← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:12180

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.21559 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop In het besluit van 15 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 28 december 2020 heeft verweerder meegedeeld dat verzoekster in de nationale asielprocedure wordt opgenomen en dat haar asielaanvraag dus in behandeling wordt genomen. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft op 14 januari 2021 de rechtbank meegedeeld dat hij geen reden ziet om over te gaan tot een proceskostenvergoeding. Overwegingen

  1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
  2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb..
  3. In de beroepsprocedure, NL20.21558, is vandaag uitspraak gedaan. De motivering in die uitspraak geldt ook voor deze zaak. Verweerder is niet tegemoet gekomen aan verzoekster, omdat op grond van veranderende omstandigheden verweerder alsnog haar asielverzoek in behandeling neemt. Daarom wordt ook in deze zaak het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten afgewezen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 18 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. Mr. M.P. Glerum S. Westerhof Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.