← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:13438

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/7429 uitspraak van de enkelvoudige kamer van uiterlijk 8 december 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder (gemachtigde: mr. J.A. Launspach). Procesverloop Bij besluit van 12 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard. Bij besluit van 17 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft via een Skype-verbinding plaatsgevonden op 26 oktober

  1. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Waar gaat de zaak over?
  2. Verweerder heeft het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard, omdat eiser het aan hem opgelegde onderzoek naar drugsgebruik niet tijdig heeft betaald. Het bezwaar tegen dit besluit heeft verweerder niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de daarvoor gestelde termijn is ingediend. Wat vindt eiser?
  3. Eiser is het niet eens dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, omdat het Openbaar Ministerie heeft gezegd dat hij zijn rijbewijs terug zou krijgen en de cursus niet hoefde te doen. Hij was in afwachting van de beslissing van de Officier van Justitie (OvJ) om zijn rijbewijs weer vrij te gegeven. Verder heeft hij problemen gehad met zijn postadres en met zijn gezondheid, waardoor hij minder goed overzicht had over zijn post. Hij stelt alles op tijd te hebben aangeleverd en telefonisch te hebben aangekondigd de beslissing van de OvJ op te sturen. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  4. Verweerder heeft het primaire besluit op 12 augustus 2020 aan eiser verzonden en daarmee bekend gemaakt. De bezwaartermijn van zes weken eindigde dan ook op 23 september
  5. Uit het poststempel van het bezwaarschrift blijkt dat deze op 24 september 2020 is verzonden. Dit is buiten de hiervoor genoemde termijn. Eiser heeft niet aangetoond dat hij het bezwaarschrift eerder heeft verzonden. In de omstandigheid dat het primaire besluit is verzonden naar het adres [adres 1] [huisnummer 1] te [plaats] , terwijl eiser op de envelop van zijn bezwaarschrift [adres 2] [huisnummer 2] te [plaats] als retouradres heeft vermeld, ziet de rechtbank geen aanleiding de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar te achten. Het primaire besluit is namelijk verzonden naar het adres waarop eiser op dat moment in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) stond ingeschreven. Uit de stukken is niet gebleken dat eiser eerder aan verweerder een ander correspondentieadres heeft doorgegeven. Verweerder heeft het besluit dan ook op juiste wijze bekend gemaakt. Ook de door eiser naar voren gebrachte omstandigheden zijn onvoldoende om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het is aan eiser om zijn post goed te beheren, of als hij daartoe niet in staat is, dit door iemand anders te laten doen. Ook de omstandigheid dat hij in afwachting was van een beslissing van de OvJ is onvoldoende, nu dit niet in de weg staat van het indienen van bezwaar. Hij had dit dan vervolgens in bezwaar kunnen aanvoeren. Verweerder heeft het bezwaar van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
  6. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat ook al zou de termijnoverschrijding wel verschoonbaar worden geacht, dit niet zal leiden tot het oordeel dat verweerder het rijbewijs ten onrechte ongeldig heeft verklaard. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat eiser de kosten voor het opgelegde onderzoek niet heeft betaald. Conclusie.
  7. Het beroep is ongegrond.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december
  9. De rechter is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.