RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL19.26010 en NL19.26012 v-nummers: [Nummer 1], [Nummer 2] en [Nummer 3] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam 1], eiser, [Naam 2] , eiseres, tezamen te noemen mede ten behoeve van hun minderjarige zoon [Naam 3] (gemachtigde: mr. P.R. Klaver), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluiten van 29 oktober 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.26011 en NL19.26013, plaatsgevonden op 28 november
- Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. Ter zitting heeft de rechtbank de behandeling van de beroepen aangehouden. Bij beslissing van 6 februari 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de verzoeken om een voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op de beroepen. De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder nadere zitting. Overwegingen
- De rechtbank ziet zich allereerst voor de – ambtshalve te beantwoorden – vraag gesteld of er in deze zaak sprake is van procesbelang.
- Verweerder heeft de rechtbank op 28 juli 2021 laten weten dat eisers sinds 22 september 2020 met onbekende bestemming (MOB) zijn vertrokken. Bij bericht van 6 augustus 2021 heeft de gemachtigde van eisers desgevraagd meegedeeld dat hij al enige tijd geen contact meer heeft met betrokkenen.
- Uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State volgt dat indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij actueel contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
- Naar het oordeel van de rechtbank blijkt niet van actueel contact tussen eisers en hun gemachtigde, nu de gemachtigde al enige tijd geen contact meer heeft gehad met eisers. Evenmin blijkt uit de reactie van gemachtigde of eisers nog in Nederland verblijven. De rechtbank leidt hieruit af dat eisers niet langer prijs stellen op asielrechtelijke bescherming in Nederland, zodat zij geen belang meer hebben bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroep.
- De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 september 2019 ( ECLI:NL:RVS:2019:579).