Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage MV/b Zaaknr.: 9132615 \ EJ VERZ 21-74502 8 oktober 2021 Beschikking van de kantonrechter ex artikel 4:206 lid 3 BW op het verzoek van: [naam vereffenaar] , h.o.d.n. [naam eenmanszaak], in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van:[erflater] , overleden te [plaats overlijden] op [datum overlijden] , laatstelijk wonende te [plaats] , [adres] , hierna te noemen: erflater, gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: verzoekster. 1De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van: het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 2 april 2021; de brief van verzoekster, ter griffie ingekomen op 12 mei 2021; de brief van verzoekster, ter griffie ingekomen op 7 juli 2021; de in het geding gebrachte producties. 1.2. Verzoekster is op 6 september 2021 telefonisch gehoord op het verzoek. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden. 2De beoordeling 2.1. Verzoekster is bij beschikking van deze rechtbank, team Handel, van 7 februari 2020 benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater. 2.2. Het verzoek strekt ertoe op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een voorschot op het loon van verzoekster als vereffenaar vast te stellen. 2.3. Een door de rechtbank benoemde vereffenaar heeft recht op het loon dat door de kantonrechter voor het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld op grond van artikel 4:206 BW. Hoewel de wet ervan uitgaat dat het loon van de vereffenaar pas wordt uitgekeerd na het verbindend worden van de uitdelingslijst (artikel 4:220 lid 1 BW), acht de kantonrechter het niet in strijd met de wet om gedurende de vereffening een voorschot op het loon vast te stellen, tenzij sprake is van een positieve nalatenschap. In dat geval rust op de vereffenaar immers niet de verplichting van artikel 4:218 lid 1 BW om de uitdelingslijst neer te leggen (artikel 4:221 lid 2 BW). 2.4. De rechtspraak gebruikt de 'Richtlijnen Vereffening nalatenschappen' (opgesteld door de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton en Toezicht) als uitgangspunt bij het vaststellen van het loon en het voorschot daarop. In deze richtlijnen wordt aangesloten bij de beloning van de curator in faillissementszaken, waarvoor in de rechtspraak eveneens richtlijnen zijn ontwikkeld, de zogenaamde Recofa-richtlijnen. De kantonrechter zal daarom beoordelen in hoeverre het verzoek voldoet aan de Richtlijnen Vereffening nalatenschappen en de Recofa-richtlijnen. 2.4. De kantonrechter sluit voor de vereisten waaraan een verzoek tot toekenning van een voorschot overeenkomstig de Recofa-richtlijnen moet voldoen aan bij de criteria die de rechtbank Gelderland heeft genoemd in haar beschikking van 26 april 2016 (ECLI:NL:RBGEL:2016:7160), te weten: een inhoudelijke onderbouwing van het verzoek; het toe te kennen voorschotbedrag, dat wil zeggen het bedrag dat de vereffenaar verzoekt als voorschot op zijn loon; de periode waarover de vereffenaar een voorschot verzoekt; een specificatie van de werkzaamheden van de vereffenaar met de daaraan bestede uren (tijdregistratie), in het geval het voorschot wordt verzocht over een periode in het verleden; en schatting van de werkzaamheden van de vereffenaar met de daaraan te besteden uren (tijdregistratie), in het geval het voorschot wordt verzocht over een periode in de toekomst; het te hanteren uurtarief; een verslag van de vereffenaar dat, afgezien van de openbaarheid, voldoet aan de eisen die in een faillissement ingevolge artikel 73a van de Faillissementswet (Fw) aan een dergelijk verslag worden gesteld. 2.5. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek niet aan alle criteria voldoet. Het verslag van de vereffenaar (ad
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.