Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/196167-20 Datum uitspraak: 15 februari 2021 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting te Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 1 februari
(18)maanden; bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer] , een bedrag van € 3.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 juli 2020, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken; legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 3.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 juli 2020 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald; bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 40 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag door de verdachte en/of zijn mededader aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag door de verdachte en/of zijn mededader aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(
- s)aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(
- s)opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; bepaalt dat als de medeverdachte van de verdachte aan de benadeelde partij of aan de Staat het opgelegde bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte dat deel van het toegewezen bedrag niet meer hoeft te betalen. Dit vonnis is gewezen door mr. N.I.S. Wallet, voorzitter, mr. J.A. van Steen, rechter, mr. B.J. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P. Hillebrand, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 februari 2021. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2020221234, van de Districtsrecherche Den Haag Centrum, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 315). Het proces-verbaal van aangifte, blz. 111-114. Het proces-verbaal van zitting van 1 februari 2021 Het proces-verbaal van bevindingen, blz. 174-180. Het proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 145-146. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter commissaris, d.d. 28 januari 2021 Het proces-verbaal van bevindingen, blz. 105-108.