RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/2646 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser en de staatssecretaris van Defensie, verweerder (gemachtigde: mr. E. Damstra en mr. P.M. van der Weijden). Procesverloop Bij e-mail van 3 december 2019 heeft de Employabilitybegeleider OOFF Z/OD (Nautische dienst) eiser ingelicht dat is besloten dat de functie die eiser ambieert niet aan hem wordt toegewezen. Bij besluit van 13 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Overwegingen Waar gaat deze zaak over?
- Eiser heeft gesolliciteerd naar de functie van Hoofd Vaartuigen AP waaraan de rang van luitenant ter zee der tweede klasse is verbonden. Besloten is eiser niet aan te bieden voor de functie omdat hij nog niet ten minste één functie in de rang van adjudant heeft vervuld. Wat zijn de regels?
- De relevante regels staan in de bijlage, die bij de uitspraak hoort. Wat vinden partijen in beroep?
- Eiser betwist de afwijzing. Hij doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Daartoe voert hij aan dat een andere kandidaat ook niet voldoet aan de gestelde voorwaarden. In Protocol 308 is een minimale vervulling van de functieduur niet vastgelegd. Dat een kandidaat minimaal twee jaar een functie in de rang van AOO zou moeten hebben vervuld berust op een eigen interpretatie die niet is onderbouwd. Voor de andere kandidaat geldt ook dat hij niet voldoet aan een minimale functievervulling van drie jaar, zodat eiser ook aangeboden had moeten worden. Eiser is ervan overtuigd dat hij de meest geschikte kandidaat was voor de functie en de daarmee samenhangende bevordering per 6 januari
- Verder stelt eiser dat de beginselen van zorgvuldigheid en rechtszekerheid zijn geschonden omdat de protocollen en regelgeving niet juist worden nageleefd dan wel verkeerd worden geïnterpreteerd.
- Verweerder blijft bij wat in het bestreden besluit is overwogen. Hij heeft gemotiveerd op de beroepsgronden gereageerd. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat verweerder op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de regelgeving die hier van toepassing is. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit artikel 17, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) in samenhang met het vierde lid, van dit artikel, volgt dat de minimale termijn van functievervulling twee jaar bedraagt. Uit Protocol 308 volgt dat ten minste één functie als adjudant moet zijn vervuld om in aanmerking te komen voor de functie van Hoofd Vaartuigen.
- Gelet op artikel 17, achtste lid, van het AMAR komt eiser gedurende zijn gehele plaatsingsduur in aanmerking voor plaatsing op een functie waaraan een hogere rang is verbonden. Dit neemt niet weg dat eiser moet voldoen aan de ervaringseis als bedoeld in artikel 19 van het AMAR om voor de functie in aanmerking te komen. Omdat eiser per 1 september 2018 in zijn huidige functie is bevorderd naar de rang van adjudant, voldeed hij nog niet aan die voorwaarde dat hij op het moment van het vrijvallen van de functie (op 6 januari 2020) één functie in de rang van adjudant heeft vervuld. Op dat moment zou eiser één jaar en vier maanden adjudant zijn. De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat verweerder niet in redelijkheid tot de afwijzing van eisers sollicitatie heeft kunnen besluiten. Bij het bepalen van de geschiktheid tot het vervullen van een officiersfunctie mag verweerder grote betekenis toekennen aan het voltooid hebben van een volledige functieduur in de rang van adjudant-onderofficier en de daaraan gekoppelde competenties en verantwoordelijkheden. Eisers standpunt dat hij kennis-inhoudelijk over de vereiste ervaring beschikt, kan hieraan niet afdoen.
- Verweerder heeft het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel niet geschonden.
- Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat er geen sprake is van gelijke gevallen. De kandidaat naar wie eiser verwijst, vervulde, in tegenstelling tot eiser, al minstens twee jaar een functie in de rang van adjudant. Conclusie
- Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Bijlage Algemeen militair ambtenarenreglement Artikel 17
- Functietoewijzing en ontheffing uit een functie geschiedt door Onze Minister.
- De functie wordt voor drie jaar toegewezen. De duur van de functievervulling kan met instemming van de militair worden verlengd tot een maximum van vijf jaar. […]
- In het laatste jaar van de functievervulling bedoeld in het tweede lid is de militair beschikbaar voor functietoewijzing. […]
- In afwijking van het vierde en het zevende lid is een militair gedurende de gehele duur van de functievervulling beschikbaar voor een functietoewijzing indien er sprake is van een bevordering als bedoeld in de artikel
- Artikel 19
- Om voor een functie in aanmerking te komen voldoet de militair aan de gestelde eisen over de opbouw van kennis, ervaring en vaardigheden.
- Tot de in het eerste lid bedoelde eisen worden in ieder geval gerekend: a. de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste bekwaamheden en vooropleidingen; b. de voor de functievervulling en het functieniveau vereiste ervaring; c. de eventuele voor de functievervulling en voor bepaalde functiegroepen vereiste competenties; d. de eventuele functionele eisen ten aanzien van de lichamelijke geoefendheid. Protocol 308 “4.1.1 Richtlijnen bevordering voor officieren Bevordering van AOO/SAOO naar OEXS LTZ2 of ELNTMARNS Bij voorkeur twee functies, doch ten minste één functie hebben vervuld als AOO of ten minste één functie te hebben vervuld als SAOO. Door de MD-selectiecommissie vastgestelde MD-status met OEXS-profiel of SAOO-profiel, of in afwijking daarvan door een besluit van HP&O”