Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/620418 - KG ZA 21-1075 Vonnis in kort geding van 29 december 2021 in de zaak van: [eiser] te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. S.V. Hendriksen te Den Haag, tegen: de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. J.C. Duyster te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘de Staat’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 14 december 2021 met producties 1 tot en met 10; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7; - de pleitnotities waarvan de advocaten zich ter zitting van 22 december 2021 hebben bediend. 1.2. Ter zitting is aangekondigd dat 7 januari 2022 vonnis zal worden gewezen; na aankondiging is het vonnis bij vervroeging vandaag uitgesproken. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eiser] is gedupeerd door de toeslagaffaire. Hij heeft recht op compensatie door de Staat. Compensatie aan door de affaire benadeelden wordt geboden op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), het Verzamelbesluit Toeslagen en het Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken. 2.2. [eiser] en zijn partner zijn toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) bij vonnis van 6 maart 2013. Na een verlenging van de duur van dat traject bij uitspraak van 31 maart 2016 (bekrachtigd in hoger beroep), is het traject bij uitspraak van 6 april 2017 door de Rechtbank Midden-Nederland (bekrachtigd in hoger beroep) beëindigd zonder toekenning van een schone lei. 2.3. Bij brief van 16 maart 2021 heeft de Staat [eiser] (via zijn inmiddels benoemde beschermingsbewindvoerder, Kredietbank Nederland) bericht dat het definitieve compensatiebedrag werd vastgesteld op € 46.117,--. Dat bedrag is uitbetaald door de Staat, maar door de bewindvoerder nog niet (ook niet deels) doorbetaald aan [eiser] . 2.4. Voor alle ouders die een forfaitair bedrag aan compensatie hebben ontvangen, geldt een afkoelingsperiode van een jaar vanaf het moment van uitkering (artikel 49i Awir). Dit, ook wel ‘pauzeknop’ genoemde, moratorium voorkomt beslagleggingen en biedt de ruimte een oplossing te vinden voor de schulden van de gedupeerde. 2.5. De pauzeknop is niet van toepassing op ouders die zich bevinden in een WSNP-traject of in een MSNP (Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen)-traject waarin al een akkoord is bereikt met schuldeisers. Voor die ouders worden alle openstaande schulden door de Staat gecompenseerd. Door een ‘garantstellingsbrief’ komt de Staat deze gedupeerden tegemoet door een belofte te doen om de openstaande vorderingen in de schuldregeling af te betalen zodat de verplichtingen uit deze regelingen niet langer door de gedupeerden behoeven te worden nagekomen. Deze gang van zaken heeft de Staat in een brief van 21 april 2021 aan schuldhulpverleners en kredietbanken uiteengezet. 2.6. In een brief van zijn bewindvoerder Kredietbank Nederland aan [eiser] van 4 mei 2021 verwijst de bewindvoerder (kennelijk) naar de brief van de Staat van 21 april 2021 en schrijft: “De Staatssecretaris heeft besloten dat de schulden die u nog heeft door de Belastingdienst worden gecompenseerd.” 2.7. Op 12 augustus 2021 heeft de Staat aan Kredietbank Nederland, als bewindvoerder van [eiser] , een garantstellingbrief gestuurd. Deze brief bevat onder meer het navolgende: “Recentelijk is voor schulden van de gedupeerden (…) een moratorium ingesteld. (…) Helaas geldt het moratorium niet voor de schulden van gedupeerde ouders in een minnelijke schuldregeling, waarbij al een akkoord is bereikt met de schuldeisers. Ik vind het voor deze ouders, die vaak al lang onder een strikt regime hebben moeten leven, belangrijk dat zij op korte termijn hun leven weer op kunnen pakken. Daarom zal Toeslagen de openstaande schulden in minnelijke schuldregelingen compenseren. (…)” 2.8. In een telefoongesprek op dezelfde dag met Kredietbank Nederland wordt het de Staat duidelijk dat de MSNP op [eiser] (nog) niet van toepassing is en hij onder beschermingsbewind staat. De Staat heeft dezelfde dag telefonisch contact opgenomen met [eiser] en hem medegedeeld dat voor hem de normale schuldenregeling geldt en de garantstellingsbrief dus niet voor zijn situatie bedoeld is. Kredietbank Nederland heeft [eiser] dit dezelfde dag per e-mail bevestigd: “Waar het kort gezegd op neerkomt is dat deze brief niet voor u bestemd is, aangezien u niet in een lopend minnelijk traject zit waarin een akkoord is bereikt met de schuldeisers. U behoort tot de groep gedupeerden die schulden hebben, maar voor wie nog geen schuldregeling rond is. U zit in de aanloopfase.(…)” 3Vordering, verweer 3.1. [eiser] vordert dat de Staat wordt veroordeeld alsnog de garantstellingsbrief, binnen twee dagen, af te geven, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de Staat in de kosten. 3.2. [eiser] vindt dat de Staat onrechtmatig en in strijd met de redelijkheid en billijkheid handelt door de garantstellingsbrief in te trekken. Daardoor is extra vermogensschade toegebracht. [eiser] moet nu langer wachten op compensatie en door terugtrekking van de brief heeft de Staat de onzekerheid vergroot of de MSNP-regeling wel tot stand gaat komen, want er is nu geen schuldenlijst. De afwikkeling van zijn schulden is onzeker geworden. 3.3. De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de Staat verplicht is de eerder (volgens de Staat: ten onrechte) aan de bewindvoerder van [eiser] gezonden garantstellingbrief van 12 augustus 2021 alsnog ten behoeve van [eiser] af te geven. Met deze brief zou [eiser] , zo stelt hij, de zekerheid hebben dat al zijn schulden voldaan worden en wordt zijn gezin na vele jaren ellende eindelijk verlost uit de greep van de toeslagaffaire. 4.2. De Staat erkent volmondig dat [eiser] gedupeerd is door de toeslagaffaire en dat er compensatie geboden moet worden. Een bedrag van ruim € 46.000,-- is al uitgekeerd. De Staat heeft ter zitting toegelicht dat [eiser] zijn schulden vanaf 5 januari 2022 kan indienen bij het online loket private schulden van Sociale Banken Nederland (SBN), en dat op zijn verzoek binnen afzienbare termijn wordt beslist. In ieder geval tot de beslissing geldt de pauzeknop. Publieke schulden zullen worden (of zijn
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.