RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Locatie Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL21.536 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Visschers). Procesverloop Bij besluit van 13 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL21.537, plaatsgevonden op 26 januari
- Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. De reden daarvoor is dat volgens verweerder op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De Duitse autoriteiten hebben ingestemd met deze verantwoordelijkheid.
- Eiser vreest vanuit Duitsland naar zijn land van herkomst te worden gestuurd. Hij wenst een rechterlijk oordeel of verweerder dit bezwaar voldoende heeft meegenomen in het besluit.
- In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mag. Eiser is hier naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd.
- Eiser heeft geen informatie overgelegd die aanleiding geeft voor het oordeel dat sprake is van systematische tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem. Eiser heeft in Duitsland asiel aan kunnen vragen, zijn asielaanvraag is in behandeling genomen en hij heeft hier een beslissing op gekregen. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht aangegeven dat Duitsland met het claimakkoord garandeert dat ook een nieuwe asielaanvraag van eiser in behandeling zal worden genomen en dat zijn situatie zal worden beoordeeld aan dezelfde criteria als in Nederland wordt gedaan en in lijn met de verschillende Europese richtlijnen op het gebied van asielrecht. De garantie van de lidstaat om het asielverzoek in behandeling te nemen omvat ook de verantwoordelijkheid dat een eventuele uitzetting niet in strijd met het verbod van réfoulement zal zijn. Dat sprake is van indirect réfoulement omdat eiser vreest dat hij naar zijn land van herkomst zal worden teruggestuurd, volgt de rechtbank dan ook niet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder het bezwaar van eiser voldoende heeft meegenomen in het bestreden besluit.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 09 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. Mr. M. Eversteijn T.R. Vos Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.