← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:11796

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7688 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep.
  2. Verweerder heeft op 25 augustus 2021 een uitdraai uit zijn systeem overgelegd waaruit blijkt dat eiser sinds 2 augustus 2021 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 1 september 2021 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd aangegeven sinds 2 augustus 2021 geen contact meer te hebben met eiser en dat het door eiser aan zijn gemachtigde opgegeven mobiele telefoonnummer buiten gebruik is.
  3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), onder meer de uitspraak van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579), blijkt dat, indien de vreemdeling die asiel heeft aangevraagd met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel kan worden geconcludeerd dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming. In dat geval heeft de vreemdeling geen procesbelang meer. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt., aldus de Afdeling.
  4. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden stelt de rechtbank vast dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  5. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.