← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:11117

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.11093 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser [nummer] (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 9 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.11094, op 30 september 2021 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. Bij bericht van 6 september 2021 heeft verweerder laten weten dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Bij bericht van 21 september 2021 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd meegedeeld dat hij eiser op 16 juli 2021 voor het laatst heeft gesproken en momenteel niet weet waar eiser verblijft.
  2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State volgt dat indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
  3. Gelet op het bericht van gemachtigde van eiser van 21 september 2021 waarin hij heeft laten weten dat hij met eiser geen recent contact meer heeft gehad, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op asiel in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
  4. Nu het procesbelang is te komen ontvallen, is het beroep niet-ontvankelijk.
  5. Voor een proceskostenverdeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2021 door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.