← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:11985

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14238 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. P.Th. van Alkemade), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 31 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1998 in Jordanië en is van onbekende nationaliteit (stateloos Palestijn). Eiser heeft eerder op 12 september 2020 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 20 januari 2021 niet in behandeling genomen omdat Spanje voor de behandeling van de aanvraag verantwoordelijk is. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 19 februari 2021 ongegrond verklaard. Eiser is op 8 april 2021 door de Nederlandse autoriteiten overgedragen aan Spanje.
  2. Op 17 mei 2021 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend in Nederland.
  3. Verweerder heeft deze aanvraag wederom niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser eerder op 12 augustus 2019 in Spanje en op 12 september 2020 in Nederland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft Spanje daarom op 3 juni 2021 verzocht eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. Spanje heeft dit verzoek op 7 juni 2021 aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat.
  4. Eiser verzet zich tegen overdracht aan Spanje. Hij stelt dat verweerder ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat. Hij voert aan dat er ernstige tekortkomingen zijn in de opvangvoorzieningen en in de asielprocedure in Spanje. Eiser verwijst ter onderbouwing naar het AIDA-rapport van 25 maart 2021 (update 2020). De rechtbank oordeelt als volgt.
  5. Niet in geschil is dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
  6. Verweerder mag er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel van uitgaan dat Spanje zijn internationale verplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser hierin niet is geslaagd. Uit het AIDA-rapport van 25 maart 2021 volgt weliswaar dat er tekortkomingen zijn, maar niet is gebleken dat de problemen dermate structureel ernstig zijn dat bij overdracht aan Spanje op voorhand sprake is van een reëel risico op schending van artikel 4 van het Handvest of artikel 3 van het EVRM. Voor zover eiser verwacht dat hij geen opvang krijgt of asiel kan aanvragen in Spanje kan hij daarover klagen bij de Spaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat deze mogelijkheid voor eiser niet bestaat, dan wel dat klagen bij voorbaat zinloos is.
  7. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. Daarom wordt uitspraak gedaan zonder zitting.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Zaaknummer NL21.
  9. Verordening (EU) nr. 604/
  10. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:
  11. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.