vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/570739 / HA ZA 19-304 Vonnis van 29 september 2021 in de zaak van 1 [eisende partij sub 1] [plaats 1] , 2. [eisende partij sub 2] te [plaats 2] , eisers, advocaat mr. F. van Schaik te Berkel en Rodenrijs, tegen OPTAS PENSIOENEN N.V., thans Aegon Levensverzekering N.V., te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eisende partij sub 1 c.s.] (en afzonderlijk [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] ) en Optas Pensioenen N.V. genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 maart 2019, met producties a t/m d (ook genummerd als I t/m IV); de akte inzake aanpassing/vermeerdering van eis, met producties V en VI; de akte houdende de producties e t/m h en een bij brief van 29 maart 2021 nagekomen productie i; de conclusie van antwoord van Optas Pensioenen N.V., met producties 1 t/m 5; het tussenvonnis van 4 september 2019 waarin een comparitie van partijen is bevolen; het proces-verbaal van comparitie van 12 april 2021, de daarin genoemde stukken, de brief namens [eisende partij sub 1 c.s.] van 29 maart 2021 met productie XXXIII en de door partijen ter zitting voorgedragen spreekaantekeningen. De zaak is ter comparitie tegelijk behandeld met de zaak die bij de rechtbank aanhangig is onder zaak- en rolnummer C/09/581193 / HA ZA 19/1055. 1.2. Het proces-verbaal van de comparitie is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Van de zijde van [eisende partij sub 1 c.s.] is bij brief van 10 mei 2021 van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Optas Pensioenen N.V. heeft per brief van 21 mei 2021 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De brieven maken deel uit van het procesdossier en het vonnis wordt gewezen met inachtneming hiervan, voor zover het correcties van feitelijke aard betreft. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] hebben pensioenrechten opgebouwd bij Optas Pensioenen N.V. Historie Optas Pensioenen N.V. 2.2. Optas Pensioenen N.V. is voortgekomen uit de Stichting Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (hierna: Stichting PVH). 2.3. Stichting PVH kende een verplichte deelname voor de operationele havenarbeiders, terwijl het kantoorpersoneel op vrijwillige basis werd meeverzekerd. 2.4. In de jaren '90 heeft Stichting PVH Optas Pensioenen N.V. opgericht. Alle pensioenverplichtingen voor het kantoorpersoneel dat niet onder de verplichtstelling viel zijn door PVH overgedragen aan Optas Pensioenen N.V. 2.5. In 1997 is Stichting PVH omgezet in een naamloze vennootschap, Optas Pensioenen II N.V., waarbij alle aandelen werden gehouden door Optas N.V. In verband met de omzetting is een beklemd vermogen in de zin van artikel 2:18 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) gevormd. 2.6. In 1998 is Optas Pensioenen II N.V. gefuseerd met Optas Pensioenen N.V. als verkrijgende vennootschap. Optas Pensioenen II N.V. is opgehouden te bestaan. Stichting Optas was enig aandeelhouder van Optas Pensioenen N.V. 2.7. De aandelen in Optas N.V. zijn in 2007 door Stichting Optas verkocht aan Aegon Nederland N.V. De aandelen zijn op 28 juni 2007 geleverd. Op enig later moment zijn de aandelen van Optas Pensioenen N.V. door Optas N.V. overgedragen aan Aegon Nederland N.V. 2.8. Na de verkoop van Optas N.V. is de enige activiteit van Stichting Optas het beheer van de ontvangen koopsom ter hoogte van € 1,5 miljard. Het bestuur van Stichting Optas is niet onderworpen aan enig toezicht. 2.9. Na de verkoop van Optas N.V. is een geschil ontstaan tussen (het bestuur van) Stichting Optas enerzijds en de sociale partners, de havenwerkgevers en havenwerknemers, verenigd in Stichting Belangenbehartiging Pensioengerechtigden Vervoer en Havenbedrijven (hierna: Stichting BPVH) anderzijds, omtrent de besteding van de van Aegon Nederland N.V. ontvangen koopsom. Stichting BPVH stelde zich op het standpunt dat Stichting Optas de koopsom zou moeten aanwenden om de pensioenaanspraken van de havenwerknemers te optimaliseren. Het bestuur van Stichting Optas stelde zich op het standpunt dat Stichting Optas zelfstandig en naar eigen goeddunken over de koopsom mocht beschikken. De stichtingen zijn tot een vergelijk gekomen. Op gezamenlijk verzoek van Stichting BPHV en Aegon Nederland N.V. heeft de rechtbank in 2015 het beklemd vermogen (zie 2.5) ontklemd. 2.10. In de statuten van Optas Pensioenen N.V. van 21 april 2015 is – kort samengevat – onder meer opgenomen dat haar doelstelling bestaat uit het treffen van pensioenvoorzieningen door middel van pensioenregelingen (artikel 3), dat de algemene vergadering bevoegd is tot bestemming van de winst (artikel 23.1) en dat de winst en de reserves van Optas Pensioenen N.V. moeten worden aangewend in overeenstemming met het statutaire doel, behoudens een dividenduitkering van ten hoogste 5% van het geplaatste kapitaal (artikel 23.2). Verder is onder het kopje ‘Ontbinding en vereffening’ opgenomen dat hetgeen na voldoening van de schuldeisers van de ontbonden vennootschap, de uitkering aan aandeelhouders van de dividendreserve en de terugbetaling aan aandeelhouders van het nominale op de aandelen gestorte bedrag is overgebleven, wordt aangewend in overeenstemming met het doel van de vennootschap. Fusie Optas Pensioenen N.V. en Aegon Levensverzekering N.V. 2.11. Op 3 november 2018 is door Optas Pensioenen N.V. en Aegon Levensverzekering N.V. (hierna: Aegon) in het NRC Handelsblad een advertentie geplaatst waarin het voornemen tot een fusie tussen Optas Pensioenen N.V. en Aegon is aangekondigd. 2.12. Op 13 november 2018 hebben Optas Pensioenen N.V. en Aegon het voorstel tot fusie neergelegd bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. In het voorstel tot fusie is Optas Pensioenen N.V. gedefinieerd als ‘de Verdwijnende Vennootschap’ en Aegon als de ‘Verkrijgende Vennootschap’. In het voorstel tot fusie staat onder meer het volgende: 1Hoofdpunten van de voorgestelde fusie 1.1. Voorgesteld wordt om tussen de Fuserende Vennootschappen een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW tot stand te brengen (de Fusie) als gevolg waarvan: a. De Verdwijnende Vennootschap ophoudt te bestaan; en b. Het vermogen van de Verdwijnende Vennootschap onder algemene titel wordt verkregen door de Verkrijgende Vennootschap. 1.2. De Verkrijgende Vennootschap is de enig aandeelhouder van de Verdwijnende Vennootschap. Op de Fusie is artikel 2:333 lid 1 BW van toepassing. 1.3. De Fusie zal plaatsvinden zonder toekenning van nieuwe aandelen in het kapitaal van de Verkrijgende Vennootschap. 2Verdere informatie over de gevolgen van de Fusie (…) 2.2. Statuten Verkrijgende Vennootschap De statuten van de Verkrijgende Vennootschap zullen ter gelegenheid van de Fusie worden gewijzigd. (…) 2.9. Invloed van de Fusie op de grootte van de goodwill en de uitkeerbare reserves van de Verkrijgende Vennootschap (…) De waarde van het vermogen van de Verdwijnende Vennootschap zal worden verwerkt in de vrij uitkeerbare reserves van de Verkrijgende Vennootschap (behalve dat eventuele wettelijke reserves van de Verdwijnende Vennootschap zo nodig door de Verkrijgende Vennootschap zullen worden overgenomen). (…) (…)(…)” In het fusievoorstel staat verder dat de raden van commissarissen van zowel de Verdwijnende Vennootschap als de Verkrijgende Vennootschap goedkeuring hebben verleend aan het voorstel tot fusie en dat deze goedkeuring blijkt uit de medeondertekening van het voorstel tot fusie door de leden van de genoemde raden van commissarissen. Verder staat in het fusievoorstel dat de fusie de instemming van De Nederlandse Bank (hierna: DNB) behoeft. Als bijlagen bij het fusievoorstel zijn onder meer een Statement of Consent van Aegon Nederland N.V. (als de enig aandeelhouder van Aegon) en Aegon (als enig aandeelhouder van Optas Pensioenen N.V.) gevoegd. Ook zijn een tweetal verklaringen als bedoeld in artikel 2:316 lid 4 BW van de Rechtbank Den Haag bij het fusievoorstel gevoegd. 2.13. Op 29 november 2018 heeft [eisende partij sub 1] verzet aangetekend tegen het gedeponeerde fusievoorstel als bedoeld in artikel 2:316 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 februari 2019 is het verzet van [eisende partij sub 1] ongegrond verklaard en opgeheven. In de beschikking is onder meer het volgende overwogen: “(…) 4.8 Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat – anders dan verzoekster bepleit – de enkele omstandigheid dat de vermogenstoestand van Aegon na de fusie met Optas minder waarborg zal bieden dat de gepretendeerde vordering van verzoekster zal kunnen worden voldaan, niet zonder meer kan leiden tot gegrondverklaring van het verzet. Immers, niet is gebleken dat de wetgever in Nederland een verdergaande bescherming aan crediteuren wilde bieden dan die volgt uit de Richtlijn 2009/109/EG (…). ‘Minder waarborg’ is niet doorslaggevend, het gaat erom of er door de fusie een verandering plaatsvindt als gevolg waarvan alsdan gerede twijfel rijst omtrent de mogelijkheden tot voldoening van de vordering na de fusie. 4.9 Verzoekster voert zes argumenten aan waaruit volgens haar volgt dat haar verhaalsmogelijkheden worden aangetast. 4.10 De rechtbank overweegt dat die zes argumenten, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, niet kunnen leiden tot de conclusie dat er een reëel risico bestaat dat Aegon na de fusie haar verplichtingen jegens verzoekster niet zal kunnen nakomen. Weliswaar kan Optas bogen op een gunstiger (Solvency II) solvabiliteitsratio, maar Optas is een relatief klein onderdeel van de gehele Aegon-organisatie, die – onweersproken – op dit moment uitkomt op een Solvency II-ratio van 186%, zeer ruim boven de door De Nederlandse Bank (DNB) aangehouden Solvency II-ratio van 100%. Niet weersproken is de stelling van Aegon dat een Solvency II-ratio van 100% volgens DNB betekent dat een verzekeraar zoveel kapitaal heeft dat hij na een zware schok die naar verwachting eens in de 200 jaar voorkomt nog steeds in staat is om zijn verplichtingen na te komen. (…) (…)” 2.14. Bij besluit van 26 februari 2019 heeft DNB toestemming verleend voor de fusie en de overdracht van de rechten en verplichtingen van Optas Pensioenen N.V. aan Aegon. [eisende partij sub 1] heeft op 7 maart 2019 (bestuursrechtelijk) bezwaar gemaakt tegen het besluit van DNB. 2.15. Op 31 maart 2019 hebben Optas Pensioenen N.V. en Aegon het besluit tot fusie genomen en is de akte van fusie verleden bij de notaris. 2.16. De fusie is op 2 april 2019 ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Diezelfde dag is in de Staatscourant gepubliceerd dat de rechten en verplichtingen uit alle overeenkomsten van levensverzekering van Optas Pensioenen N.V. met ingang van 1 april 2019 zijn overgegaan op Aegon. 2.17. Uit de op 15 mei 2019 gedeponeerde jaarrekening van Optas Pensioenen N.V. over het jaar 2018 volgt dat het eigen vermogen van Optas Pensioenen N.V. op 31 december 2018 € 2.454.590 bedroeg. Het eigen vermogen van Optas Pensioenen N.V. is na de fusie door Aegon als vrij uitkeerbare reserve aangemerkt. 2.18. Op 17 januari 2020 heeft DNB het bezwaar tegen het instemmingsbesluit van onder andere [eisende partij sub 1] ongegrond verklaard. Volgens DNB kon [eisende partij sub 1] niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht. [eisende partij sub 1] is vervolgens van deze beslissing op bezwaar in beroep gegaan. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van [eisende partij sub 1] op 26 februari 2021 gegrond verklaard en DNB opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. 3Het geschil 3.1. Na wijziging van eis vordert [eisende partij sub 1 c.s.] bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. nietig te verklaren althans te vernietigen het besluit van Optas Pensioenen N.V. tot het doen van een voorstel tot fusie met Aegon, zoals neergelegd in productie IV, en het besluit van de raad van commissarissen van Optas Pensioenen N.V. tot goedkeuring hiervan; II. Optas Pensioenen N.V. te verbieden, ter uitvoering van het onder I genomen besluit, een besluit te nemen tot fusie met Aegon en Optas Pensioenen N.V. te verbieden een dergelijke fusie te effectueren, voordat onherroepelijk op de onderhavige vorderingen van [eisende partij sub 1 c.s.] is beslist, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500.000 indien Optas Pensioenen N.V. in strijd met dit verbod handelt; III. nietig te verklaren, althans te vernietigen het besluit van Optas Pensioenen N.V. tot fusie met Aegon; IV. primair: de fusie tussen Optas Pensioenen N.V. en Aegon nietig te verklaren, althans te vernietigen,subsidiair: Aegon te veroordelen tot vergoeding van de schade die [eisende partij sub 1 c.s.] lijdt door de fusie, althans door de nietigheid, althans vernietigbaarheid van de fusiebesluiten van Optas Pensioenen N.V. en Aegon, de besluiten van Optas Pensioenen N.V. en Aegon tot het doen van het fusievoorstel, de goedkeuringsbesluiten daarvan van de raad van commissarissen van Optas Pensioenen N.V. en Aegon, het ontbreken van instemming van DNB met de fusie en de overige verzuimen die nietigverklaring, althans vernietiging van de fusie mogelijk maken. De schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; V. veroordeling van Optas Pensioenen N.V. in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten. 3.2. [eisende partij sub 1 c.s.] legt aan haar vorderingen – naar de rechtbank begrijpt en kort samengevat – ten grondslag dat de fusie tussen Optas Pensioenen N.V. en Aegon nietig is op grond van de artikelen 3:119 Wet financieel toezicht (hierna: Wft) en/of artikel 3:40 lid 1 BW, dan wel vernietigbaar op grond van de artikelen 3:40 lid 2 BW en/of 2:323 lid 1 sub c BW, omdat: i.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.