← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:10216

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.27346 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiseres, mede namens de minderjarige [Naam 2] v-nummers: [Nummer] en [Nummer 2] (gemachtigde: mr. C.G. Matze), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: H.J. Metselaar). Procesverloop Bij besluit van 12 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft op 28 november 2019 plaatsgevonden. Bij uitspraak van 28 november 2019 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen. De behandeling van het beroep is aangehouden. Verweerder heeft verweerschriften ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2021 opnieuw op zitting behandeld. Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. Eiseres heeft op 13 juli 2019 asiel gevraagd in Nederland. Deze aanvraag is niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk zou zijn.
  2. Uit door verweerder overgelegde stukken en de toelichting ter zitting is nu gebleken dat eiseres uit eigen beweging Nederland heeft verlaten en op 9 juli 2021 asiel heeft gevraagd in Frankrijk.
  3. Eiseres is op 5 juli 2021 uitgenodigd om deel te nemen aan de mondelinge behandeling van het beroep op 9 september
  4. Op 6 augustus 2021 heeft de gemachtigde van eiseres bericht dat de zitting achterwege kan blijven, waarbij zij als reden heeft opgegeven dat eiseres vanwege de afstand en de jonge kinderen niet aanwezig kan zijn.
  5. De rechtbank kan hieruit niet afleiden dat eiseres nog in contact staat met haar gemachtigde. Bovendien staat vast dat eiseres niet meer in Nederland is.
  6. Op grond van het voorgaande moet worden aangenomen dat eiseres niet langer prijs stelt op internationale bescherming in Nederland, zodat zij geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep.
  7. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
  8. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. ECLI:NL:RBZWB:2019:5353

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.