← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:13999

Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/618202 / KG ZA 21-900 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 15 oktober 2021 in de zaak van [eiseres] te [plaats 1], eiseres, advocaat mr. J.A.M. Koorn-Harkema te Leiden, tegen: [gedaagde] te [plaats 1], gedaagde, advocaat mr. B. Wernik te Haarlem. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’. Aanwezig is mr. J. Brandt, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.W. Spee, griffier. Verschenen zijn: - de moeder in persoon, bijgestaan door mr. Koorn voornoemd; - de vader in persoon, bijgestaan door mr. Wernik voornoemd. Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt. 1De gronden van de beslissing 1.

  1. Vaststaat dat partijen een affectieve relatie hebben gehad en dat zij samen de ouders zijn van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 te [plaats 2]. Partijen oefenen samen het gezag over [minderjarige] uit. 1.
  2. Tussen partijen is de verdeling van de zorg over [minderjarige] in geschil. 1.
  3. De moeder vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven: primair: een ordemaatregel te nemen waarbij de vader [minderjarige] voorlopig bij zich mag hebben een weekend per veertien dagen van vrijdagavond tot maandagmorgen, subsidiair een andere voorlopige zorgregeling te bepalen; te bepalen dat de vader een dwangsom van € 250,-- verschuldigd is per dag dat hij deze regeling niet (volledig) nakomt; te bepalen dat de vader de moeder dient te machtigen voor de nieuwe spaarrekening ten behoeve van [minderjarige]; de vader te veroordelen in de proceskosten. 1.
  4. De vader voert verweer. Voorlopige zorgregeling 1.
  5. Partijen zijn het in grote lijnen eens over de zorgregeling, maar zij verschillen van mening over de verdeling van de zorg op de donderdagen (na de opvang) en de vrijdagen. Uitgaande van een zo gelijk mogelijke verdeling van de zorg, waarover partijen het ook altijd eens zijn geweest, zal de voorzieningenrechter in het belang van [minderjarige] de volgende voorlopige zorgregeling vaststellen, waarbij de voorzieningenrechter er reeds op heeft “voorgesorteerd” dat [minderjarige] in februari 2022 naar school zal gaan: Week 1 overdag avond/nacht Maandag Op school / bij opa en oma Bij moeder Dinsdag Op school / bij moeder Bij vader Woensdag Op school / bij vader Bij vader Donderdag Op school / bij de opvang Bij moeder Vrijdag Op school / bij moeder Bij moeder Zaterdag Bij moeder Bij moeder Zondag Bij moeder Bij moeder Week 2 overdag avond/nacht Maandag Op school / bij opa en oma Bij moeder Dinsdag Op school / bij moeder Bij vader Woensdag Op school / bij vader Bij vader Donderdag Op school / bij de opvang Bij moeder Vrijdag Op school / bij moeder tot 15.00 uur Bij vader Zaterdag Bij vader Bij vader Zondag Bij vader Bij vader Ingevolge deze regeling overnacht [minderjarige] bij beide ouders even vaak en is ook de zorg overdag evenwichtig verdeeld. Zolang [minderjarige] nog niet naar school gaat, is zij op vrijdag bij de moeder. In de week waarin zij het weekend bij de vader is, gaat [minderjarige] om 15.00 uur naar de vader. Zodra [minderjarige] naar school gaat, haalt de ouder bij wie [minderjarige] het weekend doorbrengt, [minderjarige] op vrijdag op uit school. 1.
  6. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan deze voorlopige zorgregeling een dwangsom te verbinden nu niet is gebleken dat de ouders deze regeling niet zullen nakomen. Spaarrekening 1.
  7. De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven dat thans geen beslissing van de voorzieningenrechter nodig is over de spaarrekening van [minderjarige]. De voorzieningenrechter beschouwt deze vordering daarmee als ingetrokken. De proceskosten 1.
  8. Omdat partijen samen de ouders zijn van [minderjarige], zal worden bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. 2De beslissing De voorzieningenrechter: 2.
  9. stelt een voorlopige zorgregeling vast waarbij de zorg over [minderjarige] wordt verdeeld overeenkomstig het in 1.
  10. opgenomen schema; 2.
  11. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 2.
  12. bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt; 2.
  13. wijst af het meer of anders gevorderde. WAARVAN PROCES-VERBAAL …………………………………. ………………………………… Mr. A.W. Spee mr. J. Brandt

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.