← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:11424

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL21.7116 en NL21.7118 v-nummers: [nummer 1], [nummer 2], en [nummer 3] uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam 1], eiser, [naam 2] , eiseres, mede ten behoeve van haar minderjarige kind [naam 3], (gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 7 mei 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet ontvankelijk verklaard, omdat zij in Griekenland internationale bescherming genieten. Verzoekers hebben op 10 mei 2021 tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat zij de behandeling van de beroepen in Nederland mogen afwachten. Verzoekers hebben op 30 augustus 2021 een nader verzoek om voorlopige voorziening gedaan, inhoudende dat zij de voorzieningenrechter verzoeken om te bepalen dat verweerder hen toegang verleend tot de reguliere opvang met de daarbij passende verstrekkingen. Bij bericht van 31 augustus heeft verweerder de bestreden besluiten ingetrokken en meegedeeld dat opnieuw op de aanvragen beslist zal worden. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat hij bereid is de proceskosten voor de beroepen en verzoeken gezamenlijk tot een bedrag van € 748 te vergoeden. Overwegingen 1, Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.7115 en NL21.7117, heeft de rechtbank uitspraak gedaan en de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat voor zover het (aanvullende) verzoek om voorlopige voorziening ziet op de vorm en kwaliteit van de te verstrekken opvang, dit niet raakt aan de bestreden besluiten. Verzoekers zullen zich hiervoor moeten wenden tot het COA. 2. De beroepen en de verzoeken zijn afzonderlijke rechtsmiddelen bij twee te van elkaar te onderscheiden rechterlijke instanties, zodat voor de beoordeling van de vraag naar een proceskostenveroordeling in zoverre geen samenhang wordt aangenomen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden vastgesteld op € 748, uitgaande van één punt voor het indienen van het verzoekschrift en een gemiddeld gewicht van de zaak Beslissing De voorzieningenrechter: wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van €748. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www. rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.