artikel moet zijn voldaan aan de volgende vereisten: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.