← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:14106

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.17547 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.H.M. Post). Procesverloop Bij besluit van 8 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.17548, op 25 november 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Achamlale. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te bezitten.
  2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vw. Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan, omdat gebleken is dat eiser op 27 juli 2021 via dat land de buitengrens van de lidstaten op illegale wijze heeft overschreden. Spanje heeft dit verzoek op 22 oktober 2021 aanvaard.
  3. Eiser voert aan dat hij niet terug wil keren naar Spanje. Eiser heeft in Spanje problemen ondervonden. Hij is daar samen met zijn broer [Naam 2] aangevallen door de Algerijnse maffia en kon geen hulp of bescherming vragen bij de Spaanse politie. Eiser is samen met zijn broer naar Nederland gekomen. Eisers broer is, in tegenstelling tot eiser, wel tot de Nederlandse asielprocedure toegelaten. Eiser stelt zich verantwoordelijk te voelen voor zijn broer. Hij is met eiser meegegaan naar Spanje en is daar gewond geraakt. Verweerder dient ervoor te zorgen dat eiser en zijn broer bij elkaar blijven door de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken. De rechtbank oordeelt als volgt.
  4. Niet in geschil is dat Spanje in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. In algemene zin mag verweerder ten opzichte van Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Hierin is eiser niet geslaagd.
  5. Dat eiser in Spanje problemen heeft ondervonden van de Algerijnse maffia en deze bij overdracht aan Spanje opnieuw zal ondervinden is niet onderbouwd. Uit het relaas van eiser blijkt niet waarom de Algerijnse maffia het op hem en zijn broer had voorzien. Eiser heeft ook geen aangifte gedaan van de gestelde aanval bij de Spaanse politie. Voor bescherming tegen eventuele problemen met de Algerijnse maffia dient eiser zich te wenden tot de Spaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat zij hem niet kunnen of willen helpen. De enkele stelling dat algemeen bekend is dat de Spaanse autoriteiten geen hulp of bescherming bieden aan vreemdelingen die (nog) geen internationale bescherming hebben aangevraagd, is daarvoor onvoldoende. Bovendien heeft Spanje met de aanvaarding van het overnameverzoek gegarandeerd dat eisers asielaanvraag in overeenstemming met de geldende Europese asielrichtlijnen zal worden behandeld. Voor zover zij daarin tekortschieten ligt het op de weg van eiser daarover te klagen bij de (hogere) Spaanse autoriteiten.
  6. Voorts heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de familieband tussen eiser en zijn (gestelde) broer [Naam 2] niet is aangetoond. Eiser heeft immers geen documenten overgelegd waaruit deze band kan blijken. Bovendien geldt dat zelfs als ervan uit moet worden gegaan dat eiser en [Naam 2] broers zijn, eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat [Naam 2] zonder meer op de zorg van eiser is aangewezen. [Naam 2] is meerderjarig en maakt aanspraak op medische verzorging in de locatie waar hij wordt opgevangen. Hoewel het op zichzelf voorstelbaar is dat eiser zich om zijn (gestelde) broer bekommert, is daarin geen grond gelegen om de asielaanvraag van eiser, ondanks de verantwoordelijkheid van Spanje, in behandeling te nemen.
  7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder in redelijkheid geen toepassing hoeven geven aan zijn discretionaire bevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 17 van de Dublinverordening.
  8. Het beroep is ongegrond.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
  10. Verordening (EU) nr. 604/2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.