RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/1084 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2021 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M. van Werven), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Elias). Procesverloop Verzoeker is [verzoeker] , geboren op [2001] en met de Afghaanse nationaliteit. Verzoeker heeft op 13 november 2015 in Nederland een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 27 juli 2016 is de asielaanvraag afgewezen en is aan hem een terugkeerbesluit opgelegd. Dit besluit staat na de uitspraak van de ABRvS van 8 september 2017 in rechte vast. Verzoeker heeft op 27 mei 2019 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met tijdelijke humanitaire gronden ‘voor verblijf als amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken’. Bij besluit van 10 februari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen. Ook is aan verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Er heeft geen zitting met betrekking tot de voorlopige voorziening plaatsgevonden, voordat verweerder bij besluit van 2 oktober 2020 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoeker ongegrond heeft verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.