Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/041431-21 Datum uitspraak: 28 oktober 2021 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , [adres 1] op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan te Alphen aan den Rijn. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 20 mei 2021, 4 augustus 2021 (beide pro forma), 7 oktober 2021 (inhoudelijke behandeling) en 28 oktober 2021 (sluiting onderzoek). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.M. Offers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. B.W.N. van den Oever naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Noordwijk [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door haar (meermalen) met een mes in de rug, in elk geval in het (boven)lichaam, te steken en/of te slaan. 3Inleiding Deze zaak gaat om een steekpartij die in de nacht van 13 op 14 februari 2021 heeft plaatsgevonden in een woning aan de [adres 2] te Noordwijk, waarbij de bewoonster, genaamd [slachtoffer] , om het leven is gekomen. Na een telefonische melding van een steekpartij is de politie naar de woning gegaan. De voordeur werd door de verdachte geopend. In de woning trof de politie [slachtoffer] aan, liggend op haar buik in een plas bloed. Zij bewoog toen nog, maar is kort daarna in de woning gestorven. Er zaten steekwonden in haar rug. Tegen de verdachte is de verdenking gerezen van betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer] . De verdachte heeft verklaard dat hij zich van de steekpartij niets kan herinneren. De rechtbank dient, gelet op hetgeen ten laste is gelegd, de vraag te beantwoorden of de verdachte met een mes in de rug van [slachtoffer] heeft gestoken en, zo ja, of dat kan worden gekwalificeerd als doodslag. Indien sprake is van een bewezenverklaring van doodslag, komt de vraag naar de strafbaarheid van de verdachte aan de orde, nu namens de verdachte een beroep is gedaan op ontoerekeningsvatbaarheid dan wel psychische overmacht. Mocht dat beroep niet slagen, dan dient de rechtbank te beslissen omtrent een op te leggen straf. 4De bewijsbeslissing 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde doodslag wettig en overtuigend bewezen kan worden. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit wegens het ontbreken van opzet bij de verdachte. 4.3 De beoordeling van de tenlastelegging De bewijsmiddelen Bevindingen Op 14 februari 2021 omstreeks 00.19 uur kreeg een politie-eenheid de opdracht om naar het [adres 2] te Noordwijk te gaan, naar aanleiding van een melding dat de vriendin van de melder zou zijn neergestoken. De politieambtenaren waren om 00.23 uur ter plaatse. De voordeur van voormelde woning werd opengedaan door een man. Bij de keukentafel lag een vrouw op haar buik op de grond. Het hoofd van de vrouw lag in een plas bloed. Rechts van de vrouw, ter hoogte van haar voeten, lag een mes dat gebroken was. Het lemmet en het handvat lagen naast elkaar. Het lemmet was ongeveer tien centimeter lang. Links van de vrouw lagen twee propjes keukenpapier met een rode substantie. Op het aanrechtblad lag een messenblok op de zijkant. Er ontbrak één mes uit het messenblok. De messen in het messenblok hadden dezelfde kleur en hetzelfde handvat als het gebroken mes dat naast de vrouw lag. Een politieambtenaar zag dat de vrouw nog bewoog. Nadat medewerkers van de ambulancedienst de bovenkleding van de vrouw hadden opengeknipt, waren steekverwondingen op de rug van het slachtoffer zichtbaar. Twee politieambtenaren zijn de reanimatie gestart. Op 14 februari 2021 om 00.33 uur is de reanimatie gestopt omdat de vrouw was overleden. Een politieambtenaar heeft de man die de deur opendeed om zijn legitimatiebewijs gevraagd. Het bleek om de verdachte te gaan. De politieambtenaar zag dat op beide handen van de verdachte bloed zat. In het gezicht van de verdachte zat een kleine veeg. De verdachte zei dat de vrouw zijn vriendin was. In de slaapkamer van de woning zag de politieambtenaar een geopende fles drank staan. De verdachte vertelde dat hij alcohol had gedronken. Uit onderzoek bleek dat de melding door de verdachte was gedaan. De vrouw in de woning was de bewoonster, genaamd [slachtoffer] . Onderzoek van het lichaam van het slachtoffer Op het lichaam van [slachtoffer] is sectie verricht. Uit het sectierapport van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt het volgende. Aan het lichaam waren vier steekletsels en vier snijletsels. Aan de rug waren steekletsels die belangrijke structuren hebben geraakt. De lengte van de steekletsels was aan de huid circa 3,5 tot 4,9 cm. De diepte van het diepste steekletsel was circa tien centimeter. De letsels zijn bij leven ontstaan door respectievelijk perforerende en snijdende krachtinwerking met een scherprandig voorwerp, zoals een mes. Bij een deel van de steekletsels was sprake van perforatie van de rechterborstholte en de rechterlong. De rechterlong was hierdoor deels samengevallen en er waren tekenen van bloedinademing in de linkerlong. Dit heeft geleid tot ademhalings- en longfunctiestoornissen alsmede bloedverlies. Het overlijden wordt verklaard door de gevolgen van twee steekletsels aan de rug. De overige twee steekletsels en vier snijletsels kunnen een bijdrage hebben geleverd aan (de snelheid van) het overlijden. De lokalisatie en het aspect van de steek- en snijletsels, in combinatie met de richting van de steekkanalen, duiden op toebrenging door derden. Geen van de letsels was kenmerkend voor af- of verweerletsel. Geluidsopname Op 14 februari 2021 omstreeks 03.30 uur was een politieambtenaar in de woning aan de [adres 2] . In de woning heeft hij een mobiele telefoon, een Apple iPhone 12 pro, aangetroffen. De politieambtenaar zag op het display van de mobiele telefoon dat er een app openstond die een geluidsopname aan het maken was. De geluidsopname is gestopt en werd hierdoor opgeslagen. De mobiele telefoon is in beslag genomen. De geluidsopname is uitgeluisterd en uitgewerkt door een audiospecialist. In de opname spreken de aanwezige personen elkaar aan met [slachtoffer] en [verdachte] . Een gedeelte van het gesprek is als volgt uitgewerkt. Gespreksdeelnemers: M = man, [verdachte] V = vrouw, [slachtoffer] C= centralist meldkamer politie A= centralist meldkamer ambulance (ntv) = niet te verstaan V: [verdachte] , ga naar huis. M: Nee. Ja, ik ga straks, ik ga straks, ik ga straks geen, geen zorgen. lk ga straks. Het is gewoon een, één punt (ntv). V: lk wil gaan slapen, [verdachte] . Ga naar huis. M: Je wil gaan slapen? V: Ja. M: Boeit mij geen reet, [slachtoffer] ! Wacht maar even! V: Zal ik de politie bellen? M: Ja, bel de fucking politie dan! V: Of zal ik je moeder bellen Dat is net leuker. (De vrouw is dichtbij de microfoon te horen.) M: Wah, doe je ding joh. Kijk maar wat je doet. Je bent zo’n stoere dame, hé? Wil/ben je doen? Kijk, jij denkt dat je zover bent. ( Het klinkt alsof er op de microfoon getikt wordt.) ...stilte... M: lk zou het niet doen. (Bij de microfoon is een ademhaling te horen.) (Er zijn voetstappen te horen die naar de microfoon gaan.) M: lk zou het niet doen. (Het klinkt alsof er iets over de microfoon geschoven wordt.) V: Ga naar huis. (De man klinkt nu erg dichtbij de microfoon.) M: Je hebt het al gedaan. V: Ga naar huis. M: Je hebt het al gedaan. V: Ga naar huis (de vrouw zegt dit zacht). M: Wie heb je gecontact? V: Dat maakt niet uit. M: Mij wel. V: Ga naar huis, [verdachte] . M: [slachtoffer] , Ik vraag het je nog één keer. Wie heb je gecontact? V: Dat gaat je niet aan. Ga naar huis. M: Mij gaat het wel aan. Want het gaat om mij. V: Ja. M: Dus, zeg het. V: Maakt niet uit. M: [slachtoffer] , als jij wil dat bepaalde contacten van jou geschaad raken, dan moet je het nu zeggen. Niet met mij fucking kloten! Snap je dat?! V: Dat? bepaal? (ntv). M: Want ik heb mijn fucking connecties. V: Ja? M: Ja en maakt mij geen fuck uit. V: Ga mij niet lopen slaan, ga mij niet lopen aanraken. M: Nee. Ga mij godverdomme niet aanraken. V: Dat deed jij, niet ik. M: Nee, jij gaat godverdomme aan mijn contacten komen, fuck jou. V: Ga weg. M: Nee, ik ga ook weg. lk zeg alleen maar ik rook een peukie en jij gaat godverdomme contacten van mij aanraken. V: (ntv) weg. Ga weg. M: Hoor je mij? (Er is gestommel te horen.) V: Ga weg zeg ik. Als jij mij nog een keer aanraakt dan bel... M: Hoor je mij? V: De politie. (De vrouw klinkt dichtbij de microfoon.) V: Ik ben (ntv). (Er is gestommel te horen, getik en gekraak aan de microfoon.) V: (ntv) mijn telefoon. (Er valt een voorwerp op de vloer. Het klinkt als een worsteling. Vrouw gilt. Er zijn voetstappen te horen.) V: (De stem van de vrouw klinkt hoog en het klinkt alsof ze slecht lucht krijgt.) (ntv) geen lucht mongool! (Er zijn hondenpootjes op de vloer te horen. Er is een vermoedelijke worsteling en er zijn drie doffe klappen te horen. Dan is er gestommel te horen. Daarna nog een aantal harde doffe klappen. Hondenpootjes zijn te horen. De vrouw is niet te horen. Een aantal seconden is er een ademhaling te horen, vermoedelijk van de man, en de hondenpootjes zijn te horen.) M: Kankerwijf! (klinkt alsof er hard geschopt of geslagen wordt). Kankerwijf (De man klinkt nu verder van de microfoon.) (Geluid van metalen voorwerpen die tegen elkaar tikken, is te horen. Ook valt een metalen voorwerp op een harde ondergrond). V: (De vrouw gilt hard.) (Een klap is te horen en het gegil van de vrouw stopt. Hondenpootjes zijn te horen.) V: (De vrouw gilt twee keer.) (De hondenpootjes klinken opgewonden.) M: Kankerwijf! (Het klinkt alsof er een metalen voorwerp op een harde ondergrond komt.) V: (De vrouw gilt.) (Een klap is te horen. De vrouw gilt en spuugt. Ze hoest en spuugt. Ze gilt met een hoge stem. Het klinkt alsof de vrouw moeite heeft met ademhalen. Een hard voorwerp valt op een harde ondergrond.) M: (Diepe ademhaling.) V: (De vrouw ademt diep en rochelt en spuugt.) M: (Diepe ademhaling. De man begint te snikken.) Fucking [slachtoffer] . V: (De vrouw hoest en kreunt.) M: (De man snikt en kreunt) Sorry, sorry. [slachtoffer] nee, [slachtoffer] V: (De vrouw rochelt.) M: Komt goed schat.) V: (De vrouw snikt en kreunt.) M: Komt goed, komt goed. Sst, sst. lk weet niet waarom ik het deed. Fucking (ntv). (Te horen is dat er een telefoon overgaat.) V: (De vrouw hoest en rochelt.) M: (ntv) politie. Noordwijk ja, ja. V: (De vrouw rochelt.) C: (De vrouw van de meldkamer is te horen, maar niet te verstaan.) M: [adres 2] nu alsjeblieft [adres 2] . V: (De vrouw spuugt en heeft een snurkende ademhaling.) C: Wat is er aan de hand? M: Euh, ze, mijn vriendin is neergestoken. C: Door wie? M: lk weet niet. V: (De vrouw hoest en rochelt.) C: (ntv) ruzie (ntv)? M: Ja. C: (ntv). V: (De vrouw hoest.) M: Ja. C: Waar is ze neergestoken? M: In de fucking, ja. In de fucking woning denk ik, ik weet niet. C: (ntv). V: (De vrouw rochelt) M: In haar woning, denk ik. C: Maar meneer, waar is ze? M: In haar woning! [adres 2] , ik wil dat je nu komt, alsjeblieft. C: Luister even naar mij, ben jij daar nu ook? M: Ja ik ben er nu. lk zit fucking op mijn knieën en ze ligt dood te bloeden ga (ntv). V: (De vrouw heeft een snurkende ademhaling.) C: Luister even naar mij, waar heeft ze verwondingen? M: In, ja, in haar rug. In de rug. C: (ntv). M: Na, nou drie keer, vier keer. V: (De vrouw heeft een snurkende ademhaling.) C: Kan je eens proberen om even een handdoek te pakken of (ntv). M: Ja. C: (ntv). M: lk doe het, ik doe het. V: (De vrouw heeft een snurkende ademhaling.) C: (ntv). M: Ja, ze is snurken, snurken, snurken. C: ls ze (ntv). M: Ja, ja, ja, ja. V: (De vrouw heeft een snurkende ademhaling.) C: (ntv) een handdoek of theedoek op (ntv). M: (Klinkt als of de man snikt) Ja ik hoor hem. lk ben er. Ja. C: (ntv) heb je de telefoon al op speaker? De telefoon naast (ntv). M: (snikkend geluid) Oke, oke, oke, ik ben er. C: (de vrouw van de meldkamer is luider te horen) (ntv) je komt thuis en je treft haar zo aan? M: Sorry? C: Jij komt thuis en je treft haar zo aan? M: Ja. C: Oke, je bent een vriend van haar he? M: Ja. C: Oke. (Een rochelend geluid is te horen, vermoedelijk van de vrouw.) C: Wil jij hem hebben? Ja. Luister eens even naar mij. M: Ja. C: lk ga jouw even doorzetten naar de ambulancedienst ja. Nog heel even je telefoonnummer? M: Oke. [telefoonnummer] . C: Ja, oke. Dus blijf aan de telefoon ik ga jou doorzetten met de ambulance ja? Niet ophangen. M: Oke, oke, oke dankje. C: Politie is onderweg. (Een hard voorwerp wordt op de harde ondergrond gelegd.) A: Meldkamer ambulance. M: Hoi, met [verdachte] . A: Hallo, ja, ik heb gehoord wat er aan de hand is. Ik ga er even snel doorheen. Is zij op dit moment wakker? M: Ja, ze is aan het snurken maar kom alsjeblieft snel beetje actie. A: Ja, ja. Wij zijn allemaal al onderweg, maar ik wil graag even weten. Is zij wakker? Als je tegen haar praat (ntv). M: Ze is wakker, ze is wakker. A: Oke, duidelijk. M: Ja. A: lk ga wat instructies geven. Er zijn een aantal ambulances al onderweg. En wanneer is dit gebeurd? (De vrouw, [slachtoffer] , is niet meer te horen.) M: Euh, ja ik weet het niet eigenlijk. A: Spuit of stroomt het bloed eruit? M: Nee, is gewoon nu op het moment, nu valt het mee. A: Reageert ze normaal? M: Nu is er niks aan de hand. Weet, kijk, ik hou er gewoon een kompres erop en euh, er is niks aan de hand. A: Reageert zij normaal? M: Ja, ja. Ze is gewoon aan het ademen en ze (ntv) gewoon. Ze is hier bij mij en. (Een snikkend geluid is te horen.) A: En waar is dat mes? M: Nee, nee, zit geen mes meer in der/dus/rug euh. Er is geen mes meer. A: Er zit geen mes meer in haar, oke. Luister, kun jij voor mij de deur openzetten? M: Ja kan ik. Maar. lk houd gewoon op haar de kompres ook op de euh, ja. (Geklop, vermoedelijk, op de deur, is te horen.) M: Oke, oke ik kom eraan. Eén seconde. (Er zijn voetstappen te horen.) (Er is een mannenstem en een vrouwenstem te horen, de hulpverleners zijn ter plaatse.) Verklaring van de verdachte Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij zichzelf op de geluidsopname herkende en dat hij de stem van [slachtoffer] hoorde. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij op 14 februari 2021 in de woning van [slachtoffer] aanwezig was en dat hij is geschrokken van de agressiviteit die op de geluidsopname in zijn stem te horen is. Voorts kan hij zich herinneren dat hij op enig moment een mes in zijn handen heeft vastgehouden en dat hij de wonden van [slachtoffer] heeft geprobeerd te stelpen. De beoordeling door de rechtbank Is de verdachte de persoon geweest die heeft gestoken? Uit de geluidsopname leidt de rechtbank af dat de verdachte en [slachtoffer] de enige personen waren die zich ten tijde van het incident in de woning bevonden en dat zij ruzie hebben gehad met elkaar. Voorts gaat de rechtbank ervan uit dat het steekincident op de geluidsopname is vastgelegd en dat de verdachte met zijn uitlating “ik weet niet waarom ik het deed” heeft gedoeld op het steken van [slachtoffer] , temeer nu de verdachte heeft erkend dat hij een mes in zijn handen heeft vastgehouden. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is geweest die [slachtoffer] heeft gestoken. (Voorwaardelijk) opzet Door de raadsvrouw is aangevoerd dat bij de verdachte ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken, nu de verdachte nauwelijks herinneringen heeft aan het ten laste gelegde feit en hij direct heeft gezegd: “ik weet niet waarom ik het deed”. Dit impliceert dat hij zijn gedragingen niet overeenkomstig zijn wil kon bepalen en het opzet ontbreekt. Reeds om die reden dient vrijspraak te volgen. Voorts is door de raadsvrouw betoogd dat op grond van de uiterlijke verschijningsvorm niet kan worden vastgesteld dat de verdachte [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd zodat ook om die reden de verdachte moet worden vrijgesproken. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer HR 9 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2775) staat een ernstige geestelijke stoornis bij de verdachte slechts dan aan de bewezenverklaring van het opzet in de weg indien bij de verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken. Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat een dergelijke uitzondering zich in deze zaak niet voordoet. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Uit hetgeen op de geluidsopname is te horen volgt geenszins dat bij de verdachte ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelen en de gevolgen daarvan heeft ontbroken. Immers de verdachte heeft direct na het incident “Sorry, sorry. [slachtoffer] nee, [slachtoffer] ” en “Komt goed, komt goed. Sst, sst” geroepen. Uit deze actieve gedragingen leidt de rechtbank af dat de verdachte enig realiteitsbesef moet hebben gehad en zich dus in ieder geval deels bewust was van wat hij deed. Evenmin vindt het door de raadsvrouw bepleite steun in het over de verdachte opgemaakte Pro Justitia-rapport (zie daarover meer onder 6.3). Nu ook anderszins niet aannemelijk is geworden dat bij de verdachte ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen ontbrak, verwerpt de rechtbank het verweer dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet kan hebben gehad op zijn handelen en de dood van [slachtoffer] vanwege zijn psychische gemoedstoestand ten tijde van dit feit. De enkele omstandigheid dat de verdachte heeft verklaard zich niets meer van het voorval te kunnen herinneren, doet niet af aan deze constatering. Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende bewijs aanwezig waaruit blijkt dat de verdachte het onvoorwaardelijke opzet op de dood van [slachtoffer] heeft gehad door voornoemde geweldshandelingen te plegen. Bij beantwoording van de vraag of de verdachte het voorwaardelijke opzet op dit feit heeft gehad, acht de rechtbank het volgende van belang. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Het is algemeen bekend dat de rug een kwetsbaar onderdeel van het lichaam is waarachter zich vitale organen bevinden. Uit de omstandigheid dat door het steken de rechterborstholte en de rechterlong van [slachtoffer] zijn geperforeerd, leidt de rechtbank af dat de verdachte het mes met kracht in de rug van [slachtoffer] heeft gestoken. De rechtbank is van oordeel dat het meermalen met kracht steken in de rug met een mes met een lemmet van tien centimeter, zozeer gericht is op het toebrengen van dodelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] heeft aanvaard. Van contra-indicaties is de rechtbank niet gebleken. De verdachte heeft derhalve voorwaardelijk opzet gehad op de dood van [slachtoffer] . Het verweer van de raadsvrouw wordt in al zijn onderdelen verworpen. Conclusie Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen acht. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: hij op 14 februari 2021 te Noordwijk [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door haar meermalen met een mes in de rug te steken. 5De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 6De strafbaarheid van de verdachte 6.1 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair betoogd dat het ten laste gelegde feit niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Gelet op het verband tussen het ten laste gelegde en het gebrek aan draagkracht van de verdachte binnen de relatie ten gevolge van zijn onrijpe identiteit, de hoogopgelopen spanningen als gevolg van de onduidelijkheid aan de zijde van [slachtoffer] , eerder opgelopen trauma’s en de beperkte mogelijkheden om aan zijn gevoel verbaal uiting te geven, is de verdachte volledig overspoeld geraakt door emoties en was hij niet in staat om zijn wil geheel in vrijheid te bepalen. De verdachte zou om die reden moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat sprake was van psychische overmacht. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte jarenlang geestelijk is mishandeld, gemanipuleerd en vernederd door [slachtoffer] . Het gedrag en de reactie van [slachtoffer] in combinatie met de opgelopen traumatische ervaring heeft zodanig op de verdachte ingewerkt dat hij volledig door emoties werd overspoeld en hieraan geen weerstand kon of behoefde te bieden. De verdachte moet daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 6.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd. Ten aanzien van het beroep op psychische overmacht heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat niet gebleken is dat sprake was van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon bieden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Ontoerekeningsvatbaarheid Bij de vraag of het bewezen verklaarde feit aan de verdachte kan worden toegerekend, heeft de rechtbank acht geslagen op het Pro Justitia-rapport van 12 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.